Trivers

Robert Trivers heeft in het interview met Frans Roes (W&O 16 nov.) betoogd dat sociale wetenschappers tijdens hun opleiding ook enige kennis van de biologie bijgebracht moet worden. Ik vind het betoog van Trivers allerminst overtuigend. Hij baseert zich op de stelling 'Alle gedrag is evolutionair bepaald' en uiteindelijk gericht op 'reproduktief proces'. Deze stellingen zouden volgens hem en zijn mede-sociobiologen ook van toepassing zijn op menselijk gdrag, maar dat blijkt geenszins uit de definitie van reproduktief succes.

Volgens Hamilton luidt de definitie, 'het maximaliseren (van) het aantal overlevende kopieën van (de) eigen genen'. Dit betekent dat het gedrag niet alleen gericht is op de produktie van kopieën van de ouderlijke genen, maar ook op het overleven van die kopieën. Met andere woorden, de taak van de ouders is pas volbracht wanneer de nakomelingen geslachtsrijp zijn zodat zij kopieën van de kopieën kunnen maken.

Dit moge opgaan voor niet-menselijke organismen, maar de definitie dekt niet het menselijk gedrag. Trivers haalt een uitspraak van Alexander aan waarin deze beweert dat bij conflicten tussen ouders en kinderen 'in de natuur ... de ouders systematisch winnen'.

Onder ons mensen ligt de zaak wat ingewikkelder. Trivers zegt dat als in geval van een conflict de ouders extra aandacht aan de kinderen zouden geven men de 'kosten' ervan voor hen en de 'opbrengst' voor de kinderen moet meten in termen van reproduktief succes. Dat is moeilijk uit te voeren doordat de betekenis van 'reproduktief succes' als het ware verschoven is. Het overleven van de ouderlijke kopieën is, althans in de moderne samenleving, niet in het geding. Het gaat ouders om de acculturatie van hun kind, dat wil zeggen om een zodanige opvoeding dat het kind leert te leven volgens de normen en waarden die de ouders noodzakelijk vinden om optimaal in de samenleving te functioneren. Het is dus eigenlijk de aanpassing aan de vigerende cultuur die 'gereproduceerd' moet worden. Dit heeft zeker nog iets met de kopieën te maken, maar niet in de zin van gedrag dat evolutionair is bepaald.

De flexibiliteit van menselijk gedrag is enorm; ons vermogen ons aan te passen op basis van een keuze uit een groot aantal mogelijkheden is ongeëvenaard. In termen van kopieën gesproken, de flexibiliteit van ons gedrag is evolutionair bepaald, maar het gedrag zelf staat niet onder directe invloed van onze genen.

Trivers houdt zich ten aanzien van menselijk gedrag 'enigszins op de vlakte'. Hij zegt “omdat het mijn specialisme niet is” en omdat de mensen er geëmotioneerd over raken. Ik hoop te hebben aangetoond dat men er best op een rationele manier over kan discussiëren door zich open te stellen voor de opvattingen van sociologen en cultureel-antropologen.