Bosnische Serviërs onder druk alsnog achter akkoord

BELGRADO, 24 NOV. De leiders van de Bosnische Serviërs stemmen - onder zware druk van Servië - alsnog in met het vredesakkoord van Dayton. Dat is gisteren gezegd na besprekingen, in Belgrado, van die leiders met de Servische president, Slobodan Milosevic.

De leiders van de 'Servische Republiek' in Bosnië hadden zich aanvankelijk in scherpe termen uitgelaten tegen het vredesverdrag. Gisteren riep Milosevic de hele leiding van de 'Servische Republiek' naar Belgrado. Van de delegatie maakten onder anderen 'president' Radovan Karadzic en de meest radicale leden van de leiding, 'vice-presidente' Biljana Plavsic en 'parlementsvoorzitter' Momcilo Krajisnik, deel uit. Of legerleider Ratko Mladic ook aan het overleg deelnam is niet duidelijk.

Na het beraad bleken de Bosnische Serviërs alsnog te hebben ingestemd met het akkoord van Dayton. Volgens het persbureau Tanjug was op de bijeenkomst “vastgesteld dat het akkoord een historische daad in het belang van de vrede is”. De leiding van de Bosnische Serviërs meldde het akkoord “in zijn volledigheid te zullen uitvoeren, hoewel het enkele oplossingen bevat die erg pijnlijk zijn”. “We hadden geen keus. We moeten alle punten van het vredesakkoord accepteren”, zo citeerde Tanjug een van de leden van de Bosnisch-Servische delegatie.

De lokale leiders van drie door de Serviërs beheerste voorsteden van Sarajevo hebben zich gisteren fel uitgesproken tegen de in het akkoord van Dayton opgenomen bepaling dat heel Sarajevo weer onder gezag van de centrale Bosnische regering moet komen. De lokale leiders eisten dat het leger van de Bosnische Serviërs zijn aanwezigheid in de Servische voorsteden versterkt. In een van de voorsteden, Grbavica, werd gisteren langs de frontlijn met lichte wapens geschoten. Soldaten van het leger van de Bosnische Kroaten, het HVO, zijn bezig met een campagne van plundering en brandstichting in gebieden in het noordwesten van Bosnië die ze op grond van het vredesverdrag van Dayton aan de Bosnische Serviërs moeten afstaan. Dat hebben woordvoerders van de Verenigde Naties vandaag bekendgemaakt. Het gaat vooral om de steden Mrkonjic Grad en Sipovo, die de Bosnische Kroaten in de nazomer op de Bosnische Serviërs hebben veroverd. De oorspronkelijke Servische bevolking is deze steden toen ontvlucht. VN-woordvoerder Ivanko zei dat de Kroaten op grote schaal huizen in brand steken. (Reuter, AP, AFP)