De machine en de media: het instant-spektakel van Greenpeace

De tentakels van Greenpeace reiken tot in cyberspace. Wie de protestvloot tegen de Franse kernproeven op het atol Mururoa van dag tot dag wil volgen, kan op de Greenpeace-pagina's van het Internet een kaart van de Pacific vinden met daarop de exacte posities van de 33 deelnemende schepen.

Het lijkt wel een spelletje zeeslag. In de digitale wereld - èn in werkelijkheid - is Frankrijk aan de winnende hand. De Rainbow Warrior is door de Franse marine geënterd en naar het eiland Hao gesleept, zo ook de MV Greenpeace, de Beluga en de Vega. Een icoontje (computersymbool) van een brand-aan-boord geeft aan dat de schepen 'verloren' zijn gegaan. Tot overmaat van ramp heeft president Chirac op 5 september de eerste van een serie kernproeven genomen. Game over, zou je zeggen.

In de Polynesische wateren heerst sindsdien een opvallende radiostilte. Greenpeace, 25 jaar oud, denkt na over de te varen koers. Veel ging er goed het afgelopen jaar, veel ging er fout. Deze zomer nog, na de daverende overwinning op Shell - die ervan afzag om het booreiland Brent Spar in zee te dumpen - nam het Britse weekblad The Economist Greenpeace op de schouders: Shell kon nog veel leren van het superieure management van de 'multinational Greenpeace'.

Maar van de ene op de andere dag verspeelde de rebellenclub de goodwill van de pers. De ellende begon toen Greenpeace-Londen in een excuusbriefje aan Shell toegaf dat het verkeerde cijfers over de hoeveelheid olie in de opslagtanks van de Brent Spar had verspreid. De pers, die altijd in de rij had gestaan om het instant-spektakel van Greenpeace te verslaan, keerde zich ineens af. “We hebben nooit genoeg afstand gehouden tot Greenpeace”, zo zei Richard Sambrook, hoofd nieuwsgaring van de BBC. “Achteraf heb ik het gevoel dat we voor het karretje van de beweging zijn gespannen.”

Vanzelfsprekend gaat er achter de helden in rubberbootjes een hele machinerie schuil. Een strak geleide pr-onderneming, zeggen sommigen. Maar maakt die zich schuldig aan manipulatie? Of wekt Greenpeace - met zijn aura van het eeuwige gelijk - gewoon te hoge verwachtingen?

Een stunt van Greenpeace verloopt steevast als een spannend stripverhaal, zegt professor Egbert Tellegen, hoogleraar milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam. “Aan de ene kant heb je de held (Greenpeace) en aan de andere kant de boef (de vervuiler). Al dan niet bewust wordt er gebruik gemaakt van het David versus Goliath-effect.”

De cartoon-formule is simpel. Allereerst kies je een pakkend thema: walvisjacht, smeerpijperij, straling. (De kwalijke kanten van vlees-eten, skiën of vliegen laat Greenpeace over aan het doemdenkende deel der milieubeweging). Cees van Woerkum, professor in de voorlichtingskunde aan de Landbouwuniversiteit van Wageningen, zegt dat de keuze van een Greenpeace-thema niet per se wordt ingegeven door milieu-criteria. Niet zelden speelt de verkoopbaarheid een beslissende rol. “Dat noem ik geen opportunisme, maar realisme”, zegt Van Woerkum. “Het primaire doel van een Greenpeace-actie is het genereren van publiciteit. Publiciteit dus als doel op zichzelf. En ik moet zeggen: daar zijn ze verdraaid goed in.”

Toch lanceert Greenpeace ook wel eens non-starters. Zo bleek de campagne rond het thema 'klimaatsverandering' niet aan te slaan. Het marktonderzoekbureau Motivaction kreeg de opdracht om uit te zoeken waarom. De uitkomst? De gemiddelde Nederlander weet niet wat het verschil is tussen het gat in de ozonlaag en het broeikaseffect, en ziet al helemaal geen verband tussen uitlaatgassen en overstromingen.

Omdat sommige thema's te abstract en te moeilijk zijn wil Greenpeace voortaan vaker marktonderzoek vooraf laten doen. “We willen het kennisniveau over bepaalde onderwerpen meten, om daarbij te kunnen aansluiten”, zegt Bert Cocu, hoofd van de afdeling fondsenwerving en marketing van Greenpeace Nederland. “Niet om de lastige vraagstukken uit de weg te gaan.”

Per half jaar kiest Greenpeace een aantal 'speerpunten' waarop de acties zich zullen toespitsen. Dreigt een speerpunt de media-aandacht van de andere weg te trekken, dan stelt Greenpeace International, gezeteld aan de Amsterdamse Keizersgracht, een pikorde vast waar alle lokale vestigingen zich aan te houden hebben. Zo moest een geplande campagne tegen illegale drijfnetten-visserij deze herfst pas op de plaats maken voor Mururoa. En: Greenpeace Londen stortte de helft van haar budget voor zonne-energie in de kas voor actie tegen het nucleaire testprogramma van Frankrijk.

Voor elke actie, hoe beperkt ook, schrijft Greenpeace een draaiboek. “We bedenken een eindscenario waarin ook de verwachte reactie van de autoriteiten is verwerkt”, vertelt Franscé Verdeuzeldonk, mediavoorlichter van Greenpeace Nederland. Journalisten zijn voor haar vips en bondgenoten tegelijk, die ze thuis opbelt om te vragen hoe het ermee gaat. Ze worden op hun wenken bediend en zelfs met hun speciale wensen kan rekening worden gehouden. Een voorbeeld: daags na de eerste kernproef ketenden tientallen vrijwilligers van Greenpeace zich met 'neksloten' aan het hek van de Franse ambassade in Den Haag. Met enige fanfare werd het terrein uitgeroepen tot 'besmet gebied'. Zeggen de van tevoren ingeseinde tv-ploegen: “Is dit alles?”

“Ja zeg, 't is geen toneelstukje”, had Verdeuzeldonk nog gezegd, maar even later had ze toch een vervolg verzonnen. Cameramensen willen nou eenmaal bewegende beelden, en die konden ze krijgen. “Loop onopvallend richting de hoofdingang”, had ze de journalisten ingefluisterd. “Als je straks een fluitje hoort begint het.” Op het afgesproken teken bestormden de actievoerders de deur van de ambassade, er volgde geschreeuw en getrek, kortom iets wat er op het journaal uitzag als een ouderwets opstootje.

De drang om journalisten te behagen is Greenpeace in de Stille Zuidzee fataal geworden. Althans, de bemanning van de MV Greenpeace (een motorschip compleet met heli-platform, straalverbindingen voor de pers en leeftocht voor enkele maanden) is daarin te ver gegaan. Om de talrijke cameraploegen van beelden te voorzien waren de actievoerders - tegen de orders van het Amsterdamse hoofdkwartier in - met hun helikopter de twaalfmijlszone rond Mururoa binnengedrongen. De Franse marine greep die schending aan om het moederschip aan de ketting te leggen, waardoor de duurste campagne uit de geschiedenis van Greenpeace (25 miljoen gulden) in het water viel.

“De bemanning heeft meer geluisterd naar de journalisten aan boord dan naar hun bazen in Amsterdam”, concludeert professor Tellegen, die college geeft over Greenpeace. “Uit gretigheid hebben ze hun hand overspeeld.”

Volgens de Groningse mediasocioloog Peter Hofstede weet Greenpeace als geen ander hoe je reality tv maakt. “Beelden van een gillende juffrouw - het scoort enorm, maar het gevaar bestaat dat het middel een doel op zich wordt: het grote publiek van sensatie voorzien. Die sensatie staat dwars op de hogere doelen die men zegt na te streven.”

Wereldreligie

Greenpeace, zegt Hofstede, begint zo langzamerhand de contouren van een wereldreligie aan te nemen. In tijden van secularisatie geven milieu-activisten aan wat goed en kwaad is. Ze buiten het martelaarschap uit. Hofstede: “Greenpeace vult de leemte die is ontstaan na het wegvallen van de tegenstelling kapitalisme-communisme.” En net als de kerk moet de organisatie het hebben van het 'penninkske der kleine luiden' (te weten: drie miljoen donateurs, die samen goed zijn voor tweehonderd miljoen gulden per jaar).

Bij die kerkse status hoort wat Hofstede noemt 'een pauselijke onfeilbaarheid'. En dat schept torenhoge verwachtingen. De verspreiding van de foute schattingen over de olieresten in de Brent Spar is daarom afgestraft. De CDA-fractie in de Tweede Kamer vindt dat de geloofwaardigheid van Greenpeace door die faux pas “ernstig is aangetast”.

Hoofdredacteur Marjan Smeitink van de Greenpeace-donateurskrant gaat een eind mee in de gedachtengang van Hofstede. “De verering voor Greenpeace nam tijdens de Brent Spar-actie soms bijna griezelige vormen aan (...) Maar zoals zo vaak volgde op deze bijna-heiligverklaring een periode van ongenuanceerde kritiek. Alsof de door pers en publiek opgerichte sokkel zo snel mogelijk en met veel geraas weer moest worden afgebroken”, schrijft ze als hoofdcommentaar in het laatste kwartaalnummer van dit jaar.

Greenpeace, zo legt Smeitink uit, heeft wel een missie, maar is niet heilig. “Het is een organisatie waar gewone mensen gewone fouten maken.” Professor Tellegen uit Amsterdam: “Ik voel weerstand in me opkomen nu allerlei mensen ineens roepen dat de informatie van Greenpeace niet klopt. Misplaatste kritiek vind ik dat. Het ging om het signaal dat je geen afval in zee mag donderen. Niemand mag dat, dus ook Shell niet.”

Greenpeace is zich aan het herbezinnen over haar rol in de wereld. Het donateursbestand en de inkomsten lopen terug, er vallen ontslagen. Hengelen naar giften en legaten wordt ongetwijfeld een kernactiviteit. De interne strijd tussen de schipperstruien (actievoerders die de compromisloze confrontatie zoeken), en de colbertjes (softere types die ook milieuvriendelijke produkten willen ontwikkelen), lijkt definitief beslecht in het voordeel van de laatsten. Na de CFK-loze koelkast heeft Greenpeace nu ook een auto gepresenteerd die 1 op 30 moet gaan rijden - die kant zal het opgaan.

Toch hebben de echte actievoerders, koppig als kapitein Haddock uit de boeken van Kuifje, zich nog niet gewonnen gegeven. In zijn cel op het atol Hao heeft kapitein Jon Castle van de Rainbow Warrior een dagboek bijgehouden dat op het Internet is te raadplegen. Met een druk op de knop kun je de verweerde kop van Castle op het scherm toveren. Nog een toets en de video van de entering van de Rainbow Warrior begint: Franse kikvorsmannen glibberen over het dek en gooien een traangasgranaat de stuurhut in. De rook vult het beeld totdat alles wit is.