Nedersaksisch (2)

Het Nedersaksisch, gesproken in Noordoost-Nederland, neemt nog steeds een veel belangrijker plaats in dan de Gelderse Gedeputeerde, M. Louppen, ons wil doen geloven (NRC Handelsblad 7 november 1995). In Noord-Duitsland spreken plusminus acht miljoen mensen dit dialect. Vorig jaar is hieraan in de Bondsdag een volle dag aandacht besteed: op allerlei terrein, ook onderwijs, wordt dit dialect gesteund. Maar óók de Nederlandse taal!

In het hele Nederlandse en Duitse taalgebied was en is er altijd een levendig handelsverkeer geweest, niet alleen langs de kusten maar ook landinwaarts. De hessenwegen zijn vervangen door de autobanen maar wie geen Hoogduits of in Duitsland Nederlands spreekt, bedient zich van het 'plat (t)'.

Onze export gaat voor 48 procent naar Duitsland, maar neemt vooral in Zuid-Duitsland af, omdat men door de gebrekkige kennis van de Duitse taal orders mist. Door de verwantschap van het Nedersaksisch met beide talen kan het handelsverkeer zich in Noord-Duitsland beter handhaven.

En wat te denken van de cultuur aan de andere kant van de grens? Het aanbod aan culturele activiteiten in het Roergebied kan aardig wedijveren met onze Randstad. Düsseldorf en Keulen liggen dichterbij Arnhem en Nijmegen dan Amsterdam (circa een tot anderhalf uur rijden), van Enschede naar Münster geldt hetzelfde, evenals van Groningen naar Bremen.

Als dan dialect de grenzen in Europa beter overbrugt dan de officiële talen, is er heel veel te zeggen voor de instandhouding en ondersteuning. “Met platt kö'j oew redd'n van Ensche töt Berlien”, zei vroeger mijn economie-docent.