Fotokopiëren voor zwervers

Giuseppe Culicchia: Dekking zoeken (Tutti giù per terra). Vert. Pietha de Voogd. Uitg. Anthos, 160 blz. ƒ 24,90

In tegenstelling tot wat het bloot op het omslag suggereert, is de debuutroman Dekking zoeken van Giuseppe Culicchia een boek met een boodschap. Het behandelt vanuit het standpunt van de gedupeerde het schrijnende probleem van de werkloosheid en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke ongelijkheid. Behandelen is in dit verband overigens een veel te zwaar woord. Bespelen zou beter zijn, want het boek is met een hilarisch gevoel voor humor geschreven. De auteur, die kennelijk teruggrijpt op eigen ervaringen, heeft de navrante situatie waarin veel jongeren verkeren omgevormd tot een tintelende tragikomedie. Onder de luchtige (maar soms ook bijtende) spot waarmee hij de misstanden schildert, schuilt een ernst die tot nadenken stemt.

Het verhaal beschrijft een periode uit het leven van de ongeveer twintigjarige Walter. Omdat deze geen werk heeft, slentert hij door de stad. Thuis kan hij het niet uithouden, want zijn vader doet niets anders dan tv kijken en kankeren en zijn moeder heeft alleen maar oog voor de afwas. Wanneer hij wordt opgeroepen voor militaire dienst, meldt hij zich als gewetensbezwaarde. In afwachting van bericht schrijft hij zich in als student aan de universiteit. Na een jaar wordt hij tewerkgesteld op een bureau voor de opvang van zwervers en mensen uit de derde wereld, waar hij zijn tijd voornamelijk zoekbrengt met fotokopiëren. Wanneer zijn vervangende diensttijd erop zit, begint hij te solliciteren. Hoewel hij daarbij aanvankelijk steeds nul op het rekest krijgt, weet hij uiteindelijk toch een baantje te vinden in een boekwinkel.

Het sterke punt van Dekking zoeken is overigens niet het verhaal, maar de manier waarop de personages erin zijn verwerkt. Walter zit klem tusen twee uitersten: aan de ene kant de werklozen, de have-nots, de asielzoekers en de zigeuners, en aan de andere kant de carrièremakers, de bureaucraten, de yuppies en de kapitalisten. Hij ziet hoe de ene helft in smerige huurkazernes leeft en crepeert van ellende, terwijl de andere helft rondrijdt in glanzende sportwagens en kleding draagt van Ralph Lauren. Vooral de wereld van de jongeren wordt scherp geanalyseerd en beschreven: discotheken, sportverdwazing,popmuziek, vrijpartijen, drank en drugs. Dit alles wordt uitgedrukt in een taal die modern en modieus is. Op dit punt verdient ook vertaalster Pietha de Voogd alle lof: haar weergave van het jongerenjargon is zo perfect dat het op zichzelf al pittige boek er nog pittiger door wordt.