Terugkeer vluchtelingen zal goeddeels onmogelijk blijven

Alle vluchtelingen in Bosnië, zo bepaalt het akkoord van Dayton, moeten kunnen terugkeren naar hun woningen, of compensatie ontvangen als die er niet meer zijn.

Het is een loffelijk streven, maar zoals wel meer bepalingen in het vredesakkoord zou het wel eens een dode letter kunnen blijven. In totaal zijn er 2,7 miljoen mensen in Bosnië van huis en haard verdreven. Velen van hen vluchtten voor het geweld, maar veel anderen zijn in het kader van de 'etnische zuivering' op de vlucht gedreven. En terwijl de eerste categorie bij een eventuele terugkeer wel eens zou kunnen ontdekken dat hun vroegere huis niet meer bestaat (en zelfs dat hun hele dorp van de aardbodem is verdwenen), zo is voor de tweede categorie een terugkeer uitgesloten omdat hun woningen inmiddels worden bewoond door vertegenwoordigers van de bevolkingsgroep die hen hebben verdreven.

Bosnië is in de loop van jaren van oorlog en 'etnische zuivering' gaan bestaan uit drie etnisch behoorlijk homogene eenheden. Dat geldt vooral voor de 'Servische Republiek', de 'republiek' van de Bosnische Serviërs, die volgens een rapport van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA 95 procent van de 'etnische zuiveringen' hebben gepleegd. Een voorbeeld: in de regio Banja Luka, waar niet of maar weinig is gevochten, woonden voor de oorlog 356.000 moslims en 180.500 Kroaten. In augustus van dit jaar waren die aantallen na jaren van 'etnische zuivering' gedaald tot vijfduizend Kroaten en 35.000 moslims, en sinds augustus hebben de Bosnische Serviërs in een nieuwe grote campagne nog eens duizenden niet-Serviërs verdreven.

Zelfs als ze zich akkoord verklaren met het akkoord van Dayton is het zo goed als uitgesloten dat de Bosnische Serviërs die verdreven Kroaten en moslims weer laten terugkeren. De weinige leiders van de Bosnische Serviërs die tevreden zijn met het Dayton-akkoord, zijn dat vooral omdat in het hun toegewezen deel van Bosnië vrijwel alle Bosnische Serviërs en nog maar heel weinig niet-Serviërs wonen.

Wat een papieren belofte betekent tonen de Bosnische Kroaten aan sinds de ondertekening van het federatie-akkoord met de moslims in februari vorig jaar en tonen de Kroaten aan sinds de verdrijving/vlucht van 160.000 Kroatische Serviërs uit de Kroatische Krajina, afgelopen zomer.

Zagreb heeft formeel steeds geroepen dat die 160.000 Kroatische Serviërs naar de Krajina kunnen terugkeren, maar heeft hun in de praktijk allang de pas afgesneden. Dat is met twee wetten gebeurd. De eerste was de “tijdelijke” opschorting van de toepassing van de wet die de Kroatische Serviërs in Glina en Knin beperkte soevereiniteit gaf, omdat “het percentage Serviërs is gedaald”: als de Serviërs zijn verdwenen hoeven ze ook geen autonomie te hebben, vindt Zagreb. In werkelijkheid is de soevereiniteitswet sowieso nooit toegepast, omdat Zagreb op het gebied van de 'republiek' van de Kroatische Serviërs tot deze zomer niets te zeggen had.

De tweede maatregel gaat nog verder: de door de Servische vluchtelingen achtergelaten bezittingen zijn in beslag genomen door de Kroatische regering wegens het feit dat de Serviërs hun bezittingen “niet gebruiken”. In de praktijk worden de woningen van de gevluchte Serviërs - voor zover ze niet in brand zijn gestoken - allang door Kroaten bewoond.

In het door de Bosnische Kroaten bewoonde deel van Bosnië is sinds februari vorig jaar, toen ze met de moslims hun federatie-akkoord ondertekenden, niets gedaan om de in het federatieverdrag plechtig beloofde terugkeer van vluchtelingen mogelijk te maken. Mostar, de hoofdstad van de Herzegovina, is nog steeds een verdeelde stad, waarin de moslims in een van de buitenwereld afgesloten getto wonen. Sterker: de 'etnische zuivering' van nog in het Kroatische deel van Mostar wonende moslims gaat nog steeds door, akkoord of geen akkoord. In Jajce zijn sinds de verovering van de stad door de Bosnische Kroaten alleen Kroatische vluchtelingen naar huis teruggekeerd - de moslims van Jajce zitten in getto's buiten de stad. En dan gaat het hier nog om twee officieel bevriende oorlogspartijen. Het is ondenkbaar dat de Bosnisch-Kroatische autoriteiten zullen instemmen met de terugkeer van uit Mostar verdreven Serviërs.

De enige vluchtelingen die wel zullen kunnen terugkeren zijn mensen die voor het geweld zijn verdreven en wier stad of dorp wordt beheerst door het leger van de eigen bevolkingsgroep. En dat geldt volgens een eerste schatting van de Verenigde Naties voor slechts een kwart van de vluchtelingen. Dat betekent dat driekwart van de Bosnische vluchtelingen permanent ontheemd zal blijven. Zij kunnen niet terug, en velen van hen willen ook niet terug, omdat ze dan moeten samenwonen met de mensen die hen hebben verdreven.