Een zeemeermin op gemarmerd zeil; To Sang, de hoffotograaf van de Amsterdamse Pijp

Aan de Albert Cuypstraat in Amsterdam is fotostudio To Sang gevestigd. Deze Chinese fotograaf maakt portretten in opdracht en wil vooral niet als kunstenaar worden beschouwd. Met behulp van decorstukken creëert hij niettemin een droomwereld van onverwoestbare bloemen, rode appeltjes en immer besneeuwde Alpen. Onlangs werden 22 foto's gebundeld in een boek.

To Sang. Fotostudio. Uitg. Basalt. Prijs ƒ 34,50.

Geen namen, geen jaartallen, geen plaatsaanduiding. Wie het fotoboek To Sang. Fotostudio bekijkt voelt zich even doofstom gemaakt. Hij ziet bladvullende portretten in verzadigde kleuren van Surinaamse, Chinese, joodse, Turkse jongens, meisjes, baby's en gezinnen. De modellen kijken gedecideerd in de lens of net een beetje erboven, ondanks de feestelijke kleding wordt er nauwelijks gelachen. Niemand op de foto's lijkt zich druk te maken over het resultaat. 'Dit moet nu even gebeuren' is de heersende uitdrukking.

Behalve het ontbreken van feitelijke informatie, zijn de modellen op het eerste gezicht ook te uiteenlopend om enig verband tussen hen te kunnen leggen. To Sang. Fotostudio zou een prentenboek kunnen zijn. Een prentenboek dat nou eens niet 'De Boerderij' of 'Het Paard', maar 'Mens' als onderwerp heeft. Weliswaar ontbreekt de blanke soort vrijwel geheel, maar verder komen bijna alle varianten in beeld.

Maar wat doen die Iraanse familie, die Aziatische jongen en die Surinaamse meneer tegen een achtergrond van een alpenweide? Een alpenweide met een bakstenen randje aan de onderkant bovendien. Hier is geen pedagogische antropoloog aan het werk geweest, die de verschillende raciale representanten in hun authentieke omgeving probeerde te plaatsen. Hier heeft een fotograaf de werkelijkheid bewust buitengesloten. Hij schiep een droomwereld met onverwoestbare zijden bloemen, rode appeltjes en immer besneeuwde Alpen. Hij deed wat fotografen al doen sinds de uitvinding van het medium honderdvijftig jaar geleden: hij portretteerde mensen in opdracht, in een geënsceneerde omgeving in zijn studio.

Het enige verband tussen deze modellen onderling is dan ook dat ze allemaal op een dag op de Albert Cuypstraat de zaak van de Chinese fotograaf To Sang zijn binnengestapt, de hoffotograaf van de Amsterdamse Pijp.

Zeemeermin

Willem van Zoetendaal, docent fotografie aan de Rietveld-academie en samensteller van fotoboeken, ontdekte de winkel toen hij twee jaar geleden voor de deur uit de tram stapte. In de etalage zag hij een sprookjesachtige verzameling buurtbewoners: een Marokkaanse vrouw als een zeemeermin op gemarmerde zeil, drie blonde zussen in een wolk van veren, een lachende babytje met naast haar een tak obsceen pruilende navelsinaasappels. Ook Willem van Zoetendaal liet zich fotograferen door To Sang. Later nam hij de Pijpse studio in zijn lesprogramma op; voortaan moesten alle nieuwe fotografie-studenten zich bij wijze van eerste opdracht bij To Sang laten portretteren.

Inmiddels heeft Van Zoetendaal uit het archief van To Sang het fotoboek To Sang. Fotostudio samengesteld. To Sang had maar een voorbehoud bij de publikatie: dat hij alsjeblieft geen kunstenaar hoefde te worden. To Sang wil gewoon mensen in zijn studio blijven fotograferen zoals hij en zij het mooi vinden.

Toch zoekt het oog ook bij de portretten van To Sang naar een dubbele bodem. Geschoold door het werk van Inez van Lamsweerde, Erwin Olaf en Henk Tas controleren we de foto's onmiddellijk op computermanipulaties en anekdotes. Is dat Chinese jongetje op krukken door To Sang voor het alpenweitje gezet omdat hij op skivakantie zijn been heeft gebroken? Heeft die kleuter met die alwetende blik misschien onderdelen van een volwassen gelaat aan haar gezichtje toegevoegd gekregen, met behulp van de paintbox?

Bij de foto's van To Sang blijkt alles naturel, en de door hem bij de modellen gezochte ensceneringen berusten op toeval. Maar zo decoratief als die omgevingen zijn, zo veelzeggend is de kleding. De door de geportretteerden gekozen garderobe is nooit zomaar 'mooi'. Ze is bepaalt door religie (het grieks-orthodoxe kinderpaar), door werk (de politieman in uniform) of door traditie (de Surinaamse vrouw). En als het geen formele kleding is dan is het resultaat meteen nogal onbestemd: de oudere man in nat de geregende, gevlekte groene jas, het jongetje met drie t-shirts over elkaar heen.

De foto's van een Surinaamse politieman en die van een Surinaams meisje zijn hoogtepunten van het boek. Met de ellebogen iets van het lichaam af, de pet achterop zijn hoofd en het overhemd gestreken, kijkt de agent zo zachtmoedig in de camera dat zijn blik onmiddellijk zijn zorgvuldig gecomponeerde professionele imago teniet doet. Het Surinaamse meisje staat in rode jurk, zwarte kousen en rode schoenen, de armen slap naar beneden, midden in het beeld. Van links komt zonder enige aanleiding een laag bakstenen muurtje het beeld in.

Waterval

Net als het Chinese jongetje, de wijze kleuter en de Surinaamse agent stap ik op een middag de fotozaak van To Sang binnen, die gevestigd is aan dat deel van de Albert Cuypstraat waar geen markt is. Bijna twee blokken lang is de straat hier gevuld met buitenlandse eethuisjes en beautycentra; Cambodja City. Gespecialiseerd in Vietnamese en Thaise Gerechten, Hair-Wigs-Beauty-Cosmetics, Mok San - afhaalcentrum.

Achter de winkel waar mevrouw To Sang sieraden en fotorolletjes verkoopt, is de studio. Door het fotoboek had ik onwillekeurig iets luxueus verwacht, een boudoir met weelderige draperieën en geschilderde decorstukken. Maar 'To Sang' is onverwarmd. Er zijn geen draperieën en er liggen tegels van zeil. Drie muren zijn beplakt met verschillende vergezichten: een waterval, een herfstig bos en het behang met de Alpen.

To Sang (1938) is afkomstig uit Kanton, China. In Hong Kong ontmoette hij zijn vrouw en samen vestigden ze zich later in Paramaribo waar ze een fotostudio begonnen. In 1979 kwamen ze naar Amsterdam. Het echtpaar spreekt geen vloeiend Nederlands en nadat ik heb verteld dat ik een portret wil ten voeten uit, overleggen ze samen even in het Chinees. Uiteindelijk kiest To Sang een grijze achtergrondrol, die als een tapijt over de vloer wordt uitgerold. Mevrouw To Sang zet er een rieten stoeltje op.

Ik vraag of het bakstenen muurtje, van de foto met het Surinaamse meisje er bij mag. Maar het muurtje is er niet meer. “Dat was in 1980,” zegt mevrouw To Sang veelbetekenend, alsof het algemeen bekend is dat bakstenen muurtjes juist in die tijd populair waren. De vaas met rode plastic appeltjes dan maar.

Als de lampen zijn ingesteld en ik eenmaal zit componeren meneer en mevrouw To Sang samen mijn houding. Benen gekruist of evenwijdig, voeten aangesloten of een stapje uit elkaar. To Sang kijkt door de camera en komt steeds weer teruglopen om die voeten anders te schikken. Zes, zeven keer knielt hij voor me neer. Mevrouw To Sang ondertussen let op de armen en handen. Ze is tevreden als de linkerhand op de rechterarm rust en de rechterhand op mijn knie. Maar dan loopt ze weg en komt even later terug met een zilveren ringetje. Voor de rechterhand, anders is-ie zo kaal.

Over mijn gezichtsuitdrukking, toch het moeilijkste onderdeel van het gefotografeerd worden, volgen nauwelijks aanwijzingen. “Lachen. Ogen open. Niet te ver,” zegt To Sang. Hij klikt. Eén keer. Twee keer. En hij is klaar. “De mooiste wordt uitgezocht, u kunt volgende week terugkomen om hem op te halen,” zegt mevrouw To Sang.

Teleurgesteld loop ik naar buiten. Nou moet ik nog dagen wachten voor ik kan zien wat To Sang en zijn vrouw bekokstoofd hebben. Wat het effect zal zijn van het grijze achtergronddoek en de rode plastic appeltjes. Of ik niet beweeg, knipper of wegkijk. Maar een ding weet ik al vast zeker: mijn voeten zullen onberispelijk zijn.