Het verdriet van de treurwilg

Waarom zijn bepaalde kunstuitingen mooi? Deze vraag is in de kunstgeschiedenis vaak beantwoord met een verwijzing naar het menselijk lichaam. In de renaissance schreef de architect Filarete: 'Het gelaat van een mens is het belangrijkste deel van zijn schoonheid en omdat de ingang bij een mens de mond is en ziet door zijn ogen, moet ook een gebouw een deur hebben en ramen om door te kijken.' Michelangelo dacht een eeuw later iets dergelijks: 'Het is absoluut zeker dat de onderdelen van de bouwkunst ontleend zijn aan de ledematen van de mens.' Daarom moesten de vensters in een ontwerp op elkaar lijken, net zoals de ogen in het gezicht en de ingang mocht op zichzelf staan, zoals de mond een uniek element is in het gelaat.

De kunsthistoricus Jeroen Stumpel van de Universiteit Utrecht vertelt dat Michelangelo en collega's zich letterlijk aan dit soort regels hielden. Zij bouwden bijvoorbeeld alleen gebouwen met een centraal gelegen deur, omdat een gezicht met een scheve mond ook niet mooi is. De mens was voor hen de maat van alle dingen en deze gedachte heeft lang in de architectuur voortgeleefd. Stumpel: 'Dit kan afgeleid worden aan de ontvangst van een Weens gebouw van Aldolf Loos, een van de grondleggers van de moderne architectuur. Hij maakte voor het eerst nadrukkelijk gebruik van vierkante vensters zonder enig ornament. In de krant werd dit gebouw kritisch besproken onder de titel 'Het gebouw zonder wenkbrauwen'.'

Het menselijk lichaam was niet alleen maatgevend voor schoonheid, maar ook voor de expressie. In het begin van de negentiende eeuw stelde de Nederlandse kunsttheoreticus Humbert de Superville een invloedrijke theorie op over de manier waarop lijnstukken er op eigen kracht in slagen een emotie op te roepen. Verticale lijnen zouden de menselijke waardigheid uitdrukken, omdat de mens zich van de dieren onderscheidt door zijn verticale positie. Een schuin omhoog lopende lijn noemde hij expansief. Deze bevrijdde zich als het ware van de zwaartekracht en drukte vreugde uit. Een schuin omlaag lopende, convergente lijn zou daarentegen droefheid uitdrukken. Ten slotte zouden horizontale lijnen neutraal zijn en op rust duiden. (afbeelding 1)

Stumpel: 'Deze abstracte beschouwing lijkt op het eerste gezicht weinig overtuigend, maar Humbert had drie schema's achter de hand die zijn bedoeling in één klap duidelijk maakten. Een simpele ovaal die gevuld is met drie streepjes volstaat om de indruk van een gezicht te geven. De expressie op dit gezichtje kan worden gemanipuleerd door de lijnstukken iets scheef te zetten. Humbert liet deze tekeningetjes bij wijze van experiment aan zeer jonge kinderen zien en zij gaven dan antwoorden als: 'Die lacht, die huilt. Die in het midden doet niets.' (afbeelding 2)

De vrolijke en verdrietige expressie van lijnstukken blijft niet beperkt tot de context van het gezicht. Een boom met omhoog gerichte takken heeft iets fiers, horizontale takken maken de boom statig en de boom met de sterkst afhangende takken wordt niet voor niets een treurwilg genoemd. Evenzo lijkt een kat met zijn omhoog staande oren alert en ondeugend, terwijl honden met hangende oren en slappe wangen een zwaarmoedige uitstraling hebben (afbeelding 3)

Humbert dacht dat deze beoordeling van lijnen instinctief tot stand kwam en hij sprak over onvoorwaardelijke tekens. Stumpel: 'Humbert dacht dat hij de universele taal van de natuur op het spoor was, maar in feite is hier sprake van projectie. Mensen herkennen emoties zo automatisch dat zij in de omhoog lopende lijnen de vrolijkheid van omhoog krullende mondhoeken zien.' De neiging bestaat voorwerpen of configuraties van vormen te beoordelen alsof het levende wezens zijn.

De theorie van Humbert werd ook toegepast in de binnenhuisarchitectuur. Stumpel: 'Voor mensen die hun eigen oordeel over het ameublement niet helemaal vertrouwden, verschenen boeken die vertelden wat een goede smaak was voor de woninginrichting. De Fransman Henry Havard liet zich aan het einde van de negentiende eeuw leiden door de onvoorwaardelijke tekens. Hij liet zien dat voorwerpen op een schoorsteenmantel zodanig geschikt moeten worden dat zij omhoog gaande lijnen vertegenwoordigen.' Opvallend is dat de moderne kijker het vaak met de adviezen van Havard eens zal zijn (afbeelding 4)

Havard nam ook tekeningen op van een vrolijke siervaas met omhoog stekende oren en een trieste vaas met afhangende oren (afbeelding 5). Stumpel: 'Deze beeldtaal wordt tegenwoordig nog steeds gebruikt in tekenfilms en stripverhalen. De suikerpotten zouden zo in een filmpje van Mickey Mouse passen.' De grote uitdrukkingskracht van de vleugels op de helm van Asterix laat zich op dezelfde manier verklaren.

Het gedachtengoed van Humbert vond ook zijn weg naar schilders. De avant-garde kunstenaar George Seurat (1859-1891) die wordt beschouwd als een van de eerste moderne schilders, zei bijvoorbeeld: 'Critici zien 'poëzie' in mijn werk, maar ik volg mijn methode, dat is alles.' Hoe dit uitpakte is bijvoorbeeld goed zichtbaar in zijn grote werk 'Le Chahut' (afbeelding 6). Stumpel: 'Overal in dit schilderij zijn de vrolijke opwaartse hoeken zichtbaar. Van de hoofdlijnen tot de strikjes op de schoenen, alles krult omhoog.' De dansers staan voor een vrolijk gezicht. Iets later maakt het idee van de onvoorwaardelijke tekens de weg vrij voor abstracte schilderijen. Het was immers niet langer noodzakelijk om een realistische voorstelling te maken om toch een emotie uit te beelden.

Stumpel: 'Daarnaast probeerde men op grond van deze ideeën een soort natuurwetenschappelijke theorie te ontwikkelen over schoonheid. Er werd bijvoorbeeld een soort esthetische rekenlineaal ontwikkeld, waarmee men in een handomdraai de gevoelswaarde van verschillende hoeken kon berekenen. Men dacht hiermee een wetenschappelijk verantwoord advies voor toekomstige meesters te kunnen geven, maar de kunst sloeg een andere richting in. Zij putte niet uit wiskundige omschrijvingen, maar liet zich leiden door de theosofie.'

De laatste jaren is het gezicht als inspiratiebron voor ontwerpen teruggekeerd. Stumpel: 'Ik heb bijvoorbeeld het idee dat bijvoorbeeld de Renault Twingo echt is vorm gegeven om haar een vrouwelijk oogopslag te geven. Zij doet mij altijd denken aan de auto van Katrien Duck die wimpers had boven de koplampen. De Twingo heeft ook van die vriendelijke oogjes. Andere automerken doen overigens hetzelfde. Bij Mercedes zie je dat de lampen geen gestroomlijnd onderdeel meer uitmaken van de carrosie. De koplampen staan weer apart en zijn echte oogjes geworden.'

De woordvoerder van Renault Nederland, Janet Richter, beaamt dat de ontwerpers van de Twingo bewust hebben geprobeerd een vrolijke auto te maken voor een publiek dat durft af te wijken en voorheen bijvoorbeeld in een eend of een kever reed. Het ontwerp heeft bovendien succes. Richter: 'Tot onze verbazing slaat de Twingo ook aan bij mannen die voorheen niet in een kleine auto wilden rijden. Ook verkopen wij de auto veel aan gepensioeneerden die willen laten ze zien dat zij zich jong voelen en meetellen.'