Rottenberg spreekt

VOORZITTER ROTTENBERG van de PvdA blijft een moeizame relatie onderhouden met de fractieleider van zijn partij in de Tweede Kamer. In 1993 was er de uithaal van hem naar toenmalig fractievoorzitter Wöltgens die tot grote consternatie leidde. Dat dit destijds geen eenmalige eruptie is geweest blijkt deze week. In een vraaggesprek met het weekblad Vrij Nederland maakt Rottenberg de huidige fractievoorzitter in de Tweede Kamer, J. Wallage, de nodige verwijten. Deze zou zich als een “schoolmeester” gedragen, een “parafencultuur” in stand houden, de “vrijzinnigheid” te weinig ruimte geven en de noodzakelijke vernieuwing van de PvdA in de weg staan.

Tegelijkertijd heeft Rottenberg ook enkele waarderende woorden voor de fractievoorzitter: Wallage is “de beste stopperspil” die de PvdA zich op dit moment kan voorstellen. Dat is dan ook het verschil met de botsing met Wöltgens. Toen werd de fractievoorzitter de wacht aangezegd door Rottenberg. De jongste aanvaring zou onder het hoofdje 'botsende culturen' kunnen worden geplaatst: de uit de cultureel-politieke wereld afkomstige Rottenberg versus de als beroepspoliticus 'geboren' Wallage.

Maar er is meer aan de hand binnen de PvdA. De partij is in wezen nog steeds zeer verdeeld over de vraag welke kant zij op moet gaan. De fundamentele tegenstelling tussen, eenvoudig aangeduid, de sociale-markteconomen en de traditionele vakbondsvleugel is een gegeven. De gunstige economische groeicijfers laten beide stromingen vreedzaam naast elkaar leven, nu pijnlijke keuzes niet hoeven worden gemaakt. Dat neemt niet weg dat deze scholen elkaar eens hardhandig zullen tegenkomen.

Als Rottenberg stelt dat de PvdA met Kok in het kabinet bezig is zich rijk te rekenen en dat het vernieuwingsproces nog lang niet is voltooid, heeft hij het grootste gelijk. Het probleem is dat hij niet veel verder komt dan louter het woord vernieuwing. Daardoor wordt het een loos begrip. Debat is nodig en nuttig, maar moet op een gegeven moment wel ergens toe leiden. Binnen de PvdA worden veel meningen geventileerd, maar consistentie valt in al die opvattingen niet te ontdekken.

DIT MOET DE partijvoorzitter vooral zichzelf verwijten. De PvdA neemt deel aan een coalitie-kabinet. De fractievoorzitter in de Tweede Kamer kan onder die omstandigheden niet de motor van het creatieve proces zijn. De koersbepaling van de partij op de wat langere termijn is allereerst een verantwoordelijkheid voor Rottenberg. Een beperking daarbij is dat de echte leider van de partij als minister-president in het kabinet zit waar hij een regeerakkoord uitvoert dat het PvdA-congres zonder tegenstem heeft aanvaard. De lijn van dat programma is helder. Delen van de PvdA blijken het daar nu moeilijk mee te hebben. Dat geeft de partij een onduidelijk gezicht. Levendig debat is niet het eindantwoord. Een duidelijke keuze destemeer.