Plankton in Brits meer 'voelt' Golfstroom

Ecosystemen kunnen gevoelige indicatoren zijn voor subtiele veranderingen in het weer en klimaat. Daarom worden variaties in het vóórkomen van bepaalde organismen, zoals afgeleid uit fossielen in bijvoorbeeld afzettingen op de zeebodem, vaak gebruikt voor het reconstrueren van het klimaat in het verre verleden. Britse onderzoekers hebben nu een opvallend en recent voorbeeld gevonden van de reactie van een ecosysteem op het klimaat. De groei van planktondiertjes in Lake Windermere blijkt nauw samen te hangen met de ligging van de Golfstroom in de Atlantische Oceaan.

Het 17 km lange Lake Windermere is het grootste meer van het Lake District, in het noordwesten van Engeland. Het meer wordt door een groot eiland in twee bekkens verdeeld. In het noordelijke, 64 meter diepe bekken worden sinds 1935 temperatuurmetingen verricht en sinds 1940 worden daar ook monsters van het dierlijke plankton genomen. Maandelijkse kaarten van de ligging van de noordelijke grens van de Golfstroom worden sinds 1966 gepubliceerd. Britse ecologen hebben nu uit deze gegevens afgeleid dat de gemiddelde hoeveelheid planktondiertjes per kubieke meter water varieert met de ligging van deze grens van de Golfstroom.

De verbindende schakel in dit opmerkelijke verband lijkt het weer aan het begin van het zomerseizoen te zijn. Dit weer, dat op zijn beurt samenhangt met het gedrag van de Golfstroom, is zowel van invloed op het ontstaan van de thermische gelaagdheid van het water in Lake Windermere als op de groei van algen die als voedsel dienen voor de planktondiertjes. Als er al vroeg in de zomer in het water een thermische gelaagdheid ontstaat, vindt de groei van eetbare algen plaats vóórdat het zoöplankton al zijn eitjes heeft gelegd, terwijl bij een gelaagdheid later in de zomer de algengroei beter is afgestemd op de behoeften van het plankton (Nature 378, p. 139).

De onderzoekers denken met deze correlatie een tot nu toe onbekend verband tussen weerpatronen in en rond Groot-Brittannië en processen aan de andere kant van de Atlantische Oceaan op het spoor te zijn gekomen. Andere Britse onderzoekers hebben onlangs een soortgelijk verband gevonden tussen de ligging van de Golfstroom en de produktiviteit van landplanten in Bibury, in het zuiden van Engeland. In al deze gevallen lijkt er in de biologische data een sterker 'signaal' te zitten dan in de plaatselijke weerkundige metingen.