Nederland moet zijn eigen conclusies trekken

De regering moet zich bij Nederlandse deelname aan een vredesmacht niet bij voorbaat achter de conclusies van internationale organisaties scharen, vindt Theo van den Doel.

De afgelopen maanden is er rond de discussie over de val van Srebrenica regelmatig naar de politiek gewezen. Men zou de militairen op een mission impossible hebben gestuurd. Niet iedereen deelt die mening. De enclave was met alleen grondtroepen weliswaar onverdedigbaar, maar het 'safe area'-concept omvatte meer. Naast een tijdige inzet van het luchtwapen, zou vooral een consequente opstelling van de VN de doorslag moeten geven. Dit voorjaar lieten de VN in feite blijken zo snel mogelijk van de 'veilige gebieden' af te willen, omdat ze een algehele politieke regeling in de weg stonden. Daarmee was het lot van Srebrenica en ook van Dutchbat bepaald.

Vandaag wordt in de Tweede Kamer het politieke toetsingskader voor uitzending van militaire eenheden besproken. De vraag die zich dan voordoet is of die met behulp van dit instrument een herhaling van een drama, zoals dat zich in Bosnië heeft voorgedaan, kan worden voorkomen.

Uitzending van militairen moet zorgvuldig geschieden. Het risico van overreactie moet worden vermeden. Te snelle besluitvorming kan er toe leiden dat een operatie vastloopt en eindigt in een mislukking. Somalië kan als voorbeeld dienen. Om het gehele politieke besluitvormingsproces omtrent uitzending van militairen te structureren heeft de regering twaalf aandachtspunten geformuleerd. Uit die aandachtspunten zijn voor de VVD drie randvoorwaarden te formuleren: het Nederlandse belang, de militaire uitvoerbaarheid en het maatschappelijk draagvlak. Voordat de regering besluit om militairen aan een vredesoperatie deel te laten nemen zal zij eerst de politieke wenselijkheid moeten aantonen. Die wenselijkheid wordt bepaald door het Nederlandse belang. In de meeste gevallen wordt hiervoor bij vredesoperaties naar de handhaving van de internationale rechtsorde verwezen. Nederland als klein land en handelsnatie is immers gebaat bij een stabiele wereld. Maar die constatering op zich is onvoldoende. Onze militaire mogelijkheden zijn beperkt. We kunnen niet de lasten van de gehele wereld op onze schouders nemen. Nederland is ook geen Europese grootmacht. Duidelijk zal moeten worden gemaakt waarom juist Nederland hier een speciale verantwoordelijkheid heeft. Bij de beoordeling van de militaire haalbaarheid staat een succesvolle uitvoering van de operatie voorop. Doorslaggevend zou hier moeten zijn of daarmee ook de politieke doelstelling kan worden gehaald. Als we als voorbeeld nemen het 'safe area concept' dat uitging van de bescherming van de moslimbevolking door de VN, dan had de conclusie van begin af aan moeten zijn dat dit alleen met de inzet van grondtroepen niet mogelijk was. Militairen stenen laten bakken zonder klei, zoals in Srebrenica het geval was, gaat nu eenmaal niet. In zo'n geval dient de politiek zich niet alleen te beperken tot de Nederlandse bijdrage, maar dient het gehele politiek-militaire concept onderdeel hiervan te zijn. Daarbij is het essentieel met welke landen direct wordt samengewerkt. Een moeilijk karwei moet niet alleen door Nederland worden uitgevoerd, maar gezamenlijk met één of meerdere landen die ook enig politiek gewicht in de schaal leggen. De VS, Groot-Brittannië en Frankrijk, maar ook Duitsland komen hiervoor het eerst in aanmerking. Wanneer de troepensamenstelling in de enclave Srebrenica had bestaan uit één van deze landen was de enclave waarschijnlijk nooit gevallen.

Maar de politieke beoordeling van de militaire uitvoerbaarheid is niet eenvoudig. Met de deelname van Nederlandse troepen aan een vredesoperatie draagt de regering immers het merendeel van haar bevoegdheden over aan de betreffende internationale organisatie. Na de bevelsoverdracht heeft de regering geen directe invloed meer op de inzet van de eenheden en het verloop van de missie. Ze kan dan alleen nog maar beslissen de troepen terug te halen. Regering en parlement moeten bij de beslissing over uitzending zich daar goed van bewust zijn. Nederland moet zich dan ook niet bij voorbaat achter de conclusies van internationale organisaties scharen. De eigen analyse van een conflict en de noodzaak tot militaire inmenging is een nationale verantwoordelijkheid. Op dit punt moeten we ons niet achter de rug van de VN willen verschuilen. Is eenmaal tot deelname besloten dan dient men ook over een exit strategy te beschikken. Immers, de omstandigheden tijdens een missie kunnen zich dramatisch wijzigen. Wanneer men niet vooraf de eigen grenzen van de militaire deelname heeft bepaald, loopt men gevaar in een moeras te geraken. Militaire eenheden moeten opereren in een duidelijke commandostructuur. Maar alleen dat is niet voldoende. Van belang is ook dat de betreffende organisatie in staat is de operatie succesvol te leiden. Een duidelijke commandolijn die is gekoppeld aan een stroperige politieke structuur, leidt ook tot niets. De dubbele sleutel voor de inzet van het luchtwapen, zoals die in Bosnië werd gehanteerd, was militair gezien een ramp. De conclusie is dan ook dat de VN niet in staat zijn om complexe militaire operaties te leiden. Voor een breed maatschappelijk draagvlak is het noodzakelijk dat duidelijk wordt gemaakt welke politieke en morele belangen op het spel staan en waarom Nederland moet meedoen. Draagvlak, zo leert de praktijk, is sterk gekoppeld aan de gevaren die men loopt. Hoe groter echter de belangen, des te meer risico is acceptabel. Het spreken over 'aanvaardbaar' risico of 'verantwoord' risico is verhullend taalgebruik, waarmee de politieke besluitvorming niet is gediend. De praktijk van alledag in het voormalige Joegoslavië heeft aangetoond waarom.

Nederland moet zijn invloed in de internationale organisaties niet overschatten. Het is daarom van groot belang dat in het geval dat een behoorlijke militaire bijdrage wordt geleverd ook de Nederlandse stem wordt gehoord. Cruciale beslissingen tijdens de uitvoering van een vredesoperatie waarbij Nederlandse militairen direct zijn betrokken kan niet zonder dat men Nederland hierover heeft geconsulteerd. Kan die garantie vooraf niet worden gegeven dan dient dit mee te worden gewogen in de omvang en soort eenheden die Nederland ter beschikking stelt. Op de aandachtspunten, zoals de regering die schetst, valt nog wel wat af te dingen. Harde criteria zijn het in ieder geval niet. Toch is hier behoefte aan, teneinde nieuwe teleurstellingen in de toekomst zoveel als mogelijk te voorkomen. Een aantoonbaar Nederlands belang, de uitvoerbaarheid van de militaire opdracht en een breed draagvlak zijn hiervoor de minimumvereisten.