Klassieker

RONALD A.R. KERKHOVEN: The Silence of the Sphinx. De auto's van het Britse merk Armstrong Siddeley 1919-1960

112 blz., geïll., Uniepers Abcoude 1995, ƒ27,50

In de rijk geschakeerde geschiedenis van de automobielindustrie zijn enkele merken geruisloos opgenomen in een ongeschreven adelstand. Rolls-Royce is er zo een, Bentley ook en Hispano-Suiza, Duessenberg of Vandenplas evenzeer maar minder bekend. Nog veel minder herkenning bij een breed publiek oogst de toch zo nobele naam Armstrong Siddeley, inmiddels 'een vergeten, of liever gezegd, onbekende klassieker'.

Het Britse bedrijf, dat vlak na de Eerste Wereldoorlog ontstond uit een fusie tussen de Siddeley-Deasy Motor Car Company en de Sir W.G. Armstrong Whitworth Company - twee bedrijven die ook actief waren bij het ontwikkelen van vliegtuigmotoren - ging ten onder in 1960. Een roemloze ondergang van een ooit zo imponerende fabriek in Coventry, als gevolg van gebrek aan modernisering, gepaard aan een slechte positie op de markt. Een lot dat vrijwel de gehele Britse auto-industrie uiteindelijk ten deel is gevallen.

Over de talloze Engelse merken die in een relatief kort tijdsbestek op de schroothoop terecht zijn gekomen valt veel geschiedenis te schrijven, getuige het uitstekende boek The Silence of the Sphinx, vernoemd naar het karakteristieke beeldje op de dop van de radiator van de Armstrong Siddeley. Die geschiedenis wordt ook geschreven, maar de auteurs beperken zich veelal tot merken die een veel grotere populariteit hebben genoten. Daarom is de in het Engels én Nederlands gestelde, nauwgezette geschiedschrijving van Armstrong Siddeley - en dan nog wel van de hand van een Nederlander - zo bijzonder.

Het merk was stellig geliefd bij de beter gesitueerde klasse, die zich kon veroorloven in zacht leer plaats te nemen en zich te omringen met wortelnotenhout. Klanten, die waarschijnlijk geld genoeg hadden voor een Rolls Royce of een Bentley, maar geen behoefte hadden aan veel bekijks en toch in een gentleman's carriage wilden zitten. Na de introductie van de statige Star Sapphire eind jaren vijftig is het echter ondanks koortsachtige pogingen om er weer bovenop te komen, snel misgegaan. En voor zover het nog slechter kon, deed de auto het in de jaren zestig zelfs niet meer als tweedehands. Waren deze classics in die tijd nog voor enkele tientallen ponden te koop, sommige konden voor niets worden afgehaald, zo schrijft Kerkhoven, in het dagelijks leven naast Armstrong Siddeley-bezitter cultureel antropoloog en kunsthistoricus. Van de 32 auto's die tussen '84 en '87 in Zuid-Engeland werden opgespoord zijn er 28 gesloopt omdat er niet de geringste belangstelling voor bestond. Ze werden gruwelijk gekannibaliseerd en de versnellingsbakken van de latere Sapphires werden getransplanteerd naar Rolls-Royces en Bentleys.

Dankzij de 'ownerclubs' - hier en daar op de wereld - lijkt de Armstrong Siddeley niettemin te worden gerehabiliteerd, al zal hij nooit meer dan een bescheiden plek blijven houden. Misschien heeft het merk dat aan ook zich zelf te danken. “De woorden Armstrong Siddeley staan in veel te kleine letters om al rijdend gelezen te kunnen worden. Wanneer men de auto reeds voorbij is, heeft men nog steeds het merk niet kunnen identificeren”, schrijft Kerkhoven. Een tragisch detail wellicht bij een auto met een tragische geschiedenis.