'Het is leuk om hier Surinamer te zijn'

Morgen is het twintig jaar geleden dat het Koninkrijks-deel Suriname een soevereine staat werd. Veel Surinamers wonen nu in Nederland. Met de Antillianen gelden ze als de meest succesvolle minderheid.

ROTTERDAM, 24 NOV. Surinamers wonen nog altijd vooral in Suriname. Volgens de Verenigde Naties had Suriname in 1990 446.000 inwoners, maar de Surinaamse Ambassade in Nederland houdt het op 375.000. “Ongeveer hoor, want er is niet zo veel van bekend.” De laatste volkstelling is er begin jaren tachtig gehouden. In Nederland wonen volgens het CBS 260.000 Surinamers. Als Surinamer worden beschouwd mensen die zelf in Suriname geboren zijn (dat geldt voor 65 procent) of van wie ten minste één ouder in Suriname geboren is (35 procent). De meeste Surinamers in Nederland hebben de Nederlandse nationaliteit (92 procent).

De Surinamers vormen de grootste 'minderheid' in Nederland. Tweede en derde zijn de Turken (240.000) en Marokkanen (195.000), van wie slechts een kleine minderheid beschikt over de Nederlandse nationaliteit (respectievelijk 11 en 16 procent). De meeste Surinamers wonen al lang in Nederland. Uit een vandaag gepubliceerd onderzoek van het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek (ISEO) van de Erasmus Universiteit blijkt dat ruim zestig procent van hen al 15 jaar of langer in Nederland verblijft. Voor Turken ligt dat percentage op 50, voor Marokkanen op 38. De grootste groei in het aantal in Nederland wonende Surinamers trad op in de jaren zeventig: van 38.000 in 1971 tot 164.000 in 1981. De Surinaamse bevolkingsgroep is relatief jong: zestig procent is onder de dertig. Bij autochtone Nederlanders is dat 46 procent.

“Het is leuk om hier Surinamer te zijn”, zegt directeur H. Rozeval van de Landelijke Federatie van Welzijnsorganisaties voor Surinamers. “Over de hele samenleving genomen zijn we redelijk ingeburgerd: van hoogleraren en specialisten tot sportlui, acteurs en mensen met een eigen winkel. Er is onderling een sterke band, hier en met het eigen geboorteland.” Problemen zijn er ook. De Surinamers in Nederland verdienen gemiddeld minder dan autochtone Nederlanders, hebben een lagere opleiding en vinden minder gemakkelijk werk. Maar ze gelden met de Antillianen (van wie er ruim 80.000 in Nederland verblijven) als de meest succesvolle minderheid.

Dat de meeste Surinamers eigenlijk terug zouden willen naar Suriname is volgens Rozenval “als een mist” blijven hangen sinds enquêtes in de jaren zeventig dat ooit uitwezen. Het verschil in levensomstandigheden wordt ieder jaar groter. Volgens gegevens van de Verenigde Naties had Suriname in 1990 weliswaar het hoogste inkomen per hoofd van de bevolking in Zuid-Amerika (3.000 dollar per jaar), maar was de Surinaamse economie in de periode 1980-1990 het sterkst van alle landen gekrompen, met een 'groei' van min 5 procent per jaar. Sindsdien is het levenspeil verder gedaald. Volgens het ISEO zou nu 39 procent terug willen naar Suriname, maar minder dan de helft van die groep ziet daar ook mogelijkheden toe. Onder Turken en Marokkanen is die terugkeerwens overigens minder groot.

“De Surinaamse bevolking in Nederland wordt steeds meer een goede afspiegeling van de bevolking die in Suriname is achtergebleven”, zegt prof.dr. H.E. Lamur, hoogleraar culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Net als in Suriname wonen hier nu evenveel creolen (afstammelingen van negerslaven) als hindoestanen (ooit vanuit India naar Suriname gebracht). Het oude cliché dat de creolen de elite en de onderklasse vormden en de hindoestanen de middenklasse gaat niet meer op. “Er zijn nu ook hier veel arme hindoestanen.” Echt gelukkig is Lamur niet met de ontwikkelingen. “Er zal veel sociale strijd ontstaan.” Hij ziet een groeiende kloof tussen de geslaagde Surinamers en de grote 'onderklasse'. “Ik kwam laatst bij een organisatie voor Surinamers en die zeiden: 'Professor! Er komt hier nooit iemand zoals u'. Toen realiseerde ik me: zo is het.” Lamur ziet parallellen met de Caraïbische bevolkingsgroepen in Engeland en de zwarten in Amerika. “De zwarte elite vindt dat ze alles wat ze bereikt hebben op eigen kracht hebben gedaan. Wie niet slaagt kiest kennelijk voor iets anders. Maar zo werkt dat natuurlijk niet.” Een deel van de Surinamers is uitstekend geïntegreerd, maar een ander deel heeft grote problemen. “Die zijn hetzelfde als voor de arme autochtone: werkloosheid, lage opleiding, maar er komt wel taalachterstand en discriminatie bij.” Uit het ISEO-onderzoek blijkt dat 15 procent van de Surinamers wel eens moeite heeft met het Nederlands - vergeleken met Turken en Marokkanen overigens een zeer laag percentage, bij deze groepen heeft rond de zeventig procent moeite met de taal.

Relatief veel Surinaamse kinderen in Nederland worden uit gemengde huwelijken geboren. Veertien procent van de in Nederland wonende Surinamers heeft een Nederlandse vader of moeder. Van de Turken en Marokkanen geldt dat slechts voor drie procent, hoewel het percentage in Nederland geboren leden van de groep ook zo'n 35 bedraagt. Bijna dertig procent van de Surinaamse huishoudens zijn 'gemengd', onder Turken en Marokkanen is dat minder dan tien procent.

Onder creolen bestaat ruim veertig procent van de gezinnen uit eenoudergezinnen, onder hindoestanen is dat ongeveer derig procent. Onder autochtone gezinnen is dat minder dan twintig procent. Vooral onder creolen bestaat een krachtige traditie van alleenstaand moederschap. “Dat is heel gewoon”, zegt M. Distelbrink van het ISEO. Ze doet onderzoek naar Surinaamse opvoeding. “Creoolse meisjes worden dan ook zeer geëmancipeerd opgevoed, in feite sterker dan Nederlandse. Want ze moeten later voor zichzelf kunnen zorgen.” Onder hindoestanen is het alleenstaande moederschap problematischer, zo blijkt uit ander onderzoek. Distelbrink constateert ook dat onder creolen de Nederlandse opvoednormen steeds meer ingang vinden: van het voorlezen van kinderen tot het stimuleren van 'voor je zelf opkomen', tot tegenspreken van de ouders aan toe - iets dat eigenlijk in strijd is met de oude creoolse tradities van 'respect'.

Het onderwijsniveau van de Surinamers is lager dan van de autochtone Nederlanders, maar veel hoger dan van Turken of Marokkanen, groepen die vaak zonder veel opleiding naar Nederland kwamen. Elf procent van de Surinamers tussen 15 en 64 heeft een HBO- of academische opleiding. De creolen zijn hoger opgeleid dan de hindoestanen.

De werkloosheid onder Surinamers is bijna twintig procent. Onder autochtonen is die ongeveer zes procent, maar onder Turken en Marokkanen ligt het percentage rond de dertig.