Een los kanon op het voordek

Het vraaggesprek met de prinses Diana heeft vele tongen losgemaakt? Een eindeloze soap of het einde van de monarchie? Volgens Hieke Jippes blijven de Britten verknocht aan hun koninklijke familie.

De Prinses van Wales mag dan post-nataal gedeprimeerd, boulimisch, affectief verwaarloosd en suïcidaal zijn geweest, met haar gevoel voor public relations is nooit iets mis geweest. Vandaag, twee dagen na uitzending van dàt interview waarin ze beleed een ambassadrice voor Groot-Brittannië te willen zijn, is ze aangekomen in Argentinië. Dat bezoek, lang geleden gearrangeerd en vooral in beslag genomen door bezoeken aan liefdadigheidsinstellingen van Haar keuze, wordt daarmee, zoals de prinses heeft bedoeld, een feitelijk uitroepteken achter haar uitgesproken wens. Aller ogen zullen zijn gericht op Diana, de lieftallige, en reken maar dat ook het ene werkelijk ambassadoriale onderdeel van de trip - de lunch met de notoir vrouwgevoelige president van Argentinië, Carlos Menem - als een succes zal worden afgeschilderd. Daar kan zelfs de zuinige kwalificatie van Buckingham Palace, dat het om een “semi-officiëel werkbezoek” gaat, niets aan afdoen.

De toekomstige koning der Britten hebben we de laatste week aanzienlijk minder in de publiciteit gezien - zoals gebruikelijk. Vorige week, op het moment dat het Diana-interview werd aangekondigd, werd hij gefotografeerd in Berlijn, waar hij net een groot mes zette in de verjaardagstaart die daar door zijn gastheren voor hem was geprepareerd. De symboliek was voor de meeste commentatoren te verleidelijk om zomaar te laten passeren: de 'op hetzelfde moment in de rug gestoken'-analogieën waren tenminste niet van de lucht. En dinsdag ondervond de prins méér dan gebruikelijke belangstelling van de pers bij zijn werkbezoek aan - saaier kan het niet - een sardine-fabriek in Cornwall.

“Hebt u nog naar de televisie gekeken, gisteravond, Sir?”

“Zeker niet naar het kanaal waar u voor werkt”, beet de troonopvolger terug.

Van een zekere afstand is de strijd om de harten van het Britse volk, gevoerd door de toekomstige koning en koningin der Britten, nog wel amusant. Maar het gaat om serieuze kwesties. Wordt de Britse koninklijke familie, en daarmee de monarchie als draagster van alle verheven gevoelens van de natie, gedegradeerd tot een soap-opera? Is prins Charles, die al zo lang wacht op de troonsbestijging, wel bestand tegen de druk van het koningschap? Kunnen een overspelige koning en een overspelige koningin, elk in hun eigen koets, aan komen rijden bij Westminster Abbey voor de kroningsplechtigheid? Kan de aartsbisschop van Canterbury een koning, wiens naam voor altijd associaties met tampons zal blijven oproepen, werkelijk benoemen als Supreme Governor van de Anglicaanse Kerk?

Voor een deel is dit soort vragen al aan de orde geweest bij de scheiding-van-tafel-en-bed van de echtelieden, nu bijna drie jaar geleden. Puur constitutioneel lijkt het antwoord op al die vragen “ja”. Premier Major houdt nog steeds vol dat niets de wording van een Queen Diana in de weg staat. De aartsbisschop van Canterbury heeft laten weten dat zelfs een formeel gescheiden Charles als koning gekroond kan worden. En de constitutioneel expert Vernon Bogdanor zei deze week na het Diana-interview nog tegen Newsnight dat de enige kwalificatie, die nodig is voor de titel van hoogste gouverneur van de Anglicaanse Kerk, de titel en functie van koning is.

Maar dat zijn strikt formele antwoorden. Waar het om gaat is de vraag in hoeverre het Huis van Windsor de respectabiliteit terug kan winnen, die een waardige drager van de monarchistische traditie behoort te hebben? Alle gepraat over het gevaar voor het voortbestaan van de Britse monarchie ten spijt, als om te beginnen de troonopvolger en zijn echtgenote er in zouden slagen de triomfen en mislukkingen in hun respectievelijke slaapkamers geheel binnenskamers te houden en verder gewoon hun werk te doen, dan ìs er helemaal geen gevaar dat de Britten hun koninklijke familie naar huis zullen sturen. Daarvoor zijn ze veel te gehecht aan de traditie van pomp and circumstance die een koningshuis met zich meebrengt en die hen - zie de massa's voor Buckingham Palace - tot object van afgunst in de hele wereld maakt.

Het is waar dat diezelfde gehechtheid aan pracht en praal de huidige koningin en prins, Elizabeth II en prins Philip, veel te lang gevangen hebben gehouden in een stijl van hofhouden die te duur en te arrogant werd bevonden, zeker na de uitspattingen van recente toevoegingen aan de koninklijke familie. Pas heel laat - aan het eind van de diepste economische recessie sinds de oorlog - hebben de adviseurs van de koningin haar gestuurd tot een koers die meer werkelijkheidszin verraadt. De koningin betaalt nu sinds drie jaar belasting, zij heeft de omvang van het door de staat betaalde hofhouding tot realistische proporties teruggebracht en zij staat toe dat Buckingham Palace als toeristische attractie wordt gebruikt, opdat uit de inkomsten haar woonpaleis, Windsor Castle, kan worden gerestaureerd.

Is de Britse monarchie daarmee, zoals buitenlandse commentatoren dat zo graag noemen, “geschikt gemaakt voor de eenentwintigste eeuw”? Of moet het mes er dieper in, zodat het apparaat meer gaat lijken op wat Britse commentatoren zo graag noemen “de fiets-monarchie”?

Prins Charles zelf bekende in 1988 tegenover Nederlandse correspondenten in Londen dat hij weliswaar ooit “een tweemans vakbond van troonopvolgers” had gehad met - toen nog - kroonprinses Beatrix, maar dat hij desondanks niet geloofde in het klakkeloos overnemen van andermans model. Zijn stijl in de wachtkamer voor het koningschap laat desondanks een wereld van verschil zien met de aanpak van de nu heersende generatie van zijn moeder. Dit is een man die in zijn keuze van adviseurs en vrienden laat zien dat hij oog heeft voor problemen van 'gewone mensen' - precies het terrein dat prinses Diana voor zichzelf claimt.

Als prins Charles - de tactieken van zijn echtgenote ten spijt - ooit de kans krijgt King Charles te worden, dan krijgen de Britten in hem een vorst die een zelfgenoegzame bijeenkomst van City-bonzen op het verkeerde been durft te zetten door ze publiekelijk te wijzen op de ten hemelschreiende huisvesting van binnenstadsbewoners, net om de hoek van hun protserige nieuwbouw. Een koning, die als Prins van Wales duizenden jonge mensen een startsubidie en hulp heeft gegeven via de Prince's Trust. Een vorst die zich opwindt over vernietiging van het milieu, en daaraan wat probeert te doen. En een man ook, die niet bang is het imago van een beetje een stoffige stoethaspel te versterken door zich in te zetten voor het behoud van Shakespeare in het lespakket van middelbare scholen en voor de handhaving van het gebruik van de King James-vertaling in de diensten van de Anglicaanse Kerk.

“De zaken die de prins aanpakt zijn dan misschien niet sexy, ze zijn minstens zo lovenswaardig als die van de Prinses van Wales”, zei een verontwaardigde afgevaardigde uit het pro-Charles-kamp, staatssecretaris van defensie Nicholas Soames, direct na het Dianarama van maandagavond. Hij bekende het vraaggesprek met de prinses “tenenkrullend verschrikkelijk” te hebben gevonden.

Daarin wordt hij niet gevolgd door een meerderheid van het Britse publiek. Opiniepeilingen hebben inmiddels overduidelijk gemaakt dat zo'n 85 procent van de Britse onderdanen vindt dat Diana het recht had “haar kant van de zaak” over te brengen, nadat Charles de gelegenheid had gehad zijn reputatie te vestigen in het Dimbleby-programma.

Britse commentatoren, en onder hen vooral oudere heren in streepjespakken zoals ex-Times-hoofdredacteur William Rees-Mogg en columnist-schrijver Auberon Waugh, zien wel de kundige manier waarop de prinses zowel de koninklijke familie als haar echtgenoot afmaakte, maar vallen toch allemaal voor die goed-geoefende, betraande blik en die effectief bedeesde stem.

Voor degenen die langzaam tot hun positieven komen, blijft de vraag waarom interviewer Martin Bashir niet toesloeg, toen de prinses een definitieve scheiding afwees, met de woorden: “We moeten met onze jongens rekening houden”? Zeker zijn de prinsjes William en Harry beter af met ouders die zich definitief van elkaar hebben losgemaakt, dan met een moeder en vader die elkaar in een halfslachtige verbintenis blijven beschadigen. De communis opinio onder parlementariërs en constitutionele adviseurs lijkt nu dan ook te zijn dat die scheiding er moet komen - hoe sneller, hoe beter. Na de opmerkingen van de prinses over “de vijand” (Buckingham Palace en de respectievelijke staven van koningin Elizabeth en prins Charles) zijn er ook Lagerhuisleden die roepen om vervanging van adviseurs.

Maar voor het eerst hebben diezelfde adviseurs iets geleerd. De aanvankelijk gepikeerde reactie op het geheel door de prinses zelf gearrangeerde vraaggesprek was: geen commentaar, nu niet en ook straks niet. Die houding is gisteren gewijzigd. Het Paleis gaf een verklaring uit waarin het zei dat de prinses is uitgenodigd voor een bespreking over de vraag hoe zij de zichzelf toebedachte rol als goodwill-ambassadrice in de toekomst zou kunnen invullen. Dat is - voor het eerst - verstandige public relations. En handige tactiek voor het bedwingen van een los kanon op het voordek, dat zich - naar eigen zeggen - alleen al salvos's afvurend zal laten verwijderen.