Banken zetten conglomeraat met rug tegen de muur; Onttakeling van Begemann gaat een nieuwe fase in

ROTTERDAM, 24 NOV. De onttakeling van het eens zo wijd vertakte industriële conglomeraat Begemann is met de voorgenomen verkoop van Holec International (eletrotechniek) een nieuwe fase ingegaan. Bij Holec werkt een kwart van het personeel van Begemann. De activiteiten zijn goed voor ongeveer 20 procent van de concernomzet van bijna 1,67 miljard gulden. Na de verkoop van Holec houdt Begemann in Nederland twee activiteiten van enige omvang over plus een hoop kleine bedrijven: Holec Machines en Apparaten, de kern van de zogeheten Railgroep (bijna 1200 mensen), in Ridderkerk, en de werf RDM. Verder is het concern nog steeds eigenaar van de Belgische onderneming VCST (producent van versnellingsbakken), die in de etalage staat. België is tevens het toneel voor een schadeclaim tegen de overheid van 230 miljoen gulden. Begemann claimt het bedrag omdat de Belgische overheid geen steun meer wilde geven aan de voormalige Begemann-dochter Boelwerf.

Na de verkopen lijkt Begemann steeds meer het spiegelbeeld te worden van het doel dat vorig jaar nog werd nagestreefd. Toen zette Begemann alles op koppeling van de Railgroep, die treinstellen ontwerpt en fabriceert, aan Deutsche Waggonbau. Nu lijkt Begemann zoveel mogelijk dochters te verkopen om met de Railgroep als kern verder te kunnen als een industriële participatiemaatschappij.

Het concern heeft op korte termijn echter weinig te willen. Begemann staat met de rug tegen de muur. Begin juni zei Begemann-president A. Deleye dat het concern zeker voor 200 miljoen gulden bezittingen moet verkopen om zijn bankschulden te verminderen. Deze leningen nekken Begemann: in het eerste halfjaar slokte de rente op de leningen bijna de hele winst vóór belastingen op. De vrijheid van het concern is door de bankiers - onder leiding van ING Bank - volledig ingeperkt. Kopen is er niet meer bij, bedrijven verkopen, luidt het dictaat. Eerder dit jaar stootte Begemann zijn cd-fabrieken (Docdata) af naar een consortium van financiers onder leiding van CVC en de managers van Docdata. Holec International gaat nu dezelfde weg: naar de participatiemaatschappij van de Zwitserse bank UBS. En twee jaar gelden verkocht Begemann via een vergelijkbare constructie zijn dochter Smit Transformatoren (bouw transformatoren). Ook daar leidde CVC het financiersconsortium. ABN Amro en CVC brachten Smit Transformatoren snel naar de effectenbeurs. Dat liep op een debâcle uit.

De 1500 werknemers van Holec zijn gewaarschuwd. Ook hun nieuwe aandeelhouder, UBS, wil het bedrijf naar de beurs brengen, zo zegt N. Eektimmermans, bestuurder van de Industriebond FNV. UBS heeft bij de eerste presentatie afgelopen woensdagavond wel toegezegd daar drie tot vijf jaar de tijd voor te nemen. “Het was een nette presentatie van twee echte Engelse heren”, vertelt Eektimmermans. “Wij hebben toch een zorgelijke ondertoon over de werkgelegenheid. De gewenste rendementsverbetering voor een beursgang wordt in negen van de tien gevallen gezocht in de werkgelegenheid.”

Zo graag als de banken vroeger met Begemann zaken deden, toen Joep van den Nieuwenhuyzen nog de drijvende kracht was, zo happig zijn nu de participatiemaatschappijen, soms van dezelfde banken die Begemann eerst van zoveel kredieten voorzagen, om de brokstukken op te rapen. Zo heeft het in België verbazing gewekt dat UBS, die het prospectus voor de verkoop van VCST heeft geschreven, nu in Nederland Holec zal overnemen.

Nog voor de gerechtelijke problemen voor Van den Nieuwenhuyzen begonnen als gevolg van de HCS-voorkennisaffaire (die sinds 1991 loopt) was duidelijk dat Begemann verder was gesprongen dan zijn financiële polsstok toestond. Door de affaire verloren beleggers en bankiers het vertrouwen in de “bedrijvendokter”. De financiering van Begemann bleef in het ongerede en Van den Nieuwenhuyzen ambitieuze expansieplannen leden schipbreuk.

De uitverkoop van activiteiten moet de schuldenlast van Begemann verder reduceren. Dat het nu menens is blijkt wel uit het feit dat Begemann niet meer, zoals de afgelopen jaren, tot vlak voor de jaarwisseling kan wachten met de verkopen. Begemann heeft daarin ongekende creativiteit geëtaleerd. Vorig jaar duurde het tot de laatste dag van het jaar voordat in grote lijnen duidelijk was welke bedrijven tegen welke prijs aan welke gegadigde zouden worden verkocht.

De ernst van de huidige financiële situtie is de afgelopen weken al pregnant naar voren gekomen door de faillissementen van drie dochters van Begemann: een in Nederland en twee in België. Het was overigens niet de eerste keer dat Begemann - die zich mag tooien met het predikaat Koninklijk - op deze manier aan de maatschappelijke noodrem trok. Ook drie jaar geleden gingen al twee Nederlandse dochters failliet toen Begemann na aanhoudende verliezen niet langer de financiering wilde voortzetten. Het onderstreept de totale ommekeer bij het concern: Begemann verkeerde in 1986 zelf in surséance van betaling en werd op onnavolgbare wijze door Van den Nieuwenhuyzen opgestoten tot een vooraanstaand Nederlands industrieel concern.

Of er al genoeg is verkocht om de banken tevreden te stellen is onduidelijk. Docdata's verkoop heeft bijna 70 miljoen opgeleverd. Holec zal, zo zegt men in vakbondskringen, 80 à 100 miljoen gulden opleveren. Daarmee is Begemann er nog niet. Het kan nog een hete december worden.