Rustige en wilde vormen van De Lucchi en Sottsass; Alles wit en onbruikbaar

Wild, kleurrijk en onconventioneel waren de ontwerpen van het Italiaanse design-collectief Memphis in de jaren tachtig. De naschokken ervan zijn nog zichtbaar in de betere meubelzaken. Twee exposities zijn er nu in Nederland, met werk van twee van de opvallendste verschijningen van Memphis.

'Produzione Privata' van Michele de Lucchi is t/m 30 dec 1995 te zien in Galerie Binnen, Keizersgracht 82. Di t/m za 12-18u. Inl 020-6259603.

'Ettore Sottsass jr. 'Biografie in keramiek' is te zien t/m 14 jan 1996 in Het Kruithuis in Den Bosch. Di t/m za 11-17u, zo 13-17u. Inl 073-122188.

Het boek dat naar aanleiding van deze tentoonstelling is verschenen heet 'Ettore Sottsass. Ceramics'. Editions Stemmle. Importeur Nilsson & Lamm. Prijs ƒ 138,50.

De paradox van de succesvolle vormgever zou je het kunnen noemen. Als een designer er in slaagt naam te maken, zullen grote bedrijven hem vragen dingen voor hen te maken. Die grote bedrijven stellen veel eisen waar de te ontwerpen produkten aan moeten voldoen, en daardoor wordt de vrijheid van de gevierde vormgever vaak ingeperkt.

De Italiaan Michele de Lucchi (44) is een zeer succesvolle vormgever. Hij was een van de oprichters van de radicale Memphis-beweging, die in 1981 de designwereld schokte door te breken met de toen vrijwel algemene normen voor 'Goede Vormgeving' (sober, strak en zonder versieringen). De Lucchi ontwierp (kantoor)meubels voor onder andere Olivetti en zijn studio in Milaan groeide in de loop der jaren uit tot een bedrijf met meer dan dertig medewerkers. Je kunt het zo gek niet bedenken of de Italiaan heeft het gemaakt. Kleine dingen als horloges, pennen en badkamer-accessoires en grote als stoelen, tafels, keukens en zelfs hele gebouwen. Zijn oplossing voor de paradox heet 'produzione privata', oftewel privé-produktie. Een collectie van kandelaars, vazen en lampen die hij puur voor zijn plezier, en “om niet steeds de wensen van bedrijven te hoeven vervullen”, ontwierp. Hij liet ze door ambachtelijke bedrijfjes - waar Italië nog rijk aan is - in kleine oplagen maken. Klein wil zeggen: tien of hooguit twintig stuks. Liefhebbers moeten er dus snel bij zijn in de Amsterdamse galerie Binnen, waar nu een bescheiden expositie van De Lucchi's privé-produktie te zien is.

Wat hier het meest opvalt: alles is wit (of metaalkleurig). De ontwerpen van Memphis, waar de Italiaan tot 1987 voor werkte, kenmerkten zich juist door het gebruik van veel vrolijke kleuren. Barbara Radice, art director bij Memphis zei jaren geleden over schetsen die De Lucchi maakte voor hi-fi-apparatuur: “Ze lijken afkomstig uit de wat naïeve en zorgeloze wereld van een Disney-album. Ze hebben er de onbeschaamdheid, de humor, de communicatieve lading en de onstuimigheid van.”

De Lucchi, aanwezig bij de opening van de expositie in galerie Binnen, is somberder geworden. “We leven nu in zo'n gekke wereld. Ik heb niet meer het gevoel dat ik ook nog gek moet doen”, zegt hij. Gebeurtenissen van de afgelopen jaren, zoals de val van de Muur en de toenemende zorg voor het milieu, hebben zijn werk beïnvloed. “Oude zekerheden zijn verdwenen. Ik hoop daarom dat mijn produkten een gevoel van veiligheid en rust uitstralen.” Met de zekerheden zijn ook de decoraties van De Lucchi's vazen verdwenen. Ze ogen daarom eenvoudig, ook door hun vorm: overwegend rond. Zo onopvallend door hun eenvoud als de vazen zijn, zo ingenieus zijn de De Lucchi's kandelaars. Ze beschikken over een kien knijpmechanisme waarmee je het bovenste gedeelte in tweeën kunt splitsen, zodat je er gemakkelijk een nieuwe kaars in vast kan klemmen.

Ingewikkeld oogt ook zijn hanglamp 'Macchina Minima'. Een stelsel van draden, katrollen plus een tegengewicht, dat ervoor zorgt dat je het ding in elke gewenste stand kunt vastzetten. Het goede nieuws voor designfreaks: De Lucchi's lampen zijn wel onbeperkt leverbaar.

Om uiting te geven aan zijn zorg voor het milieu gebruikt de Italiaan uitsluitend duurzame materialen zoals marmer en zilver. De Lucchi: “Ik pretendeer niet de wereld te veranderen. Maar ik vind dat wij een grote verantwoordelijkheid hebben. Als designers hebben we invloed op de beslissingen van bedrijven. We kunnen proberen hen ertoe te bewegen minder vervuilende produkten te maken.”

In het Kruithuis in Den Bosch is werk verzameld van een anderesuccesvolle Italiaanse vormgever/architect: Ettore Sottsass (78). Net als De Lucchi maakte hij deel uit van het Memphis-collectief. Samen met hem ontwierp Sottsass onder andere kantoormeubels.

Het is een grote expositie, gewijd aan een klein onderdeel van het oeuvre van Sottsass: keramieken. Ze beslaan een lange periode, van 1956 tot 1992. De ondertitel van de expositie luidt daarom 'een biografie in keramiek'. De tentoongestelde 'series' weerspiegelen belangrijke gebeurtenissen in het leven van Sottsass. Na een periode van ernstige ziekte, begin jaren zestig, maakte hij sombere donkergekleurde keramieken. En na een lange reis door India raakte hij verzot op geometrische figuren (de yantra-serie, 1968). Als je daar intens geconcentreerd naar kijkt, kun je volgens de Tantra-kunst in contacttreden met kosmische krachten.

Het betreft steeds unica of in hele kleine oplagen vervaardigde voorwerpen. Dat verbaast niet, want qua bruikbaarheid scoren ze laag. De gladde, lichtgekleurde theepotten uit de serie 'Indian memories' (1978) zien er niet uit alsof ze bedoeld zijn om beet te pakken. Alleen de 'Tenebre'-serie (1963) bevat een aantal voorwerpen waarvoor een nuttige functie gemakkelijk te bedenken is: het zouden onbetaalbare maar mooie bloempotten zijn. Niet vanwege hun vorm - een eenvoudige cilinder - maar omdat Sottsass zulke fraaie natuurlijke kleuren gebruikt (diepblauw en bruin bijvoorbeeld), met hier en daar een zilverkleurige stip of lijn.

De keramieken van Sottsass in het Kruithuis zijn dan ook niet echt bedoeld als gebruiksvoorwerpen - hij ontwierp ook 'functionele keramiek' voor industriële produktie, maar daarvan zijn hier geen voorbeelden van te zien. De geëxposeerde keramieken zijn beeldhouwwerken. Dat geldt met name voor de indrukwekkende 'menhirs', die hij halverwege de jaren zestig maakte. Deze metershoge, veelkleurige objecten zijn nog het best te omschrijven als keramische totempalen. Een beschrijving waar Sottsass zich misschien wel in zou kunnen vinden. Hij heeft namelijk een grote belangstelling voor niet-Westerse volken. En hij zal de eerste zijn om toe te geven dat bruikbaarheid bij hem niet altijd voorop staat. In een ter gelegenheid van de tentoonstelling verschenen boek, erkent hij ook nooit uit de door hem ontworpen glazen te drinken.