Een leeshulp voor tussen de middag

Elke maandachtochtend om half twaalf melden zich vijf ambtenaren van de Sociale Dienst bij basisschool De Klipper in Rotterdam-Zuid. Tijdens hun lunchpauze lezen deze ambtenaren een half uur met leerlingen die een taalachterstand hebben. Donderdag komen er om dezelfde tijd vijf andere ambtenaren hetzelfde doen. Zo krijgt een veertigtal leerlingen van De Klipper extra leeshulp. Volgens leerkracht Harriët Bezemer helpt het: het leesniveau van de kinderen die hieraan meedoen gaat zichtbaar omhoog. Niet alleen het technisch lezen, ook het begrijpend lezen wordt beter.

Ko Houtman, in het dagelijks leven consulent bij de Sociale Dienst, heeft zijn vaste groepje al gevonden. Eén leerling is ziek, maar Emir en Jonas, beiden uit groep vijf, zitten al met de boekjes op tafel te wachten. Verderop in het lokaal zitten nog twee andere leesgroepjes.

Om weer even in het verhaal te komen leest Houtman eerst een klein stukje zelf. Dan mag Emir verder gaan. Met zijn vinger gaat hij langzaam langs de woordjes en in een monotoon staccato leest hij achter elkaar door. Als hij een woord niet duidelijk uitspreekt, vraagt Houtman hem dit te herhalen. Ook de uitdrukking 'neem mij niet kwalijk', moet twee keer gelezen worden, want die kent Emir niet. Dan mag Jonas verder gaan. Dat gaat iets vlotter. 'Tante Truus veert op', leest Jonas en Houtman vraagt of hij het woord 'opveren' kent. 'Opstaan', zegt Jonas en hij leest door. Komt aardig in de buurt, oordeelt Houtman.

Aan de overkant van de hal zit ambtenaar Alwien Dhalganjansing dubbelgeklapt op een klein stoeltje met vier wat oudere leerlingen om zich heen. Marco, met zijn elf jaar de oudste van het groepje leest lettergreep voor lettergreep. Als Dhalganjansing hem vraagt wát hij heeft gelezen, kijkt hij glazig voor zich uit. Dit kost hem al moeite genoeg, lijkt hij uit te drukken. 'Het moet nog wel wat vlotter', zegt de leeshulp. 'Thuis veel oefenen, hoor!', adviseert hij Marco op goedmoedige toon. Melek van negen leest iets sneller maar ze moet nog wat beter op de leestekens letten. Dhalganjansing noteert zijn bevindingen in een schriftje dat hij, net als de andere leeshulpen op school achterlaat. Leerkracht en coördinator van het leeshulpproject, Harriët Bezemer, neemt de aantekeningen wekelijks door.

Vijf jaar geleden, in oktober 1990, begonnen de eerste dertig gemeenteambtenaren een keer per week in hun middagpauze te lezen met kinderen die een taalachterstand hebben. Het was een van de eerste projecten in het kader van de sociale vernieuwing. Uit een evaluatieonderzoek dat een jaar later werd gehouden bleek dat het project vele positieve effecten had. Het belangrijkste was dat de taalvaardigheid van de kinderen die meededen omhoog ging en dat ze meer plezier in lezen kregen. Maar er bleek ook een stimulerende werking van het leesproject uit te gaan naar de leerkrachten, zij voelden zich gesteund, en naar de ouders van de kinderen die zelf ook interesse gingen tonen voor leesonderwijs.

De ambtenaren op hun beurt kregen meer begrip voor de taalproblemen waar kinderen van niet-Nederlandse afkomst mee kampen en hun waardering voor de inspanningen van de leerkrachten nam toe. In het evaluatierapport sprak men de hoop uit dat meer basisscholen leeshulp van buiten zouden krijgen. Want, zo stelden de onderzoekers vast: in het Rotterdamse basisonderwijs maakt ruim driekwart van de leerlingen kans om een leesachterstand op te lopen. Iets meer dan de helft van de leerlingen is van buitenlandse komaf en 132 van de 200 basisscholen hebben te maken met onderwijsachterstanden.

Zojuist is er onder de titel 'Meewerken aan een verstaanbare leefgemeenschap' een nieuw onderzoek naar het leesproject verschenen. Na vijf jaar is het aantal leeshulpen gestegen tot vierhonderd. Behalve ambtenaren (60%) doen ook medewerkers uit het bedrijfsleven (30%) mee, alsook individuele burgers (10%). Het aantal scholen waar de leeshulpen actief zijn is gestegen van vier tot tweeëntwintig.

Voor dit onderzoek werden naast de leerkachten, de directeuren van de scholen en de leerlingen ook de leeshulpen uitvoerig ondervraagd. Ze doen dit vrijwilligerswerk enerzijds omdat ze graag maatschappelijk betrokken willen zijn, anderzijds omdat ze het leuk vinden om met kinderen om te gaan. De 'beloning' die ze ervoor krijgen zit in het enthousiasme van de leerlingen - ze krijgen vaak tekeningen en kaarten - en in de resultaten die de kinderen boeken. Maar ze komen ook problemen tegen. Bijna veertig procent van de leeshulpen geeft aan dat ze soms moeite hebben met 'eigenwijze' of 'vervelende' kinderen in hun groepje. Op dat punt zouden ze graag wat meer begeleiding willen.

Vorig schooljaar ging ook basisschool De Klipper van start met het leeshulpproject. Dat kon eenvoudig geregeld worden, vertelt Harriët Bezemer, want de dependance van de school zit in hetzelfde gebouw als de Sociale Dienst. 'De animo onder de ambtenaren was meteen groot', aldus Bezemer. 'Vorig schooljaar deden veertien leeshulpen mee, dit jaar tien.' Ze krijgen een korte instructie en Bezemer deelt op grond van de toetsresultaten de kinderen naar leesniveau in. De groepjes blijven een schooljaar bij elkaar, zodat er een band kan ontstaan met de eigen leesjuf of leesmeester. 'De toetsresultaten van de kinderen die leeshulp krijgen gaan sneller omhoog dan die van de kinderen die geen hulp krijgen', concludeert Bezemer. 'Zowel met technisch als met begrijpend lezen maken ze grotere vorderingen. Bovendien vinden de kinderen het leuk, want ze krijgen lekker veel aandacht in zo'n klein groepje.'

Leeshulp Ko Houtman hoopt op deze manier een bescheiden bijdrage te kunnen leveren aan het wegwerken van leesachterstanden bij deze kinderen. 'Bovendien', zegt Houtman, 'vind ik het een leuke onderbreking van m'n dagelijkse werk.' Voordat hij als leeshulp begon kreeg hij wat tips om de kinderen bij de les te houden. 'Als ze snel zijn afgeleid kun je bijvoorbeeld om de beurt een zin laten lezen, maar soms maken we tussendoor ook even een praatje over iets anders. Ik merk dat het voor deze kinderen moeilijk is om een half uur echt geconcentreerd bezig te zijn.' Of het helpt? Houtman denkt dat de persoonlijke aandacht in een klein groepje altijd meegenomen is. 'Alle leestijd die ze kunnen krijgen moet je pakken. Hopelijk ontdekken ze ooit dat lezen leuk is, dat je met een boek in een hele eigen wereld kunt kruipen.'