Dolende Democraten

D66 STAAT VOOR NIETS. Deze ironische dubbelzinnigheid werd in 1994 iets te subtiel geacht om als verkiezingsleuze voor D66 te dienen. De zelfspot haalde het slechts als titel van een boekje bestemd voor het partijkader. Daar kon het niet tot misverstanden leiden. Men kent immers het verwijt maar al te goed. De vraag 'waar staat D66 voor?' achtervolgt de partij al sinds haar oprichting, inmiddels bijna dertig jaar geleden. D66 heeft het al die jaren meer van uitstraling dan van programma-punten moeten hebben. Partijleider Van Mierlo heeft dat ook altijd grif toegegeven, allergisch als hij is voor zaken als beginselprogramma's. Pragmatisme is wat hem betreft en veel van zijn volgelingen van het eerste uur nu eenmaal het wezenskenmerk van D66.

Waar vaste grond ontbreekt, wil grilligheid en onduidelijkheid nogal eens het gevolg zijn. D66 heeft dat zelf meer dan eens kunnen ervaren. Als het om de kiezersgunst gaat kent de partij slechts grote hoogten en diepe dalen. Geleidelijke ontwikkelingen zijn de partij vreemd. Wat dat betreft is er momenteel bij D66 iets a-typisch aan de hand. In de peilingen staat de partij, na de verdubbeling bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer van 1994 van twaalf naar 24 zetels, op een marginaal verlies van twee zetels. En toch is er bij D66 de laatste weken sprake van toenemend ongemak. DAT GEVOEL IS ook verklaarbaar. Wat al van diverse kanten voor en tijdens de kabinetsformatie werd voorspeld, doet zich nu in toenemende mate voor. In de titanenstrijd tussen PvdA en VVD, de beide antipoden in het 'paarse' kabinet, is geen plaats weggelegd voor D66. De totstandkoming van het voor de Nederlandse verhoudingen zo bijzondere kabinet is zonder meer de verdienste geweest van D66. Met de 'paars-of-niets'-houding heeft D66, onmisbare schakel voor het kunnen vormen van een meerderheidskabinet, PvdA en VVD vorig jaar tot elkaar veroordeeld. Dankbaarheid is in de politiek een onbekende eigenschap. D66 ondervindt dat telkens weer in de coalitie. De twee andere coalitiepartners dulden D66 eerder dan dat zij de partij als een volwaardige partner beschouwen. Sterker nog, waar het kan laten PvdA en VVD het niet na D66 te kleineren. De benaming 'junior-partner' van PvdA-fractievoorzitter Wallage als hij het over D66 heeft, is in dit opzicht veelzeggend genoeg. De opmerking van VVD-Kamerleden dat in een volgende kabinetsperiode de sociaal-liberale samenwerking ook heel gemakkelijk zonder D66 kan worden voortgezet, past in hetzelfde patroon.

De superieure benadering van D66 door PvdA en VVD komt voort uit eigen belang. Uit diverse onderzoeken blijkt dat D66 bij een zeer aanzienlijk deel van het electoraat de partij is van de tweede keuze. D66 is kortom ieders concurrent en dat geldt nog eens extra voor PvdA en VVD. Daarbij komt nog dat D66 zich gemakkelijk in de ondergeschikte rol laat drukken. De complete paniek die binnen D66 uitbreekt als de partij onder vuur wordt genomen, is voor de politieke concurrentie vaak een extra stimulans om nog even door te gaan. TOT ZOVER NIETS nieuws. Verontrustend is wel dat D66 niet leert van de geschiedenis. Onbegrip gevolgd door onzekerheid is ook nu weer de reactie van de Democraten op de boze buitenwereld. De houding van D66 in het gisteren begonnen debat over de winkeltijden is hiervoor karakteristiek. Eindelijk komt er ruimte voor veel flexibeler openingstijden. Maar in plaats van deze doorbraak onder auspiciën van een D66 minister van economische zaken te beklemtonen, maakt de partij zich boos over een wijzigingsvoorstel van de PvdA om winkels slechts twaalf zondagen per jaar open te stellen. Dit amendement kan in de Kamer op een meerderheid rekenen. Door dit punt zo op te spelen is D66 straks niet de winnaar maar de verliezer van het debat over de winkeltijden.

De omgang met de macht is voor D66 nog steeds een probleem. Het veilige midden houden tussen PvdA en VVD is onvoldoende voor een eigen sterke en herkenbare positie. Het is de vraag of de partij wel zo blij moet zijn met het gegeven dat een akkoord tussen PvdA en VVD altijd in de buurt ligt van wat D66 voorstaat. Het zou betekenen dat het compromis het leidende beginsel voor het politiek handelen is geworden.

De ruimere openstellingstijden voor winkels komen er aan. Het correctief wetgevingsreferendum ligt binnen handbereik. D66 kan beide onderwerpen voor zichzelf opeisen. Maar wat dan, als ook nog Van Mierlo, het boegbeeld van de partij, er mee stopt? Verongelijktheid over de houding van andere partijen is een te smalle basis om als partij te functioneren. Het is daarom de hoogste tijd dat de Democraten op zoek gaan naar een nieuwe reden van bestaan. D66 staat voor niets. De partij weet als geen ander hoe snel deze ironie, als het gaat om Kamerzetels werkelijkheid kan worden.