Kunst van een continent

In Nederland vindt thans een grote manifestatie over Afrika in beeld plaats, maar wie mooie beelden uit Afrika wil zien, moet vóór 21 januari naar Londen gaan en daar de tentoonstelling Africa: The Art of a Continent bezichtigen. Deze is te zien in de Royal Academy en is onderdeel van een grote Afrika-manifestatie: Africa 95. Het bijzondere van deze tentoonstelling, zo zeggen de organisatoren, is dat de Afrikaanse kunst hier als kunst wordt gepresenteerd en niet als object van volkenkunde. Dat is inderdaad nogal bijzonder, omdat Afrikaanse kunst meestal te vinden is in volkenkundige en ex-koloniale musea (wat trouwens wel eens hetzelfde is). Er zit dus een associatie aan van primitief, uitheems, vreemd. Maar het is toch ook waar dat de Afrikaanse kunst al minstens vanaf de dagen van Picasso als 'echte' kunst wordt beschouwd en dus om haar esthetische en niet om haar etnologische betekenis wordt gewaardeerd. Die Afrikaanse kunst heeft de Europese kunst van de twintigste eeuw zelfs in verschillende opzichten beïnvloed. Helemaal nieuw is deze benadering dus niet.

Het andere bijzondere aspect van de tentoonstelling, zo zegt men, is dat de Afrikaanse kunst als een geheel wordt gepresenteerd. Het gaat hier niet alleen om oude of hedendaagse kunst en niet alleen om een bepaalde regio, maar om alle tijden, van vroeg tot laat, en om het hele continent, van Noord tot Zuid en van West tot Oost. De expositie begint met het oude Egypte, reist vervolgens het continent door om te eindigen bij romeins Afrika. Dat is voor de Europese toeschouwer enigszins verwarrend, want Egypte en het Romeinse rijk kennen wij van school. Zij behoren in ons geschiedbeeld niet tot Afrika maar tot de oude mediterrane beschavingen, die worden beschouwd als inleiding tot de geschiedenis van Griekenland en Rome. En die beschavingen vormen op hun beurt weer de voorgeschiedenis van de moderne Europese beschaving. Het oude Egypte is dus, om zo te zeggen, 'van ons' en het Romeinse rijk natuurlijk ook.

Zo is onze traditionele manier van denken. Dat is overigens wel een beetje rare manier van denken, want Egypte ligt natuurlijk in Afrika en niet in Europa. Er zijn tegenwoordig dan ook historici die de Afrikaanse (en dus ook de 'zwarte') aspecten van het oude Egypte beklemtonen. Maar helemaal onbegrijpelijk is onze neiging het oude Egypte in te lijven bij de Europese geschiedenis nu ook weer niet. Het valt immers moeilijk te ontkennen dat Egypte in de loop der eeuwen meer een onderdeel van de mediterrane (hellenistische, romeinse, arabische, Ottomaanse) wereld is geweest dan van Afrika. Zelfs de oppervlakkige en ondeskundige toeschouwer ziet dan ook een opvallend verschil tussen de Noordafrikaanse kunst en die uit de rest van het continent. Ik wil niet zeggen dat de overige regio's allemaal op elkaar lijken, maar het komt er toch op neer dat de Noordafrikaanse secties bekend, vertrouwd en verwant aandoen en de overige vreemd en exotisch. Dat wilden de makers van de tentoonstelling nu juist vermijden, maar daarin zijn ze niet geslaagd. De opvatting dat de kunst van Afrika een geheel vormt, wil niet goed postvatten.

Dat is ook niet zo vreemd. Een tentoonstelling over Asia: The Art of a Continent, zou ook iets geforceerds hebben, zeker als zij begon met Griekse en Romeinse kunstwerken uit Klein-Azië. Dan zouden wij datzelfde gevoel hebben. En dat niet alleen, want de vraag dringt zich op welk ander gezichtspunt dan een puur geografisch ten grondslag zou kunnen liggen aan een tentoonstelling die de kunst van de Oeral tot Japan en van de Bosporus tot Bali zou presenteren.

Ditzelfde geldt ook voor Afrika. Afrikanen bestonden niet vóór de Europeanen ze uitvonden, evenmin als Amerikanen of Aziaten trouwens. Amerika werd genoemd naar een Italiaanse ontdekkingsreiziger. Azië en Afrika waren de namen van Romeinse provincies, die respectievelijk delen van het Nabije Oosten en van Noord-Afrika omvatten. Ook voor de Arabieren betekende 'Afrika' alleen Noord-Afrika. Het land daaronder werd de Soedan (Bilad al Sudan: Land van de Zwarten) genoemd. Deze tentoonstelling beoogt Afrika als een culturele eenheid voor te stellen en zo ons Westers etnocentrisme te overwinnen, maar ze is uiteindelijk zelf ook gebaseerd op de Europacentrische visie die aan het begrip Afrika zelf ten grondslag ligt.

Een ander probleem is het begrip kunst. Zoals ik onlangs ergens heb gelezen, bestaat er in geen van Afrika's ongeveer duizend talen een woord voor kunst. Nu kan men natuurlijk kunst maken zonder er een woord voor te hebben, maar in hoeverre dat, wat wij op deze tentoonstelling te zien krijgen, kunst in de gebruikelijke zin van het woord is, is de vraag. Het ligt voor de hand dat de makers van deze tentoonstelling zich de kans niet hebben laten ontgaan het oudste menselijke artefact, een vuistbijl van anderhalf miljoen jaar geleden, op te nemen. Maar niemand zal dit toch echt als een kunstwerk willen beschouwen.

Zo zijn er meer dingen. Er zijn stoelen en zetels, een deur, een preekstoel, een paar kleden, vazen en potten en meer van dergelijke zaken die wij eerder tot de kunstnijverheid rekenen. Schilderijen ontbreken geheel. Daarom valt er ook zo weinig kleur te zien. Vrijwel alles is grijs of bruin. Wel zijn er veel beelden. Die hebben meestal titels als: mannelijke c.q. vrouwelijke, dan wel staande c.q. zittende figuur. Nu is dat ongeveer het enige dat zelfs de oppervlakkigste toeschouwer zelf ook kan vaststellen. Verder wordt alleen enige informatie gegeven over de streek en de tijd waarin het kunstwerk waarschijnlijk is vervaardigd. Meer is er kennelijk niet over bekend.

Ook dit heeft iets vreemds. In Europa weet men doorgaans, in ieder geval vanaf de veertiende/vijftiende eeuw, de naam van de maker, wanneer en waar hij leefde, wat het kunstwerk voorstelt (als het iets voorstelt), wie de geportretteerde is, welk landschap het is of welk bijbels of mythologisch verhaal wordt uitgebeeld. Hier echter weten wij niets.

Zo verdwijnt op den duur het idee naar een tentoonstelling van beeldende kunst te kijken. Niet omdat er geen objecten zijn die een schoonheidservaring oproepen. Integendeel, die zijn er wel en in de even eenvoudige als doeltreffende formulering van mijn schoolboek, waarin kunst werd gedefinieerd als “het maken van mooie dingen”, kunnen wij dus van kunst spreken. Maar het is toch wel iets anders dan wat wij daar normaal gesproken onder verstaan. Het is een boeiende tentoonstelling, Africa: The Art of a Continent, maar of het kunst is en of men het Afrikaans kan noemen, is de vraag.