Nedersaksisch (1)

In NRC Handelsblad van 7 november wordt prof. Niebaum aangehaald die zich ergert aan de randstedelijke arrogantie wat betreft het dialectspreken in gebieden buiten die Randstad. Die al eeuwen bestaande arrogantie is in de laatste twee eeuwen versterkt door de houding van de regering. Bij wet werd vastgesteld dat iedereen op school 'Hollands' moest leren. Deze arrogantie is een belangrijk verschil tussen Nederland en Duitsland, zols Niebaum zegt. Nog niet zo lang geleden was de 'zachte g' het bewijs van minderwaardigheid, evenals het uitspreken van de 'n' aan het einde van werkwoordsvormen.

Eén algemene taal was en is in Nederland het parool. Hoewel twee- of meertaligheid op aarde het meest voorkomende, het normale patroon is, wordt het door velen verworpen. Britten kijken neer op de Engelse varianten van de VS en Australië, Nederlanders niet alleen op de varianten in eigen land, maar velen spotten nog met het Vlaams.

Wie als klein kind al twee talen leert, leert vooral een vorm van sociaal gedrag. Het leert rekening te houden met de taal van anderen. Maar het leert ook al heel jong, spelenderwijs, die twee talen te vergelijken wat uitspraak, woordenschat en structuur betreft. En dat komt hem later van pas als het, met grammatica en woordenboek, een vreemde taal leert. Het zal, ook als het volwassen is, kritischer zijn in het gebruik van die vreemde taal en niet tevreden met het koeterwaals dat in ons land al te vaak voor Engels moet doorgaan.