De binnenkant van Brazilië

INEKE HOLTWIJK: Kannibalen in Rio. Impressies uit Brazilië

260 blz., Prometheus 1995, ƒ29,90

Caboco Capiroba was dol op Hollanders. Deze Indiaanse kannibaal uit de 17-de eeuw, hoofdpersoon in een Braziliaanse roman van Joao Ubaldo, kreeg de smaak te pakken van het tere, zachte Hollandse mensenvlees. Zo is het nog steeds. Brazilië verorbert mensen, het land verslindt, reproduceert en kruist klanken en culturen. “Heb ik het fout of eet dit land je langzaam op”, vraagt Ineke Holtwijk zich af in het begin van Kannibalen in Rio, haar zojuist verschenen speurtocht naar de diepste diepten van de Braziliaanse ziel. “Mijn wang voelt nat. Mijn god, wat doet dit land met mij?” schrijft ze tegen het slot van haar adembenemde boek.

Zes jaar geleden is Ineke Holtwijk als journalist vertrokken naar Brazilië, waar ze werkt voor de Volkskrant en Elsevier. Ze heeft zich met gretigheid in het 'tropicalisme', het Braziliaanse carnavaleske levensgevoel en de fascinatie voor ambiguïteit gestort. Brazilië is een land dat kiest niet te kiezen, zoals ze de gerespecteerd socioloog Roberto da Matta laat zeggen. Het is het land van de dubbele identiteit, van het plezier in half-half. De grenzen en normen zijn vervaagd, tussen mannen en vrouwen, goed en kwaad, vreugde en tragedie, orde en chaos, arm en rijk, tussen deugd en ondeugd. Krankzinnigheid

Voor Nederlandse calvinisten is dat al eeuwen een cultuurschok. “Aan de andere kant van de evenaar bestaan geen zonden”, noteerde de geschiedschrijver Barlaeus al in de zeventiende eeeuw. Tegenwoordig zingt Chico Buarque, een van Brazilië's muzikale wonderen, “Onder de evenaar bestaat geen zonde”. Hij zingt trouwens ook over “Ana van Amsterdam, Ana van vijf minuten”.

Ineke Holtwijk heeft een feilloos gevoel voor de Braziliaanse krankzinnigheid en ze weet het trefzeker op te schrijven. Moeiteloos laveert ze van de chaotische aankomst naar een tropische zondvloed in Rio de Janeiro, waar ze woont en waar twaalf van de veertien hoofdstukken van het boek zich afspelen. Ze gaat dansen in de 'gafiera', de volkse danshall waar hondervijftig verschillende sambaritmen worden gespeeld, ze beschrijft de neurose van geweld en ze probeert (tevergeefs) deel te nemen als figurant in het jaarlijkse carnaval, de grootste show ter aarde. Ze doet verslag van de gekte die bezit neemt van Brazilië tijdens het wereldkampioenschap voetballen in 1994 en hoe de wereldbeker vele keren belangrijker is dan de introductie van een nieuwe munt. Ze beschrijft hoe de moord op een populaire ster uit een televisieserie de val van de president uit het nieuws verdringt.

In twee hoofdstukken maakt Holtwijk uitstapjes naar het binnenland. Eén gaat over het rauwe bestaan van de smaragdenmijnwerkers, een ander over de Afrikaanse wortels van Brazilië in de stad Salvador da Bahia en over de zwarte magie, de bezetenheidsgodsdiensten die grote groepen Brazilianen in hun ban hebben. En verder is haar boek, zoals Brazilië, doordesemd van de erotiek.

Geen stad ter wereld is zo erotisch geladen als Rio de Janeiro. Copacabana, de kilometerslange wijk langs het strand, is de grootste openluchttempel ter wereld voor de eredienst aan het lichaam. Met ieder jaar een nieuwe modegril, vorig jaar was dat het 'maanlichtbad' in de oceaan. Na de dansavond om vier uur 's ochtends naar de branding.

Begeerte is een bewijs van levenslust, verleiden en verleid worden een nationale passie. Alles kan, alles mag en alles gebeurt. 'Carnaval is liefde', zegt iemand, 'Carnaval is oorlog', zegt een ander en beide beweringen zijn waar. De Carioca's, de bewoners van Rio, leven in een hogedrukketel van relaties. Mannen beminnen vrouwen niet, ze 'eten' ze. Omgekeerd trouwens ook. En alles wat daar tussenin zit. Brazilië telt het grootste aantal travestieten ter wereld. “Een man kan alles beter, zelfs vrouw zijn”, zegt de presentator van een populaire televisieshow met travestieten.

Binnenkant

Ineke Holtwijk beschrijft de binnenkant van Brazilië, de kant van het volk, van de hoeren en de carnavalsvierders, de gelovigen in Candomblé en de straatdieven. Dat doet ze zonder vooringenomenheid, maar met nieuwsgierigheid naar de manier hoe een andere wereld overleeft. En daarbij weet ze de juiste toon te treffen met zinnen als: “In Bahia is de trommel de stem van de goden”; “Doden vergeet Brazilië snel, doelpunten niet”; en “Het is begin december en carnaval hangt in de lucht. Op de radio is het samba voor en na het nieuws”. Dit ìs Brazilië.

De ellende, de ongelijkheid, de machtswellust en willekeur zijn in het boek zonder ophef verweven. Ineke Holtwijk heeft respect voor haar onderwerp, wat er ook gebeurt - en er overkomt haar ongelooflijk veel. Ze oordeelt niet, ze verorbert Rio de Janeiro zoals het is. Met al zijn emoties, genegenheid en waanzin waarmee Nederland geen raad weet. Daarmee is Kannibalen in Rio niet alleen een genot om over Brazilië te lezen, maar ook een spiegel om Nederland voor te houden.