Het verlangen naar zonen; Drie gedichten van Remco Ekkers over Vivaldi

De drie Vivaldi gedichten van Remco Ekkers zijn bibliofiel uitgegeven door Bekker & Veltman te Meppel. Het van een linosnede voorziene boekje is te bestellen door ƒ 35,- over te maken op giro 2003855 t.n.v. Bekker&Veltman.

Zou het echt zo zijn dat muziek de emoties van de componist uitdrukt? De dichter Remco Ekkers wilde het wel graag geloven toen hij naar Nisi dominus luisterde, een door Antonio Vivaldi op muziek gezette psalm. De tekst gaat over de noodzaak van de zegen van de Heer: 'Zoo de Heer het huis niet bouwt, zoo/ arbeiden vergeefs wie daaraan bouwen;/ zoo de Heer de stad niet bewaart, zoo/ waakt de wachter vergeefs.' Men kan zwoegen wat men wil maar de uitverkorenen, die krijgen het in hun slaap. Het ultieme geschenk van God zijn kinderen, zonen die het huis kunnen verdedigen tegen vijanden. Maar wie God niet aan zijn zijde heeft, wat moet die? Al zijn arbeid is vergeefs.

Vivaldi maakte er onbegrijpelijk prachtige muziek bij, vooral het andante-deel dat begint met de tekst Cum dederit electis suis somnum is hartverscheurend. De daar gezongen verzen luiden: 'Want hij geeft het zijn vrienden in de slaap. Zie, kinderen zijn eene gave des Heeren, en des lichaams vrucht is een geschenk.' Hoe komt dat deel zo hartstochtelijk weemoedig, wilde Ekkers weten. Zou Vivaldi het gevoel gehad hebben dat die tekst alles met zijn eigen leven te maken had, met zijn noodzakelijke kinderloosheid? Vivaldi was priester. Voor hem geen dochters die voor hem zongen of dansten, hoe hij ook omringd was door meisjes, zijn leerlingen aan het Ospedala della Pietà in Venetië, waar hij muziekles gaf. Voor hem ook geen zonen die hem konden beschermen. 'Kon Antonio zijn eigen verlangen naar zonen niet beheersen?' vraagt Ekkers zich af.

In drie Vivaldi-gedichten die onlangs mooi bibliofiel werden uitgegeven, maakt Ekkers deze vraag tot een zekerheid: 'de muziek die je neerschrijft/ om de zonen die je niet krijgt/ bij de vrouw die je niet hebt'. Zo wordt de muziek, althans die vier minuten die het andante duurt, muziek van een gemis. Wie de vioolklanken slepend, in korte rukjes uiteen heeft horen gaan, stijgend of dalend maar nooit aankomend, wie de alt heeft gehoord die een oninlosbaar verlangen lijkt uit te zingen, die wil het graag geloven: 'om de zonen die je niet krijgt'. Op zo'n verlangen past geen protest, alleen deze verdrietige, muziek geworden berusting.

Of het waar is, dat tekst en leven hier samen muziek geworden zijn is de vraag, maar dat doet er ook eigenlijk niet zo toe. Het is een veronderstelling die mooie regels oplevert en die lezer en dichter in een wonderlijk intieme verhouding met Vivaldi brengen. In het eerste gedicht spreekt Ekkers nog over de componist als 'hij'. In het tweede en derde gedicht richt hij zich rechtstreeks, tutoyerend, tot Vivaldi. Hij schrijft: 'Je psalm spreekt over vruchten/ van de schoot die een oud man/ beschermen in zijn huis'. Vivaldi's psalm spreekt natuurlijk niet, die klinkt alleen maar. Maar door de muziek die erbij gemaakt is, zijn de woorden van de psalm ook die van Vivaldi geworden, zingt die altstem rechtstreeks uit het hart van de componist - en rechtstreeks tot het hart van degene die ernaar luistert.

Misschien speet het Vivaldi niets dat hij geen kinderen had. Misschien schreef hij heel achteloos zijn Nisi Dominus omdat hij nu eenmaal geld moest verdienen. Maar Ekkers' portret van Vivaldi, een astmatische, onbereikbare man die uitkijkt over de lagune en onstuitbaar de mooiste muziek schrijft, is een portret dat zijn eigen waarheid heeft:

(-)je hoort de klanken van de viola d'amore en de stemmen van de meisjes

die je laat zingen over de vruchten van hun schoot: nooit jouw zonen die je niet zullen beschermen als je wegzakt in ouderdom, vergetelheid.

Of zonen hem tegen ouderdom en vergetelheid hadden kunnen beschermen is de vraag. Maar wellicht heeft hun afwezigheid - 'nooit jouw zonen' - gemaakt dat we nu nog, driehonderd jaar later, het gemis kunnen horen in de schrijnende muziek van Vivaldi.