Surinaamse jongeren geloven in Desi Bouterse als hun president

Vooral onder jongeren is Desi Bouterse favoriet om volgend jaar president van Suriname te worden. Met steun van Nederland wil de politieke elite van het land voorkomen dat de ex-legerleider op democratische wijze de macht grijpt.

PARAMARIBO, 23 NOV. In de bibliotheek van de openbare A.T. Calor-MAVO in Paramaribo hebben leerlingen uit de vierde klas hun verplichte uur lezen. Een meisje hangt boven 'Het Bittere Kruid', twee jongens vermaken zich met 'Turks Fruit'. De lerares, een magere Creoolse met een vermoeid hoofd, staat op en neemt plotseling het woord. “Wie van jullie wil ons land niet verlaten? Wie zal altijd in Suriname blijven?”

De leerlingen, in de leeftijd van 16 tot 21 jaar, kijken afwezig op. De lerares probeert het nog eens. “Wie van jullie gaat weg uit ons land?” De vingers vliegen omhoog. Ineens zijn ze wakker. Ze willen naar Amerika en Holland, Aruba wordt genoemd, zelfs Guyana. Ze hebben volop plannen. Drie van de dertig houden ook na aansporingen van medescholieren hun poot stijf. “Ik wil in mijn eigen land iets worden”, zegt Smeeta Harylallsingh (19). Haar vader is een gevierd zakenman in de confectie, legt ze later uit, en hem beschouwt ze als een lichtend voorbeeld. Rijk wil ze worden. “En helpen bij de opbouw van Suriname. Ik hou van mijn land.” De andere twee, Anoep Khoenix (16) en Zanesh Jankie (19), kiezen om praktische redenen voor Suriname. “In Nederland kan je maar één loon verdienen. Hier neem ik lekker drie of vier baantjes”, zegt Anoep. Het twintigjarig bestaan van de Surinaamse republiek windt ze niet op. Er valt weinig te vieren, vinden ze. Paramaribo heeft de laatste maanden met Hollandse hulp een opknapbeurt gekregen, de stad is vergeven van Nederlandse delegaties - maar die brengen geen brood op de plank. “Laat ze het geld voor dat feest aan de mensen geven”, zegt Juan Félix (19), ook MAVO-leerling en een van de weinigen die vastbesloten is in Suriname te blijven. “Dan hebben ze wat te eten.”

Een rondgang langs de vier examenklassen op deze bouwvallige MAVO in het centrum van Paramaribo bevestigt het beeld dat uit opiniepeilingen oprijst. Surinaamse jongeren, geboren nadat de republiek in 1975 onafhankelijk werd, zien in Desi Bouterse de leider die hun land nodig heeft. Volgend jaar mei zijn er verkiezingen. De jongeren waren kleuter toen Bouterse via de decembermoorden in 1982 de macht van zijn militaire regime bestendigde. “Een foutje”, zegt Smeeta Harylallsingh, “maar de mensen hadden het toen beter.” Haar vermogende vader steunt de campagnes van de Hindoestaanse VHP. Zelf vindt ze Bouterse 'de grootste held die ons land heeft voortgebracht'. Bouterse zorgt voor 'eenheid' en heeft geen etnische voorkeuren. Bouterse zal voedselpakketten uitdelen en staatsbedrijven oprichten, weet Juan Felix. “Hij is geen militair meer, hij is veranderd.” Het grootste geheim van zijn succes onder jongeren is zijn rijkdom, zegt Jerrel Pawiroredjo (28), voorzitter van de NPS-jongeren, de partij van de onpopulaire president Ronald Venetiaan. “Bouterse is de man die heeft bewezen dat je snel geld kunt maken. Dat geeft hem gezag, macht en kracht onder jongeren. Ik zie het als een gebrek aan normen en waarden in onze samenleving.” Pawiroredjo verwierf onder Surinamekenners de titel 'toekomstig premier', nadat hij als twintigjarige in 1987 een opstand tegen het regime-Bouterse leidde, dat toen in zijn nadagen was. Een smeulende woede over de stijgende broodprijzen werd door studenten onder zijn aanvoering omgezet in een volksoproer onder de leuze 'geen brood, geen school'. “Ik ken Bouterse van een andere kant. Nooit zal ik vergeten hoe gewapende kerels uit hun auto's met geblindeerde ramen stapten om ons te intimideren tijdens de broodopstand. De groep jongeren die volgend jaar voor het eerst gaan stemmen, heeft dat soort ervaringen niet.”

Bouterse is onder de hele Surinaamse bevolking op dit moment verreweg de populairste politicus, zo bleek deze week uit een opinie-onderzoek in opdracht van de NCRV-radio en de Wereldomroep. Het stelt de Nederlandse inspanning ter opluistering van de onafhankelijkheidsviering in een bijzonder daglicht. Dinsdagavond werden alle Nederlandse aanwezigen in Paramaribo ontvangen in de woning van de ambassadeur. Honderden mensen gaven acte de présence. Beleidsmakers, wetenschappers, zakenlui - ze bleken stuk voor stuk op kosten van de Nederlandse regering bezig zich in te spannen voor een beter Suriname. Alleen de muziek en de bediening waren Surinaams. “Er hangt hier een heerlijk koloniaal sfeertje”, zei een ambtenaar van de gemeente Amsterdam die de technische dienst van het lokale ziekenhuis bijstaat. Eerder op die dag had oud-minister van justitie E.H. Hirsch Ballin de Johan Ferrier-lezing gehouden, genoemd naar Surinames eerste president. Hij werd aangehoord door de complete Surinaamse politieke elite. Op één na. Tijdens de recente parlementaire enquête in Nederland werd nog gemeld dat Hirsch Ballin in 1992 een notitie aan de ministerraad stuurde waarin stond dat 'de roversbende' onder leiding van Bouterse 'uitgeroeid' moest worden. Nu sprak de oud-minister met geen woord over de Colombia-Paramario (CoPa)-connectie. Hij hield een op christen-democratische tradities gestoeld pleidooi voor samenwerking tussen Suriname en Nederland in kleine maatschappelijke verbanden. De zorgzame samenleving als oplossing voor een post-koloniaal trauma. Desgevraagd zei Hirsch Ballin, die eerder op de dag minister van justitie Girjasingh bezocht, bewust geen enkele toespeling op zijn eerdere bemoeienis met het CoPa-onderzoek te hebben gemaakt. “Dat ligt achter mij.”

Suriname wacht inmiddels op de man die Hirsch Ballin destijds voor uitroeiing voordroeg. Er zijn nog een paar mogelijkheden om Bouterse de voet dwars te zetten, zo verluidt het in de partij van president Venetiaan. Op een berechting wegens cocaïnehandel wordt nog wel gehoopt, maar rekent bijna niemand meer. Wel is het mogelijk hem via de belasting aan te pakken. Ook hier is Hollandse hulp voorhanden. De Surinaamse belastingdienst is sinds een kleine drie jaar mede in handen gesteld van 15 Nederlandse ambtenaren. Ze hebben de dienst samen met hun Surinaamse counterparts, zoals dat heet, gereorganiseerd. Toen ze in 1993 kwamen was de dienst gevorderd tot de aangiften van 1987. De achterstanden zijn weggewerkt. “Nu hebben we bereikt dat 60 à 70 procent van de belastingplichtigen actuele betalingen verricht”, zegt J. van der Vlist, Nederlander en mede-directeur van de Surinaamse belastingdienst. Er is bovendien een bijzonder project begonnen. Een taxforce is ingesteld om de honderd rijkste Surinamers te dwingen hun belastingplichten in het jaar van hun aangifte te voldoen. Dit jaar is er mee begonnen als experiment, zegt Van der Vlist, volgend jaar gaat het definitief in - een maand voor de verkiezingen. Dan moeten de honderd rijkste Surinamers hun waarheidsgetrouwe aangifte doen en onmiddellijk met betalingen over de brug komen. Wie inkomsten verdonkeremaant valt onmiddellijk onder een boeteclausle van 100 procent.

Dat Bouterse tot de rijkste Surinamers behoort lijdt geen twijfel. De kandidaat-president van Suriname heeft april volgend jaar twee mogelijkheden. Hij kan een directe confrontatie met de belastingdienst forceren door een onvolledige opgave van zijn inkomsten te doen. Of hij geeft volledige opening van zaken in zijn rijkdom. Beide opties zijn riskant. Het ministerie van financiën staat onder leiding van een partijgenoot van president Venetiaan (NPS). “Natuurlijk wordt dat een interessante episode”, zegt Pawiroredjo van de NPS. “Ik ben geen voorstander van vuilspuiterij in de campagne. Toch weten we dat het bij de politiek hoort. Een belastingaangifte is geheim - maar uitlekken is niet onmogelijk.”