Bronbeek, spel met identificatie en doodsangst

Bronbeek of Mannen op de Maan, zondag, Radio 4, 17.00u.

De toon is meteen raak, zij het dat de stemmen niet aldoor even goed verstaanbaar zijn: vier oude mannen, diep in de tachtig, mopperen, zeuren en klagen. Ze zijn bewoners van Bronbeek, het landgoed nabij Arnhem waar KNIL-veteranen hun laatste levensjaren slijten in een entourage van koloniale grandeur en militaire misère. Iedereen die naar het hoorspel Bronbeek of Mannen op de Maan luistert, zou zich een nauwkeurig beeld van dit verblijf moeten kunnen vormen. Weet in elk geval dat het museumgedeelte op de eerste verdieping de herinnering hoog houdt aan grootse daden in de kolonie, en dat de oud-militairen daar ronddwalen in hun eigen triomfantelijke, maar tegenwoordig steeds meer beladen verleden.

De vier karakters, gespeeld door Peter Aryans, Jaap Hoogstra, Paul van der Lek en Frans Kokshoorn, besluiten op 19 juli 1969 tot laat in de nacht op te blijven om de maanlanding van Neil Armstrong op de televisie bij te wonen en toe te kunnen juichen. Ze verkeren in hevige opwinding, temeer omdat er zich allerlei parallellen aftekenen tussen hun koloniale verleden, waarin ook expedities ondernomen moesten worden, en de expeditie naar de maan die de astronauten voltooiden. Auteur Hans Sibarani (1958) speelt een spel met identificatie en herinnering, met schuld en doodsangst.

“Waar gehakt wordt, vallen spaanders”, is een van de veelge hoorde, bij veteranen geliefde uitspraken over hun militaire ingrijpen in het voormalige Nederlands-Indië. Ook in deze uitzending klinken deze woorden. De mannen zijn verbitterd over de loop die de geschiedenis heeft genomen. Ze voelen zich door de hoge heren, die stevig in het zadel zitten, verraden. Want zij kennen de doodsangst niet, die hen nog altijd tot in hun dromen achtervolgen. Bovendien: de verantwoordelijkheid lag toch bij een regering die weigerde de betrekkingen tussen Indië en het moederland in goede, vredelievende banen te leiden.

In het begeleidende schrijven bij het hoorspel, geregisseerd door Marlies Cordia, staat dat de vier personages hardnekkig weigeren 'de balans op te maken'. Ik twijfel eraan of dat waar is. Ze zijn zo geobsedeerd door het Indische verleden en hun positie daarin, dat elke uitspraak die ze doen onontkoombaar het opmaken van de balans is. Natuurlijk, toen zij op missie gingen was niemand verantwoordelijk, niemand schuldig, want ze handelden in naam van volk en vaderland. Zo is hun overtuiging. Hun leven was tot dan toe in Nederland schuldeloos verlopen, en draaide ginds in de tropen van het ene moment op het andere om in een leven waarin oorlog en dood de hoofdrol vervullen. Zo botsen in dit hoorspel verschillende mythen met elkaar. Enerzijds die van de onschuld der militairen en hun onwetendheid, anderzijds de mythe van de keiharde, nietsontziende soldateske bravoure - en door alles heen resoneert hoe dan ook het onverwoestbare optimisme dat Nederland in Indië iets 'grootsch' heeft verricht. Omdat de kaarten zo dudelijk op tafel liggen en de verhoudingen tussen de karakters zo zijn uitgekristalliseerd, nadert dit hoorspel bijna het genre van een discussiestuk. Daardoor is de zwaarte ervan groot. Ik vraag me af welke de band is tussen de auteur en zijn onderwerp; is dat louter een verstandelijke benadering of zijn er onvervreemdbaar eigen emoties in het spel, zoals enige tijd terug bij Het Gedruisch van Peter te Nuyl. Ik ben geneigd voor het eerste te kiezen.

De sfeer van de vier mannen in dat verzorgingstehuis is goed getroffen; ze leven er van alles vervreemd, van Indië, van de Nederlandse samenleving en tot slot van hun eigen herinneringen en zelfs van elkaar. Ze zijn verwikkeld in een absurd spel, want een maanlanding is natuurlijk geen KNIL-actie. Bij de tweede vallen immers moedwillig doden. Hierdoor lopen de parallellen scheef. Het slot waarin de lijnen betrekkelijk moeiteloos samenkomen maakt echter veel goed. Een van de veteranen spreekt pure poëzie uit als hij de dansende passen van de eerste mens op de maan vergelijkt met een vederlicht, schuldeloos spel in de ruimte, in het luchtledige, daar waar de wetten van de zwaartekracht niet gelden. En die zijn, vertaald naar hun levens, dood, angst, ouderdom. In het beeld van de man op de maan lost alle zwaarte op.