Eerst opvoeden, dan school

De programma's 'Opstap' en 'Opstapje' waren oorspronkelijk bedoeld om jonge allochtone kinderen te stimuleren in hun taalontwikkeling zodat ze betere kansen hebben in het onderwijs. Sinds 1991 worden ook Nederlandse kinderen uit 'risicogroepen' bij deze 'voor en vroegschoolse educatie' betrokken. Maar als het aan sommige projectleiders en andere betrokkenen ligt, moeten ook de ouders van de kinderen veel gaan leren van 'Opstap', zo bleek onlangs op het congres van de stichting Averroès, die het materiaal voor de programma's ontwikkelde.

Kinderen die meedoen aan 'Opstap' (tussen de 4 en 6 jaar), of 'Opstapje' (van 2 tot 4 jaar) worden wekelijks bezocht door een spelbegeleidster, vaak een moeder uit de buurt, die met het kind speelt en het voorleest. Het kind raakt daardoor bekend met begrippen die het op de basisschool nodig heeft en de moeder leert hoe ze haar kind kan stimuleren. In wekelijkse ouderbijeenkomsten spelen ouders en kinderen samen, en praten ze met elkaar over de opvoeding. Jaarlijks doen ongeveer 14.000 kinderen in honderd gemeenten met hun ouders aan de programma's mee. Volgens sommige deelnemers aan het congres moet zo'n project meer effecten hebben: ouders wordt gestimuleerd zich betrokken te voelen bij de school van hun kind, wat integreren in de Nederlandse samenleving bevordert.

Projectcoördinatoren uit Veenendaal en Utrecht klaagden dat 'Opstap' te weinig op vaders was gericht. Extra projecten zoals een cursus over het Nederlandse onderwijssysteem, moeten het tekort van 'Opstap' ondervangen. 'Eerst stelden de vaders alleen technische vragen over het onderwijs, maar na een paar keer gingen ook zij met elkaar praten over de opvoeding van hun kinderen', aldus een coördinator uit Veenendaal.

Spelleidster Ineke Bergsma uit Friesland vertelde het ook als haar taak te zien ouders advies te geven bij de opvoeding. 'Vooral Nederlandse gezinnen die ik bezoek zitten met allerlei vragen, zoals over een kind dat niet wil luisteren of hoe ze met hun kind kunnen spelen.' Bergsma zegt er voor te waken te dwingend te zeggen hoe het moet. 'Zo'n driftig kind pak ik bijvoorbeeld eens goed bij de arm vast om de moeder te laten zien dat zij de baas moet blijven.' De ouders van een Iraans jongentje van anderhalf dat 's avonds niet wilde eten adviseerde ze niet langer het kind een ontbijt van chocola en cola voor te zetten. 'Geef hem maar gewoon een sneetje brood, als hij honger heeft eet hij het heus wel op.'

Maar volgens prof.dr. M. de Winter, hoogleraar jeugdstudies aan de Universiteit Utrecht, moeten de doelstellingen van de vroeg- en voorschoolse educatie niet teveel worden uitgebreid. Het is al mooi als een kind beter kan functioneren op school, stelde hij tijdens de forumdiscussie. Integratie in de samenleving en opvoedingsadviezen moeten niet vanuit de medewerkers van 'Opstap' komen. 'Dat is bevoogdend. Er wordt te weinig rekening gehouden met de behoeften van de ouders. Dat zou eerst eens moeten worden gevraagd.' Volgens onderzoekster dr. T. Pels van de Erasmus Universiteit in Rotterdam kan dat niet altijd. 'Ouders met een lage opleiding kunnen heel moeilijk verwoorden waar zij behoefte aan hebben. Dat vraagt een specialistische kennis van de samenleving die ze niet hebben.'