Fotografie

Als praktizerend fotograaf wil ik graag reageren op het artikel van Bas Roodnat (CS 10-10). 'Alles is al gedaan en iedereen kan het', en: 'Het minderwaardigheidscomplex van de hedendaagse fotograaf', luidden de koppen boven het artikel en die geven me even het gevoel alsof op 10 november de fotografie overleden is. Net zoals zeventig jaar geleden Oswald Spengler de schilderkunst voor dood verklaarde.

Terecht merkt Roodnat op dat door ons fotografen te weinig over een filosofische herwaardering van het medium wordt nagedacht. Hij pleit voor een herziene spelling binnen het kader van de ooit door Cas Oorthuys en zijn binnen- en buitenlandse collega's geformuleerde grammtica. Wat is onze grammatica? Een interessante vraag; maar mij wordt, na het lezen van een hele pagina, geen enkele suggestie aangedragen.

Ik krijg de indruk dat zijn voorkeur uitgaat naar een fotografie die 'met de pijnlijke zorgvuldigheid van de wetenschapper' is opgebouwd. Hier raakt hij aan het verhaal van de status van de apparatuur versus de maker. Een fotograaf zoals Hans Aarsman, die ik als 'leerling' van het echtpaar Becher beschouw, weet ik te waarderen. Juist doordat hij met zijn ogenschijnlijk registrerende houding, beelden weet te scheppen die voor mij sterk verhalend zijn en die zijn 'handtekening' blijven dragen.

Waar ik me mateloos aan erger is dat Bas Roodnat ons gaat vertellen wat wel en wat niet kan. Zijn dogma over de fotografie luidt: “Ik stel voor fotografie slechts als zodanig te erkennen als er op zijn minst sprake is van een 'bewijs van werkelijkheid'. Daarvoor immers is het bedacht, om de werkelijkheid (niet de geschilderde versie, maar de absolute werkelijkheid) tegen voorbijgaan te behoeden. Platter gezegd: om te registreren.”

Wij zijn beeldenmakers in een betrekkelijk jong medium. Dat wij ons - in tegenstelling tot de schilderkunst - per definitie met de werkelijkheid bezighouden is een waarheid als een koe. Dat de foto kan liegen en niet waarheidsgetrouw hoeft te zijn is een nog niet zo oude ontdekking, die meer over de kijker dan over de maker zegt. Wat mij interesseert is dat ook de liegende foto een bewijs van werkelijkheid is. Ik wil me afzetten tegen Roodnats doemdenken als hij zegt dat er fotografen zijn die extreme kanten uitvluchten.

Ik beschouw het absoluut niet als een vluchten als er fotografen zijn als Marrie Bot, Rineke Dijkstra, Erwin Olaf, Jeff Wall en ondergetekende, die in mindere mate registrerend en in sterke mate verbeeldend aan het werk gaan. Kijk naar de jubileumexpositie van de vijftigjarige GKf in het NFI om te kunnen constateren hoe rijk wij fotografen zijn met onze betrekkelijk kleine historische bagage.