Japanse figuren

That Figure, werk van Yoshitomo Nara, Kenji Yanobe en Charles Worthen t/m 10 december bij d'Eendt, Spuistraat 270, Amsterdam. Do t/m za 12-18u, zo 14-18u. Prijzen ƒ 660,- tot ƒ 5500,-

“Japan is zo keurig geordend, en toch is het onmogelijk hier goed en kwaad van elkaar te onderscheiden,” zucht een van de hoofdpersonen uit Banana Yoshimoto's Japanse roman N.P. Ook in dit boek fladderen de figuren in het rond, geografisch en emotioneel. Weg uit Japan maar ook weer terug, weg uit de traditionele gezinsverbanden maar onderwijl hunkerend naar warmte en liefde. Bij Yoshimoto lopen vriendschappen dood, wordt er cola uit de muur gedronken, vrijen vaders met dochters en halfbroers met halfzusters. Iedereen is eenzaam, maar daartussendoor bloeit de Japanse kers onvervalst mooi.

Een 'jonge generatie' Japanse kunstenaars brengt Ferd van Dieten nu in zijn galerie. Daaronder zit een oude bekende van d'Eendt, Yoshimoto Nara (1959), en twee nieuwelingen die op uitnodiging van Nara hun werk tentoonstellen: Kenji Yanobe (1965) en de met een Japanse vrouw getrouwde Amerikaanse kunstenaar Charles Worthen (1958). De drie kennen elkaar uit Duitsland, uit Düsseldorf, Keulen en Berlijn, waar ze op de kunstacademie zaten en ateliers hebben.

Het drietal is vertrouwd met de cartooneske wereld die Yoshimoto beschrijft.

Het werk dat ze maken laat zich moeilijk vergelijken, maar toch duikt er op deze goed samengestelde expositie een overeenkomst op: hoe bescherm of verweer ik me tegen alles wat buiten mezelf staat?

Neem de 'Kenji Yanobes' die in miniatuur her en der door de galerie staan opgesteld. Ze zijn verkleed als Yo-Jin-Bo, een Japanse wachter. Passeer een sensor en ze nemen je onder vuur, van alle kanten. Kijk met een telescoop door het raam van de galerie naar buiten en het roerloze wachtertje op de hoogste verdieping van het tegenoverliggende huis begint furieus tegen het venster daarboven te slaan. Neem plaats op een grijze deurmat en het onschuldige ogende kereltje verandert in een met scheermessen om zich heen jagende duivel. Wie denkt dat deze wachters bescherming bieden, is naïef. Ze zijn bedreigend.

De zoetgevooisde schilderijen van Yoshimoto Nara, die duidelijk een leerling van Penck is, spelen hier subtiel op in. Nara, die van het anekdotisch schilderen lijkt te zijn afgestapt, maakt uitsluitend simpellijnige portretten van 'stripkinderen'. Zo lief en braaf lijken deze figuren in hun pastelgekleurde trappelpakjes, maar kijk eens goed naar die halvemaanvormige streep in dat uitvergrote hoofd en die scheef gelijnde ogen - dat is woede op spillepoten. Of naar dat kind met muizenoren dat zich uitstekend vermaakt moederziel alleen in zijn kartonnen doos - daar heeft het geen volwassene, geen speelgoed, geen toeschouwer voor nodig. En wie kijkt degradeert zich tot voyeur.

Zo verontrustend als het werk van de twee Japanners Nara en Yanobe is, zo vriendelijk en koesterend zijn de zuurstokgekleurde beelden van Worthen. Temerig leunt een langlijzige gevlochten koker van waslijn tegen de muur. Het neonblauw van de koker welft en kromt zich en nodigt uit tot aanraken. Een verdieping lager staat een net zo verleidelijk glanzende hoorn, levensgroot en groen in het midden van de ruimte en fraai contrasterend tegen de paarse doeken van Nara. Worthens werk betekent een rustpunt in d'Eendt. Zijn beelden stoten niet af maar trekken aan, ondanks de keiharde kleuren waarin ze zijn uitgevoerd.