Verkenning op de markt van toupet, pruik en laserstraal; Wie haar wil, moet lijden

Kaler en kaler worden. Het is voor veel mannen een groot probleem. Tegenwoordig echter is daar veel aan te doen: door middel van haartransplantaties, of met een 'prothese' die niet van echt haar is te onderscheiden.

De praktijk van Loek Habbema en Coen Gho heeft een Haarproblemenlijn, waar men terecht kan met alle vragen op het gebied van haarproblemen. Dat kan variëren van vragen over de meest geschikte shampoo tot vragen over haarziekten en haarrestauraties. De lijn is te bereiken via 06-8998788 en kost 40 cent per minuut.

Op de dag dat de nieuwe kantoortuin in gebruik werd genomen, meldde Klaas van Broekhoven zich ziek. Jarenlang had hij een veilige werkplek gehad in een hoek waar niemand ooit achter hem kon gaan staan. Nu was zijn bureau verplaatst naar het midden van de nieuwe kantoortuin en daar zou iedere passant zijn kale kruin kunnen zien. Pas toen Van Broekhoven zich een toupet had laten aanmeten, durfde hij weer naar kantoor.

De naam in dit verhaal is gefingeerd, maar het verhaal zelf komt rechtstreeks uit de praktijk van een haarwerkspecialist. Grofweg zijn twee miljoen Nederlandse mannen tot 50 jaar in meer of mindere mate kaal. Veel mannen trekken zich daar niets van aan, maar een groeiende groep ervaart de (beginnende) kaalheid als een probleem. “Mannen die kaal zijn tekenen zichzelf met haar”, zegt Hans Diks van het bedrijf Hairplus. Hij verhaalt van kale mannen die geen spiegels in huis willen en mannen die de straat niet op durven. “Mannen gaan daarin heel ver”, zegt hij. “Tot zelfmoord aan toe.”

De paradox is dat het probleem voor een deel is gecreëerd door de steeds betere oplossingen die er voor zijn. Vroeger was er weinig tegen een kaal hoofd te doen, nu wel. Transplantaties van losse haren en nauwelijks van echt te onderscheiden toupetten en pruiken - haarprotheses in vaktermen - brengen voor iedereen het bedekte hoofd weer binnen bereik. Dat men daarvoor diep in de buidel moet tasten, is nauwelijks een bezwaar. Mannen steken zich in de schulden of verkopen desnoods hun auto, als hun hoofd maar weer begroeid raakt.

In zo'n willige markt is het goed geld verdienen. Vandaar dat, ook al is die markt volgens ingewijden groot genoeg voor allemaal, de concurrentie in de 'haarrestauratiebranche' hevig is. Wie er zijn oor te luisteren legt, raakt verzeild in een wereld van grootspraak en laster. En, op enkele serieuze spelers na, in een wereld van beunhazerij.

Kaalhoofdigheid (alopecia) manifesteert zich op verschillende manieren. De meest voorkomende vorm is de alopecia androgenetica, de erfelijke kaalhoofdigheid bij mannen. Mannelijke hormonen activeren deze erfelijke eigenschap, waardoor het haar op voorhoofd en kruin uitvalt totdat er nog slechts een haarkrans van oor tot oor rest. Al in de Griekse oudheid ontdekte men dat castratie vóór de puberteit (uitschakeling van de mannelijke hormonen) hier een probaat middel tegen is: euneuchen werden nooit kaal. “Helaas heeft deze oplossing vervelende bijwerkingen”, schrijft een van de folders van een haarwerkspecialist min of meer serieus.

Een tweede vorm van kaalheid is alopecia areata, oftewel pleksgewijze kaalheid. De oorzaak hiervan is een storing in het auto-imuunsysteem waardoor haarzakjes inactief worden. Deze ziekte is in veel gevallen medisch te behandelen. Kale plekken kunnen ook ontstaan door beschadiging van de hoofdhuid, bijvoorbeeld door verbranding of een operatie. Een gedeeltelijke prothese is daarvoor de oplossing. Ten slotte is er de kaalheid die ontstaat onder invloed van medicijnen, zoals cytostatica tegen kanker. Die wordt meestal opgelost met een pruik, in vaktermen een 'volledige haarprothese'.

De 'gewone' erfelijke kaalheid kan worden opgelost met een haartransplantatie of met een haarprothese. De techniek van de transplantaties is de laatste jaren aanmerkelijk verbeterd, haren kunnen nu een voor een worden overgezet. Of een transplantatie succes heeft, hangt ervan af of voldoende donorharen van het achterhoofd kunnen worden weggenomen. Soms wordt een combinatie gemaakt van een transplantatie, die de voorste haarlijn markeert, met een haarprothese die de rest van het hoofd bedekt.

Haarwerken zijn er in evenveel vormen als er bedrijven zijn die ze aanbieden. Volgens de advertenties en folders is het ene systeem nog revolutionairder dan het andere. Maar in wezen komen alle systemen op hetzelfde neer: op een ondergrond van kunstzijde of een vergelijkbaar materiaal worden een voor een haren geknoopt, die daarna in een model worden gekapt. Soms worden kunstharen gebruikt, vaker kiest men echter voor echt mensenhaar dat vooral in landen als Rusland en Polen wordt gevonden. De produktie gebeurt meestal in lage-lonenlanden in Azië.

In deze markt opereert onder meer het K33 Hair Hotel in Utrecht. Dit bedrijf van voormalig grimeur Reinhardt van Rooy afficheert zich geheel volgens de usance als 'marktleider in de haarvervangingsbranche'. Produkt van het bedrijf is het K33-12 haarsysteem, dat volgens de folder bestaat uit een soort flinterdunne kunsthuid van poly-urethane en teflon waar een voor een echte haren en 'silli-acri' haren aan worden bevestigd. Het geheel wordt vastgezet met ook weer een 'silli-acri' vloeistof, die zorgt voor een 'fysicalische verbinding van de kunsthuid met de echte huid'. Daardoor zou deze methode niet van echt te onderscheiden zijn. De tarieven voor dit systeem beginnen bij 5000 gulden.

Het K33 Hair Hotel is gevestigd in een achterafstraatje achter de Biltstraat. De koperen deur met goudkleurige omlijsting en een trits creditcard-stickers doet eerder een nachtclub dan een kapsalon vermoeden. Ik krijg ruim de tijd om een grote zwarte Chinese vaas en een kamerscherm van Chinees lakwerk te bestuderen, want pas na twintig minuten komt de medewerkster met wie ik een afspraak had mij vertellen dat haar baas elke nadere toelichting op het K33-12 systeem verbiedt. De verslaggever kan weer vertrekken, met het gevoel dat dit bedrijf kennelijk iets te verbergen heeft.

Openhartiger is Hans Diks, eigenaar van het bedrijf Hairplus Nederland in Rotterdam. Het bedrijf heeft tweehonderd klanten die bij hem een haarwerk leasen voor gemiddeld ƒ 200,- per maand. Diks zit ruim dertig jaar in het vak en weet als secretaris van de door hem opgerichte Landelijke Haarspecialisten Vereniging (L.H.V.) goed wat er speelt. Openheid is volgens hem de enige methode om het vak uit de negatieve sfeer te halen. Hij komt er rond voor uit dat hij de voorkeur geeft aan synthetische haarprotheses. Diks: “Echt haar verkleurt gauw en moet dan weer geverfd worden. Dan ziet het er nooit meer zo natuurlijk uit.”

Maar Diks' collega-concurrent Theo Zantman bestrijdt dat. “Echt haar gaat veel langer mee”, zegt hij. “Daarom geven wij ook twee jaar garantie.” Volgens hem heeft haar bovendien een beschermende functie: het zou de temperatuur van de hersenen regelen. “Daarom moet een haarprothese wel van echt haar zijn”, zegt Zantman. Kaal scheren, zoals veel jonge mannen tegenwoordig doen, vindt hij zelfs 'levensgevaarlijk'. “Van teveel zon kunnen ze een zonnesteek krijgen of zelfs een hersenbloeding.”

Zantman, getrouwd met Penny de Jager die aan hem haar volle krullenbos dankt, bedient de high society van ons land. “Mijn werk is elke avond op televisie te zien”, pocht hij. “Je moest eens weten welke politici allemaal bij mij komen.” Maar Zantman vindt zijn klanten in alle lagen van de bevolking en zegt mensen in de eerste plaats te willen helpen met hun probleem. “Ik zie het niet als handel, maar als een behandeling. Ik voel me verantwoordelijk voor die kale mensen die bij mij aankloppen. Kaalhoofdigheid is een groot emotioneel probleem. Je ziet het bij mensen met kanker, die het kaal worden misschien wel het ergste vinden.”

Op het medische vlak bieden vooral de transplantaties tegenwoordig de oplossing, al dan niet in combinatie met haarwerken. De techniek is in de loop van enkele decennia aanmerkelijk verbeterd. Voorheen werden de haarwortels met hele plukken tegelijk overgezet van het niet voor erfelijke kaalheid gevoelige achterhoofd naar de kale deel bovenop. Deze punch-graftmethode bood eerder het aangezicht van een sawa dan van een normale haarinplant. Tegenwoordig wordt voornamelijk nog de micro-graftmethode gebruikt, waarbij afzonderlijke haarwortelzakjes worden gesneden uit een strip donorhaar die van het achterhoofd wordt gehaald. In de kale hoofdhuid worden daarna sneetjes of gaatjes gemaakt, waar de haarwortels een voor een in worden teruggeplaatst. “Na een week of twaalf beginnen die haren weer te groeien en dan zie je die mensen zelf ook groeien”, zegt Hans Diks, wiens bedrijf ook zo'n 700 tot 800 haartransplantaties per jaar uitvoert. Die transplantaties kosten bij hem gemiddeld ƒ 6000 per sessie van een halve dag. Soms volstaat één sessie, vaker zijn er twee of drie nodig in een periode van enkele jaren. Het getransplanteerde haar valt overigens niet opnieuw uit, omdat het, afkomstig van het achterhoofd, andere genetische informatie heeft waardoor het niet gevoelig is voor de werking van de hormonen.

Het resultaat is verbluffend, zoals Diks demonstreert aan de hand van zijn eigen hoofd. Hij onderging zelf een transplantatie en wie dat niet weet ziet het niet. Toch waarschuwt Diks zijn klanten voor te hoge verwachtingen. “Ik beloof mijn klanten minder dan ze krijgen, dan valt het altijd mee”, zegt hij. Zo moet men men zich realiseren dat een haartransplantatie nooit de volle haardos van weleer terugbrengt. Diks: “Normaal heeft men gemiddeld 150 haren per vierkante centimeter op het hoofd. Bij ons krijgen ze er misschien 50 per vierkante centimeter.”

Wat er vooral mis kan gaan bij deze methode, is dat het haar op de verkeerde plaats wordt geïmplanteerd. Diks: “Bij een jong iemand moet je nooit de voorkant en de kruin tegelijk doen, want dan heb je de grenzen gezet, terwijl er tussenliggend haar kan verdwijnen. Sommige klinieken bieden zogenaamde proeftransplantaties aan, die een idee geven van hoe een volledige transplantatie eruit kan gaan zien. Maar die zetten ze dan te ver naar voren, waardoor een vervolgbehandeling op den duur onvermijdelijk wordt. Het plaatje van vandaag is in wezen onbelangrijk. Je moet kijken hoe iemand eruit zal zien als hij 50 is. Wat dat betreft zijn wij een soort waarzeggers en dat vergt veel ervaring.”

Iets anders waar Diks met klem voor waarschuwt zijn de tegenwoordig vaak aangeboden transplantaties met behulp van lasers. CO2-lasers worden daarbij gebruikt om de gaatjes in de hoofdhuid te maken, die anders met mes of boortje worden gemaakt. Diks: “Bij die techniek moet je de apparatuur heel precies kunnen instellen, want de hoofdhuid is niet overal even dik. De laser brandt tijdelijk de bloedvaten in de hoofdhuid dicht, waardoor bij deze methode nauwelijks bloed vrijkomt. Maar de getransplanteerde haarwortels mogen niet te lang zonder bloed zitten, anders sterven ze af. Ik hoorde van een bedrijf dat die laser gebruikt en accepteert dat één procent van de behandelingen niet het gewenste resultaat heeft. Dat zou ik hier niet moeten hebben, ik zou elke maand een probleem hebben, want het donorhaar heb je dan al gebruikt.”

Op vergelijkbare wijze reageert dermatoloog Loek Habbema, die samen met zijn collega Coen Gho in Bussum een praktijk voor haar- en nagelziekten en haartransplantaties heeft. Habbema: “De CO2-laser is nog in de experimentele fase, de bijwerkingen daarvan zijn nog niet voldoende onderzocht. De mooiste resultaten worden tot nog toe behaald met kleine boortjes, die een deel van de kale huid weghalen. Maar voor een leek is zo'n laser iets fantastisch.”

Habbema en Gho werkten samen in het Dijkzichtziekenhuis in Rotterdam, voordat ze met hun privé-kliniek introkken bij het HaarInstituut Nederland in Bussum, dat haarprotheses maakt. Anders dan de bedrijven van “zakenmannen die een arts in dienst nemen en die geld willen verdienen”, is de praktijk van Habbema en Gho vergelijkbaar met die van iedere andere medische specialist. Coen Gho: “Mensen komen bij ons via huisarts of ziekenhuis. Bij nieuwe patiënten doen wij altijd eerst een haarwortelonderzoek. Ook wordt bloed en soms een stukje huid weggenomen. Afhankelijk van de uitslag bekijken we of er iets is te doen.” Voor veel problemen, zoals alopecia areata, is een therapie beschikbaar. Erfelijke haaruitval kan met bepaalde middelen soms tot staan worden gebracht, maar is iemand al kaal dan helpt vaak alleen nog een transplantatie of een prothese.

Habbema en Gho worden ook vaak ingeschakeld om te herstellen wat anderen verknoeiden. Gho: “Vijftig procent van de transplantaties die wij uitvoeren zijn hersteloperaties. Maar of dat kan, hangt wel af van hoeveel donorhaar er nog beschikbaar is.” Bij de hersteloperaties wordt meestal een te ver naar voren geplaatste haarlijn weggehaald. Ook kan het resultaat van de oude punch-graftmethode, waarbij plukjes haar van ongeveer een centimeter doorsnee worden getransplanteerd, verbeterd worden. Die pollen kunnen soms nog weer worden gebruikt als donorhaar.

Habbema en Gho horen tot de weinig medische specialisten op dit gebied. Om daar verandering in te brengen, is Habbema in gesprek met een academisch ziekenhuis, in de hoop dat haarziekten en -transplantaties in de opleiding meer aandacht gaan krijgen. Want voor Habbema staat één ding vast: de haarrestauraties moeten een volwaardige plaats krijgen in de medische wereld.