Het nieuws van 24 november 1995

Yesterday

Bij de echte liefhebbers is de cd van de Beatles niet in goede aarde gevallen maar het financieel succes is opnieuw overweldigend, hoorde ik van een kenner. Dat heeft een eenvoudige verklaring, zei hij. De Beatles hebben hun wereldsucces te danken aan de babyboomers. Op het juiste ogenblik heeft deze generatie de muziek van haar verlangen gekregen, of misschien sterker, van haar levensgevoel, haar interpretatie van de Zeitgeist. Vergelijkenderwijs heeft het gemiddelde der babyboomers zich goed in de maatschappij gehandhaafd. Dat betekent ook: meer dan het gemiddelde verhuizen. De muziek stond nog op singletjes en langspeelplaten. Bij verhuizingen gaat veel verloren, doordat het krast of breekt, maar het komt ook voor dat het plotseling als ballast wordt herkend. In de kale kamers van huizen die door babyboomers voor grotere onderkomens waren verwisseld, zag je destijds veel platen van de Beatles op de vloer. Nu, twintig jaar later, komt het eerste heimwee naar de jeugd. De eerste babyboomers zijn al met vervroegd pensioen. Oude afspeelapparatuur is spoorloos verdwenen, iedereen heeft een geluidstoren voor cd's en zo is het onvermijdelijk geworden dat er een cd van de Beatles verschijnt die als 'nieuw' wordt aangekondigd. Werkelijk nieuw is die natuurlijk niet. Deze sound van de sixties valt niet te vernieuwen - alle geschiedenis is onherhaalbaar - maar het heimwee naar de jeugd is nu ook bij de babyboomers zo krachtig geworden dat ze zich daarmee kunnen wijsmaken, 'weer even jong te zijn'. Daar is niets nieuws aan. Johan Andreas Dèr Mouw dichtte al:

Slapen

Het grote voordeel van het ouder worden is dat je minder slaap nodig hebt. Als jonge jongen sliep ik minimaal tien uur per etmaal. Nog liever sliep ik twaalf of veertien uur achter elkaar. Mijn ouders hebben wel eens na zestien uur ongerust aan mijn bed gestaan. Zij dachten dat ik dood was, maar ik sliep. Slapen deed ik overal met hetzelfde gemak. Op een doorgezakt matras, in een te nauwe slaapzak of op een harde bank in een stationswachtkamer, geen ongerief was groot genoeg om mij uit mijn slaap te houden. Er is zelfs een periode geweest dat ik in staat was om staande te slapen. In de tijd dat ik nog zoveel sliep, werd ik altijd doodmoe wakker. De eerste uren van de waaktoestand waren een kwelling. In de strijd tegen de slaap sleepte ik mij voort. Het aankleden vergde een energie die ik nauwelijks op kon brengen. Volgens mijn moeder ben ik tweemaal van school gestuurd, omdat ik tijdens de lessen in slaap was gevallen. De ogen gesloten, het hoofd voorover op de armen, de mond half open en dan maar slapen: het genot om niet deel te nemen aan de wereld. Ook ben ik een keer door twee politieagenten thuisgebracht, omdat ik tijdens de lesuren op een bankje in het park lag te slapen. Schopenhauer heeft eens gezegd dat mensen jaloers zijn op honden en katten, omdat deze huisdieren zonder enig schuldgevoel plotseling neerploffen om te gaan slapen. Vooral bij honden kun je dat verschijnsel goed waarnemen. Het ene moment lopen ze nog vief door de kamer, maar het volgende moment begint het lichaam plotseling te waggelen en valt het als een zoutzak op de grond. “Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil”, schreef Cees Nooteboom in Rituelen.

Slapen

Het grote voordeel van het ouder worden is dat je minder slaap nodig hebt. Als jonge jongen sliep ik minimaal tien uur per etmaal. Nog liever sliep ik twaalf of veertien uur achter elkaar. Mijn ouders hebben wel eens na zestien uur ongerust aan mijn bed gestaan. Zij dachten dat ik dood was, maar ik sliep. Slapen deed ik overal met hetzelfde gemak. Op een doorgezakt matras, in een te nauwe slaapzak of op een harde bank in een stationswachtkamer, geen ongerief was groot genoeg om mij uit mijn slaap te houden. Er is zelfs een periode geweest dat ik in staat was om staande te slapen. In de tijd dat ik nog zoveel sliep, werd ik altijd doodmoe wakker. De eerste uren van de waaktoestand waren een kwelling. In de strijd tegen de slaap sleepte ik mij voort. Het aankleden vergde een energie die ik nauwelijks op kon brengen. Volgens mijn moeder ben ik tweemaal van school gestuurd, omdat ik tijdens de lessen in slaap was gevallen. De ogen gesloten, het hoofd voorover op de armen, de mond half open en dan maar slapen: het genot om niet deel te nemen aan de wereld. Ook ben ik een keer door twee politieagenten thuisgebracht, omdat ik tijdens de lesuren op een bankje in het park lag te slapen. Schopenhauer heeft eens gezegd dat mensen jaloers zijn op honden en katten, omdat deze huisdieren zonder enig schuldgevoel plotseling neerploffen om te gaan slapen. Vooral bij honden kun je dat verschijnsel goed waarnemen. Het ene moment lopen ze nog vief door de kamer, maar het volgende moment begint het lichaam plotseling te waggelen en valt het als een zoutzak op de grond. “Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil”, schreef Cees Nooteboom in Rituelen.