Mishandeling kind wordt meer gemeld

UITRECHT, 23 NOV. Het aantal meldingen van kindermishandeling blijft stijgen. Vorig jaar kwamen bij de elf Buro's Vertrouwensartsen 13.946 meldingen binnen, tegenover 13.220 in 1993. Maar anders dan in voorgaande jaren vertoont de groei, uitgedrukt in percentages, een dalende lijn: vorig jaar was sprake van 5,5 procent groei tegenover ruim tien procent in de jaren daarvoor.

Dit blijkt uit het jaarverslag van de Landelijke stichting Buro's Vertrouwensarts inzake kindermishandeling (LSBVK) dat vandaag is gepresenteerd. Onderzoek naar afnemende groei is niet gedaan, maar LSVBK-directeur B. Samson vermoedt dat deze een gevolg is van de beperkte telefonische bereikbaarheid bij vijf buro's en het bestaan van een wachtlijst in Noord-Brabant. De vijf buro's besloten de telefonische bereikbaarheid te beperken omdat de werkdruk te groot werd. Daardoor konden voorliggende gevallen niet snel genoeg worden behandeld.

Het merendeel van de meldingen betreft een vermoeden van kindermishandeling, variërend van incest tot slaan en emotionele verwaarlozing. Uit het jaarverslag blijkt dat in meer dan 80 procent van de gevallen het inderdaad om kindermishandeling ging. In de overige 17 procent kon dat niet worden geverifieerd. “Een kind dat weleens onder de blauwe plekken zit, hoeft niet per se slachtoffer te zijn van mishandeling. Hij kan gewoon een stoethaspel zijn die over elke straatsteen struikelt”, aldus Samson. Bij de buro's komen vrijwel geen meldingen binnen met het oogmerk iemand zwart te maken, zo zegt hij.

Evenals in 1993 kwamen in Rotterdam ook vorig jaar de meeste meldingen binnen: 2.185 tegenover 2.021 in 1993. In Amsterdam daalde het aantal licht. Van 1.778 in 1993 naar 1.755. Daarentegen steeg het aantal meldingen in Arnhem fors: van 1.539 (1993) tot 1.684. Emotionele mishandeling en verwaarlozing komt het meeste voor (46 procent), gevolgd door lichamelijke mishandeling (20 procent). Zeventien procent van de meldingen had betrekking op seksueel misbruik, aldus het jaarverslag.