Eigenzinnigheid peuter onderschat

UTRECHT, 24 NOV. Peuters gebruiken eigenzinniger strategieën in de omgang met ouders dan tot nu toe werd aangenomen. Als het peuters niet aanstaat dat ouders hen helpen, negeren ze hun ouders, maken opzettelijk fouten of veranderen snel van onderwerp.

Dit blijkt uit de dissertatie 'Leren en Meedoen' van de psychologe M. Hoogsteder. Ze promoveerde vandaag aan de Utrechtse Universiteit op een onderzoek naar de communicatie tussen peuters en hun ouders. Volgens Hoogsteder maken de persoonlijke machtsspelletjes van drie- en vierjarigen een wezenlijk onderdeel uit van de leerervaring van kinderen. Tot dusver werd deze eigen rol van peuters in onderzoeken vaak genegeerd. Onderstreept werd daarin vooral dat peuters opnemen wat ouders voordoen en vertellen.

Hoogsteder liet in vijftien gevallen een ouder samen met kind een blokkentoren bouwen. Daarna gaf ze tien van deze koppels een vertelopdracht en bezocht ze vier gezinnen. Bij de opdrachten zag ze ouders op drie manieren te werk gaan. Of ze lieten het kind stapelen en legden af en toe wat uit, of ze gingen 'meer produktgericht' te werk, waarbij ze het kind dat laten doen wat het al kon. Ook kwam het voor dat ouders het kind wilden leren bouwen, maar de peuter geen zin had. In die gevallen saboteerde het kind het bouwen. De kinderen deden alsof ze niet wisten hoe ze blokken moesten stapelen, terwijl ze dat kort daarvoor wel hadden gedaan. “Het doen en laten van kinderen in de omgang met volwassenen wordt niet alleen bepaald door de manier waarop volwassenen met ze omgaan”, zegt Hoogsteder. “Kinderen bepalen voor een groot deel zelf welke rol ze spelen.”

Peuters hebben niet altijd zin door ouders in een schoolse houding gedwongen te worden. Als een meisje in Utrecht op straat een schelp vindt en haar vader zich verbaast over de vindplaats, ontwijkt ze zijn docerende toon door te melden dat “ze wel in het grote water horen, maar toch heel leuk hier op straat liggen.”

Zeker als kinderen hun zin willen krijgen, blijken ze door ouders niet-begrepen zinnetjes slim te kunnen veranderen. Als een driejarig meisje van haar vader krijtjes moet opruimen, zegt ze dat ze buikpijn krijgt. “Waarvan krijg je buikpijn”, vraagt de vader. “Van het krijt”, antwoordt het meisje. De vader neemt er geen genoegen mee en het meisje zegt: “Ik heb al buikpijn. Van de lucht.”