Specialisten

Aardig is het om te lezen (NRC Handelsblad, 17 november) hoe de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, de heer W.

Kok, zelf bewijst dat de voorzitter van de Landelijke Specialisten Vereniging gelijk heeft, terwijl de heer Kok het tegendeel meent te bewijzen. De voorzitter van de LSV is van mening, dat de specialist in het vrije beroep een grotere produktie heeft dan de specialist in dienstverband. Daarmee is Kok het niet eens. Volgens hem werkt veertig procent van de specialisten in dienstverband. Er zijn ongeveer 10.000 specialisten en 123 ziekenhuizen. De specialisten in loondienst werken in acht academische, in een handvol categorale (zoals psychiatrische ziekenhuizen) en in een paar gewone ziekenhuizen. Kortom: er werken ongeveer 4.000 specialisten in dienstverband in twaalf ziekenhuizen met daarbij nog een handvol categorale ziekenhuizen. In het vrije beroep werken in ongeveer honderd ziekenhuizen 6.000 specialisten. Dit maakt het niet onwaarschijnlijk dat een specialist in het vrije beroep meer patiënten behandelt dan een specialist in loondienst.

Mijn voorkeur gaat uit naar een dienstverband, mits de arbeidsvoorwaarden goed zijn geregeld. Overigens is het nog maar de vraag of ziekenhuisdirecteuren wel specialisten in dienstverband willen. Op de daaraan verbonden sociale lasten is hun budget helemaal niet berekend en voor het tekort aan specialisten hebben de ziekenhuizen geen oplossing.