FNV-kaderleden worstelen met grenzen flexibel werken

EINDHOVEN, 23 NOV. Woedend zijn ze, de FNV-kaderleden bij bierbrouwerij Heineken. Terwijl zij de grootste moeite doen om de uitbestedingsdrift van hun werkgever te remmen, overweegt hun eigen vakcentrale een deel van het kantoorpersoneel bij andere bedrijven uit te besteden. FNV-voorzitter Johan Stekelenburg kan deze week nog een boze brief tegemoetzien over de reorganisatieplannen. “Wij als kaderleden moeten ons de blaren op de tong lullen om werkgelegenheid binnenboord te houden en uitbesteding terug te draaien. Voor ons is dit onverkoopbaar”, zei kaderlid W. van Vugt gisteren tijdens het jaarcongres van de FNV.

Het congres van de grootste vakcentrale draaide dit jaar nu juist om de grenzen van flexibilisering. Onder het motto 'Het betere werk, evenwicht tussen dynamiek en bescherming' vergaderden gisteren in Eindhoven enkele honderden FNV-bestuurders, kaderleden en leden met elkaar over de wijze waarop de vakbeweging moet inspelen op de toenemende flexibiliseringseisen in arbeidsorganisaties.

Vakbondsbestuurders opereren nu in een schemerig gebied, zo bleek gisteren uit de praktijkverhalen. Wie zich verzet tegen iedere vorm van versoepeling, loopt het risico als vakbond bij de onderneming buitenspel te worden gezet; bestuurders en kaderleden die om deze reden juist bereid zijn tot coöperatief overleg krijgen van hun achterban snel het verwijt te heulen met de vijand. FNV-bestuurders zullen het daarom van de situatie per bedrijf moeten laten afhangen waar het evenwicht tussen werknemersbelangen en ondernemersbelang komt te liggen: “Decentraal wordt het maatwerk geleverd, wordt de ideale mix bepaald (..) en - niet 't onbelangrijkste - daar wordt de prijs bepaald die aan de gevraagde flexibiliteit hangt”, zei FNV-federatiebestuurder Ieke van den Burg gisteren.

Vrijwel alle werknemers hebben in hun dagelijkse bestaan al met aspecten van flexibilisering te maken, zo blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam onder 1200 FNV-leden. Een derde van het aantal ondervraagde werknemers zei iedere week een keer over te werken, terwijl ongeveer twintig procent zelfs alleen maar ingezet wordt buiten 'normale' kantooruren. Ook de inhoud van het werk is de afgelopen jaren voor veel werknemers gevarieerder geworden: een derde van de werkende FNV-leden rouleert regelmatig van functie. Prestatiebeloning is eveneens in opmars: voor zeventien procent van de werkende ondervraagden is het salaris al mede afhankelijk van de geleverde prestaties. Het gebruik van variabele beloning verschilt sterk bij sector: in het onderwijs komt het nauwelijks voor, van de leden van de Bouwbond en de Industriebond zei 29 procent prestatiebeloning te krijgen.

Flexibilisering van de arbeid wordt door ongeveer de helft van het aantal ondervraagde FNV-leden als een positieve ontwikkeling gezien. Maar ook bij de tegenstanders leeft de overtuiging dat de trends op dit gebied zullen doorzetten. Daarbij denkt men onder andere aan een ruimere inzet van uitzendkrachten (70 procent), taakroulatie (66 procent) en prestatiebeloning (49 procent).

Hoewel flexibilisering ook in het belang van werknemers kan uitpakken, zien de meeste FNV-leden de voordelen vooral bij de werkgevers terecht komen. Meer dan driekwart van de ondervraagden denkt dat flexibilisering de dagelijkse werkdruk zal verhogen, terwijl 68 procent het onwaarschijnlijk acht dat ze zelf inspraak krijgt in het bepalen van de eigen werktijden.