Leeuwarden in debat over buurthuizen

Moeten de 34 bestaande buurt- en wijkhuizen blijven bestaan? Die vraag stelde het bestuur van Leeuwarden de bevolking in een stadsdebat.

LEEUWARDEN, 23 NOV. Na afloop van het stadsdebat duwt Tilly Smidt, voorzitter van buurthuis Sinneljocht, wethouder Peter de Jong nog snel een brief in handen. Daarin houdt ze een ferm pleidooi voor het openhouden van het “goedlopende” buurthuis, voor veel buurtbewoners “een plek waar het warm en gezellig is en waar gepraat kan worden. Iets wat voor iedereen erg belangrijk is in het bijzonder voor oudere mensen, werklozen en alleenstaanden”. En omdat de gemeente iets wil doen aan het “sociaal isolement” is het dus van het grootste belang dat Sinneljocht ('Zonlicht') blijft bestaan, schrijft Smidt.

“Lees het maar eens”, raadt ze De Jong aan. “Ik zie je volgende week nog wel”, zegt De Jong. Smidt heeft een half uur om haar brief in een persoonlijk gesprek toe te lichten. In haar brief bepleitte Smidt wat direct na aanvang van het debat al duidelijk werd: alle 34 wijk- en buurtverenigingen voelden niets voor fusies en als gevolg daarvan sluiting van buurthuizen. De scenario's 2 en 3 waren “volstrekt onbespreekbaar”, zoals J. Bremer van wijkcentrum Aldlân het verwoordde of zoals de 'burgemeester' van de Schepenbuurt, F. Hendriks zei: “Laat alles bij het oude en laat ons verder met rust.”

Leeuwarden (86.000 inwoners) bezit 34 wijk- en buurthuizen. Een erfenis van de stadsvernieuwing die in de jaren zeventig en tachtig, mede dankzij inzet van bewoners tot stand kwam. Tussen 1978 en 1992 werd er in de Friese hoofdstad 258 miljoen uitgetrokken voor wijk- en buurtvernieuwing. Het gemeentebestuur vond 34 centra twee jaar geleden echter wel erg veel. Doordat er bezuinigd moest worden, leek sluiting en samenvoeging van een aantal buurthuizen voor de hand te liggen. Maar toen de financiële positie iets verbeterde ging dit argument niet meer op. De discussie spitste zich vervolgens toe op de vraag of vermindering van accommodaties geen geld zou kunnen opleveren voor nieuwe activiteiten om de buurten leefbaarder te maken en bewoners uit hun sociaal isolement te halen. Maar de wijken adviseerden niet eensluidend waarop de raad het college opdroeg drie plannen aan de burgers voor te leggen.

Naast vermindering van het aantal wijk- en buurthuizen zou er ook een andere wijze van subsidie worden ingevoerd. De kern daarvan is dat vaste lasten (energie, schoonmaak, klein onderhoud, maar ook druk- en typewerk) voortaan voor tachtig procent worden vergoed. De rest kan dan besteed worden aan echte activiteiten, zo luidde het voorstel. Als buurthuizen vrijwillig fuseren beloont de gemeente dit met een subsidie van 140 procent op hun vaste lasten. Want, aldus wethouder De Jong, het is de vraag of je als overheid ook “plezierarrangementen” zoals bingo en biljart moet financieren.

De ruim tweehonderd aanwezigen waren het niet met hem eens. Zij maakten duidelijk dat alle buurthuizen open moeten blijven en er juist méér geld nodig is. Dat kan best, aldus een spreker in de zaal, “want de gemeente heeft een van de duurste onroerend- zaakbelastingen en barst van de centen”. Verschillende sprekers verwezen daarbij naar de nieuwe stadsschouwburg De Harmonie waarvoor de gemeente onlangs een half miljoen reserveerde om eventuele exploitatieverliezen op te vangen. G. Tanahatoe, pet op met tekst 'Mijn buurt, mijn wereld' van buurthuis Oldegalileën, zegt dat ze in haar wijk (3.000 inwoners) al jaren bezig zijn mensen “achter de geraniums vandaan te halen”, met bingo en allerlei “zogenaamde pret-arrangementen”, zegt ze.

In het buurthuis in de wijk Oldegalileën, in 1971 geopend in een oude leegstaande broodfabriek, zitten elke avond, elke middag en drie ochtenden in de week buurtbewoners er te sjoelen, klaverjassen, bingoën en volksdansen. Tanahatoe is er manusje van alles. Ze regelt, organiseert en overlegt bij problemen met de wijkagent. Een fusie met Sinneljocht ziet ze niet zitten. Dan stopt ze ermee. “Je krijgt een te grote wijk en dat werkt niet.” Het extra geld dat klaar ligt als beide buurthuizen samengaan is voor haar geen lokkertje. “De mensen met de grootste bekken krijgen het geld en Jan met de pet kan er naar fluiten.” De Jong noemt het eerste stadsdebat na afloop nuttig. “Het blijkt dat het wijk- en buurtwerk nog steeds erg leeft in Leeuwarden en dat is goed.” Op 15 januari volgend jaar neemt de gemeenteraad een beslissing over welk scenario wordt uitgevoerd.