Noorden krijgt steun in de rug met proef fiscale zone

GRONINGEN, 23 NOV. Noord-Nederland een belastingparadijs? Zó wil Tweede-Kamerlid G. Ybema (D66) wil het nog niet noemen. Daarvoor komt er te weinig geld beschikbaar voor de nieuwe regeling om het noorden een economisch steuntje in de rug te geven. Ybema nam het initiatief om van Noord-Nederland een fiscale zone te maken.

De D66'er diende hiertoe eind oktober een motie in, die door een ruime meerderheid in de Tweede Kamer werd gesteund. Tot vorige week leek het er op dat het plan door verdeeldheid tussen Friesland, Groningen en Drenthe ten onder zou gaan, maar de drie provincies wisten toch een compromis te bereiken.

Volgens een woordvoerster van staatssecretaris W. Vermeend (financiën) is het de bedoeling om per 1 januari 1996 een proef met fiscale zones te beginnen. Het is dan voor eerst dat voor een deel van Nederland een afwijkend fiscaal regime geldt. “Een doorbraak”, noemt Ybema het. “We hebben er een hele tijd tegen aan zitten duwen.” PvdA'er Vermeend heeft als Kamerlid in de vorige kabinetsperiode samen met zijn CDA-collega Vreugdenhil fiscale zones wettelijk mogelijk gemaakt. In de fiscale zone zal een systeem van vrije afschrijving worden gehanteerd. Dit houdt in dat bedrijven hun investeringen versneld kunnen afschrijven, zodat ze hun winst laag houden en daardoor minder belasting hoeven te betalen. Het betreft in feite uitstel van de betaling van belasting. Bedrijven hebben wel de 'harde' rentevoordelen en bovendien stellen ze het volgens hoogleraar regionale economie J. Oosterhaven op prijs met hun winsten te kunnen schuiven. “En er zijn altijd trucs te verzinnen om van uitstel afstel van belastingbetaling te maken, door bijvoorbeeld failliet te gaan”, aldus Oosterhaven. Hoe de regeling er precies uit gaat zien wordt binnen twee weken duidelijk, aldus de woordvoerster van het ministerie van financiën. Het zal om een proef van drie jaar gaan waarvoor 75 miljoen gulden beschikbaar is. Naar verwachting wordt een ondergrens aan de investeringen gesteld en wordt de regeling toegepast op nieuwe vestigingen en uitbreidingen. Deze moeten wel 'nagelvast' zijn om fiscal shopping tegen te gaan.

De motie van Ybema maakt het mogelijk dat het kabinet ook andere regio's, zoals Zuid-Limburg en Oost-Brabant, aanwijst, maar de staatssecretarissen hebben alleen met bestuurders uit de noordelijke provincies overlegd.

Groningen, Friesland en Drenthe hebben vorige week in een overleg met Vermeend en staatssecretaris A. Van Dok-Van Weele (economische zaken) voorgesteld het gebied waarvoor de Investeringspremieregeling (IPR) van toepassing is, aan te merken als fiscale zone. Dit komt neer op de provincies Friesland en Groningen, Zuid-Oost Drenthe, de regio rond Hoogeveen en het gebied rond vliegveld Eelde.

Friesland had liever een paar gebieden aangewezen, zoals het toekomstige megapark Heerenveen, omdat anders het geld te versnipperd wordt ingezet. Bovendien was bij een referendum over het megapark toegezegd dat voor een fiscale maatregel zou worden gepleit. Groningen en Drenthe wilden echter een groot gebied vanwege het gevaar van concurrentievervalsing en om 'woestijnvorming' buiten de fiscale zones te voorkomen. Friesland bond uiteindelijk in omdat de drie provincies beseften dat één standpunt noodzakelijk was. “Gelukkig beseften ze dat Den Haag er niet van wakker had gelegen als het allemaal niet door was gegaan”, aldus Ybema. Volgens de Drentse gedeputeerde H. Weggemans (economische zaken) is er meer nodig dan een fiscale maatregel om bedrijven naar Noord-Nederland te lokken, maar is de fiscale zone toch een belangrijk economisch instrument om de concurrentiepositie te versterken. “Het kan net het laatste duwtje in de rug zijn.”

Ook regionaal econoom J. Oosterhaven gelooft dat fiscale voordelen bij een investeringskeuze net de balans kunnen doen omslaan. Hij is voorstander van een selectieve regeling die alleen geldt voor nieuwe vestigingen van bedrijven die het buitenland bedienen, want juist voor deze bedrijven is het buitenland een reëel vestigingsalternatief. Hij spreekt in dit verband van “internationaal mobiele investeringen”. “Theoretisch is het dan zelfs mogelijk dat het geld oplevert, want je lokt bedrijven die anders niet gekomen zouden zijn.” Lokale bedrijven nemen volgens Oosterhaven het besluit om uit te breiden zonder de tijdelijke fiscale voordelen waarschijnlijk ook wel, zodat de regeling de schatkist geld zou kosten terwijl het geen extra werkgelegenheid oplevert. Oosterhaven vindt het echter “ten principale onjuist” dat er een fiscaal instrument komt dat kapitaal goedkoper maakt terwijl de doelstelling is om in het noorden meer werkgelegenheid te creëren. “Je kunt dan toch veel beter een loonkostenfaciliteit bieden, voor zowel hoog- als laagwaardige arbeid.” Het verlagen van loonkosten gebeurt ten slotte ook nationaal, zoals bij de Melkert-banen, zegt Oosterhaven. “Waarom redeneren we bij regionaal beleid dan precies de andere kant op? Dat heeft niemand mij ooit kunnen uitleggen.”