Kamer eist stem bij uitzenden soldaten

DEN HAAG, 24 NOV. De Tweede Kamer wil nauwer betrokken worden bij de uitzending van Nederlandse militairen voor vredestaken. Zeker op een moment dat meer groene dan blauwe helmen zullen worden uitgestuurd, de acties zwaarder worden en de risico's bij vredeshandhaving groter, verlangt de Kamer een zekere mate van instemmingsrecht dat ook wordt vastgelegd.

De VVD is van mening dat Nederland niet meer met de Verenigde Naties in zee moet gaan als het om complexe militaire operaties gaat. De Verenigde Naties hebben het apparaat niet om leiding te geven aan dergelijke veelomvattende militaire exercities. “Het uitdelen van brood op de grond verhoudt zich slecht met bombardementen vanuit de lucht”, aldus woordvoerder Van den Doel.

Een aantal fracties viel hem bij dat het hanteren van de 'dubbele sleutel' in het voormalige Joegoslavië niet had gewerkt. Volgens die formule moest ook de Japanse diplomaat Akashi, de vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN Boutros Ghali ter plekke, toestemming geven voor bombardementen. Daarbij ging veel tijd verloren en werd vaak geaarzeld.

Een meerderheid van de Kamer en de regering wil niet dat er te strikte regels voor toetsing worden opgesteld omdat vredesoperaties zo sterk onderling verschillen en in de woorden van Van Mierlo “de goede zaak niet weggeregeld moet worden”. Van Middelkoop (GPV) voerde aan dat de Kamer en de regering naar zekerheden bij uitzending zoeken die nauwelijks te geven zijn. Hij vroeg de regering wat de verplichtingen van de vernieuwde krijgsmacht zijn nu deze steeds meer het instrument wordt van buitenlands beleid.

Van Mierlo antwoordde dat de Kamer de facto al een instemmingsrecht bij uitzending heeft en dat “gewoonten vaak meer opleveren dan rechten”. Volgens Van Mierlo is er “geen geobjectiveerde rangorde bij een toetsingskader voor uitzending van militairen”. Hij was het met de Kamer eens dat er aan het begin van de operatie ook over een einddatum moet worden gesproken. Te veel regels achtte hij niet goed omdat als je wilt bijdragen aan de bescherming van de internationale rechtsorde en het verstrekken van noodhulp, je flexibel moet kunnen reageren.

Hij verzekerde de Kamer dat troepenleverende landen in de toekomst meer te zeggen zouden hebben bij de voorbereiding van vredesacties en de uitvoering. Over mandaat, commandolijnen, regels over geweldstoepassing, zal meer met de Veiligheidsraad worden overlegd, immers “de halve wereld wil dat”. Argentinië heeft daartoe in de Verenigde Naties het initiatief genomen, aldus Van Mierlo die het ene roze velletje met vertrouwelijke diplomatieke post na het andere te voorschijn haalde bij het debat.

Minister Voorhoeve (defensie) zegde de Kamer toe dat zij van militairen meer briefings kan krijgen over bepaalde operaties, maar dat het oordeel of aan een actie begonnen moet worden en wanneer een actie beëindigd moet worden bij de politieke leiding van Defensie berust, en dus bij de regering.