Een blaffende zoon; Richard Ford geeft zijn morele visie op Amerika

Richard Ford: Independence Day. Uitg. Knopf, 451 blz. Prijs ƒ 45,30. De Nederlandse vertaling verschijnt in februari bij uitgeverij Contact.

Frank Bascombe was 38 toen we voor het laatst van hem hoorden, en hij had net voor onbepaalde tijd zijn baan opgezegd als sportjournalist, of beter gezegd, (conform de titel van de roman van Richard Ford waarin hij de hoofdpersoon was:) sportschrijver. Hij woonde tijdelijk in Key West, Florida, had net een verhouding achter de rug met de veel jongere Catherine, en vroeg zich af of hij ooit nog terug zou gaan naar zijn vrouw en beide kinderen in Haddam, New Jersey.

In Independence Day, Richard Fords nieuwe roman, is Bascombe zes jaar ouder, maar slechts een fractie wijzer geworden. En ja, hij is teruggekeerd naar Haddam, naar hetzelfde huis, zij het dat vrouw en kinderen er niet meer wonen. Zijn baan als sportschrijver, die al een soort concessie aan de maatschappelijke realiteit vormde na zijn veelbelovend verleden als auteur van korte verhalen, heeft hij niet weer opgenomen. In plaats daarvan zit hij nu in de makelarij - een nog grotere concessie aan die realiteit - en we ontmoeten hem als hij, vlak voor de Amerikaanse nationale feestdag, een huis probeert te verkopen aan een echtpaar dat hem alle mogelijke aanleidingen biedt tot bespiegeling over het menselijke tekort.

Bascombe is, nu zijn huwelijk ontbonden is (waar hij het overigens moeilijker mee heeft dan zijn ex-vrouw, die hertrouwd is), nu zijn zoon Paul ernstige emotionele stoornissen vertoont die hem al op zijn vijftiende met de kinderrechter in aanraking brengen, en nu zijn relaties met andere vrouwen langs ingewikkelde lijnen van calculatie en misverstand verlopen, zijn 'existence period' binnengetreden. In zijn persoonlijke geschiedschrijving is dat het deel van zijn leven dat komt 'after the big struggle which led to the big blow-up', een periode in het leven die voorafgaat aan wat hij de 'permanent period' wenst te noemen, 'that long, stretchingout time when my dreams would have mystery like any ordinary person's'. Hij is bezig zich mentaal aan te passen aan de omstandigheden dat veel dingen in het leven niet zo lopen als hij het zich had voorgesteld. Sterker nog, hij moet met enige bravoure het gevoel onderdrukken dat het mooiste achter hem ligt. 'Een treurig feit van het volwassen leven is natuurlijk dat je de dingen waaraan je je nooit zult aanpassen al aan de horizon ziet verschijnen. Je ziet ze als de problemen die ze zijn, je maakt je er zorgen over, treft voorbereidingen, voorzorgen en maakt aanpassingen; je zegt tegen jezelf dat je je manier van doen zult moeten veranderen. Maar je doet het niet. Je kunt het niet.'

Er staan erg veel van dit soort bespiegelingen in Independence Day, en het is een problematiek die in de handen van veel schrijvers gemakkelijk de weg van het larmoyante of hilarische was opgegaan. Maar dit is geen komedie, zo weet de lezer al die The Sportswriter gelezen heeft en evenmin worden Bascombe's bespiegelingen over het leven getemperd door de ironie die in dit soort gevallen de meest voor de hand liggende uitweg biedt.

Ford weeft zijn hele verhaal, net als in dat vorige deel, rond de gebeurtenissen van slechts enkele dagen. Behalve de transacties rond het onroerend goed (niet een echt inspirerende problematiek) wacht hem een afspraak met Sally Caldwell, met wie hij wanhopig probeert vonken te laten overslaan, en een sportief weekend met zijn zoon Paul, inclusief bezoeken aan de Halls of Fame van Amerika's favoriete sporten.

Die jongen, rond wie zich (uiteraard, zou ik bijna zeggen) het dramatische hoogtepunt van dit boek voordoet, is neergezet met een authenticiteit die bijna beangstigend is. Hij is nog maar kort geleden zijn tweede vader te lijf gegaan, hij treurt nog steeds om zijn jaren tevoren overleden hond, blijkbaar meer dan om zijn overleden broer, en er zijn aanwijzingen dat dat misschien iets te maken heeft met het feit dat hij af en toe, meer of minder heimelijk, begint te blaffen. Met zijn adolescente associaties, zijn tics en zijn zweetlucht is het een van de meest onthutsende portretten die Ford heeft gecreëerd; zozeer dat Bascombe's afkeer van zijn zoon tegelijk bijna pijn aan de ogen doet én uiterst navoelbaar is, wanneer hij bijvoorbeeld concludeert dat een bezoek aan de Hall of Fame de ideale manier vormt om een zoon af te leiden van zijn problemen en van goede raad te voorzien - 'if, that is, one's son weren't an asshole.'

Er zijn een paar andere figuren die opduiken en weer verdwijnen in dit curieus plotloze boek en die bijna even overtuigend zijn: Mr. Tanks, de zwarte chauffeur die Bascombe ontmoet op de plek waar net een moord is gepleegd, en die in zijn vrachtwagen gezelschap wordt gehouden door een gele kat met een goudkleurige halsband; een bejaarde huiseigenaar; een receptioniste die hem in korte tijd met de neus op erg veel feiten drukt.

De parallellen in opzet met The Sportswriter zijn evident en lijken door de schrijver bewust aangebracht. Veel reflectie rond weinig handeling, een enkele dramatische gebeurtenis die voorafgaat aan een coda dat, in dit geval, in een fenomenale laatste pagina uitmondt. Opvallend is verder dat de Walter uit dat eerste boek, die zelfmoord pleegt op een verrassende manier, zijn pendant hier vindt in Irv Ornstein, ook al een man die het ouder worden kwetsbaarder ondergaat dan de hoofdpersoon.

Fords Bascombe roept, onherroepelijk herinneringen op aan Harry Angstrom oftewel Rabbit, de al even weinig uitzonderlijke Elckerlyck die we in handen van John Updike tot vier maal toe een decennium ouder hebben zien worden. Maar Rabbit is cynischer, opportunistischer en heeft van zijn leven beter onder controle; ook kan ik me ook niet aan de indruk onttrekken dat Fords hoofdpersoon wat vagere contouren heeft waardoor zich hier, nog meer dan in The Sportswriter, een gebrek aan plot wreekt.

Ook heb ik mijn twijfels over de continuïteit van Frank Bascombes karakter: de verwijzingen naar de dood van zijn derde kind zijn te verplicht; bij de bezoeken aan de sportieve monumenten die vader en zoon aandoen zijn meer associaties met Bascombes professionele verleden te verwachten; en in zijn visie op zijn ex-echtgenote is hij allesbehalve consequent.

Maar dan: welke man in zijn 'existence period' is dat wèl? Wat blijft is Richard Fords dwingende, morele visie in zijn uitbeelding van het hedendaagse Amerika. Het is die visie die, net als in zijn andere werk (waarvan ik de verhalenbundel Rock Springs nog steeds het hoogtepunt blijf vinden) vele pagina's een extra lading lijken te geven, zonder dat ze Frank Bascombe vooralsnog tot een onvergetelijke figuur maken. Als mentaliteitsgeschiedenis mag het boek misschien sterker zijn dan als literaire prestatie, een prestatie blijft het.