'Echte democratie in Afrika is zeer goed mogelijk'

De kwaliteit van het bestuur in Afrika is het centrale thema op de grote Afrika-conferentie die vandaag in Maastricht begint. Vandaag en morgen debatteren wetenschappers over wat in de vakliteratuur bekend staat als good governance. Maandag en dinsdag buigen de leden van de zogeheten Global Coalition for Africa (GCA) zich in Maastricht over 'de toekomst van Afrika in de wereld'. Deze 'denktank' werd in 1990 op initiatief van de Nederlandse minister voor ontwikkelingssamenwerking, Jan Pronk, opgericht als uitvloeisel van een eerdere Afrika-conferentie, eveneens in Maastricht. Op bijeenkomsten van de GCA debatteren vooraanstaande Afrikaanse politici, leidende persoonlijkheden uit het circuit van de Verenigde Naties en prominente politici uit het Westen over de kwaliteit van het openbaar bestuur op het continent. De coalitie ziet verdere democratisering van Afrika als een belangrijk middel om die kwaliteit te verhogen. Prominente gasten op de bijeenkomst van de GCA zijn deze keer onder anderen de voormalige Tanzaniaanse president Nyerere en de voormalige minister van financiën van Ghana, Kwesi Botchwey. Twee visies op democratisering in Afrika.

LONDEN, 23 NOV. “Diep bedroefd” is hij over de executie van de radicale Ogoni-activist Ken Saro-Wiwa en acht van zijn medestanders in Nigeria. Toch gelooft Chief Emeka Anyaoku, de Nigeriaanse secretaris-generaal van het Britse Gemenebest, dat “echte democratie” op het Afrikaanse continent mogelijk is mits aan een aantal basisvoorwaarden wordt voldaan. “Het argument dat Afrika nog niet rijp is voor meer-partijendemocratie komt meestal uit de koker van machthebbers die geen zin hebben om verantwoording af te leggen voor hun daden.”

Chief Anyaoku ziet drie belangrijke sleutels tot succes van een meer-partijendemocratie in Afrika. “Als een land de overstap van een een-partijstaat naar een meer-partijenstelsel overweegt, zou ik er in de eerste plaats voor willen pleiten om politieke partijen te verbieden die louter en alleen gebaseerd zijn op etnische of religieuze grondslag. Ten tijde van de onafhankelijkheid in de jaren zestig waren we idealistisch en konden we niet vermoeden van hoe vaak op macht beluste politici vooral de etnische kaart zouden spelen. Door schade en schande zijn we wijs geworden. Een verbod op zulke partijen zou ervoor zorgen dat het bij verkiezingen echt gaat waar het om zou moeten gaan, namelijk de politieke problemen waar het land voor staat.”

Volgens Chief Anyaoku moet ook worden gewaarborgd dat het leger in Afrika in de kazerne blijft. “Ik zou ervoor zijn in de grondwet vast te leggen dat het leger zich niet met de politiek mag bemoeien. Maar al te vaak hebben de strijdkrachten in Afrika een tijdelijke terugval in de populariteit van burgerregeringen gebruikt om de macht te grijpen. Dat deden de militairen maar zelden op grond van overwegingen van nationaal belang, het ging hun er meestal gewoon om hun eigen zak te spekken. Dat zou moeten worden voorkomen.”

In de derde plaats, aldus Chief Anyaoku, zouden landen in de verschillende Afrikaanse regio's een constante dialoog moeten voeren over de staat van de democratie in het gebied. “In Zuidelijk Afrika heeft dat zeer goed gewerkt. Toen er vorig jaar een staatsgreep was in Lesotho, trokken Zuid-Afrika, Zimbabwe en Botswana onmiddellijk één lijn. Daardoor kon de macht weer vrij snel worden overgedragen aan een burgerregering.”

De secretaris-generaal van het Britse Gemenebest ziet hier een grote rol weggelegd voor zijn organisatie. “In 1990 heeft het Gemenebest de verklaring van Harare aangenomen, waarin de basisprincipes van behoorlijk bestuur zijn vastgelegd. Op de top van Nieuw Zeeland van deze maand hebben we een werkgroep ingesteld van acht leden die op de naleving van die principes toezicht moet houden. Het succes van de verklaring van Harare is overduidelijk. In 1990, toen zij werd aangenomen, werden negen lidstaten nog bestuurd door één-partijregeringen, dat zijn er nu nog maar drie.”

De schorsing voor twee jaar van Nigeria, waartoe het Gemenebest in Nieuw Zeeland besloot, ziet de secretaris-generaal als een aanmoediging aan dat land om snel de democratie opnieuw in te voeren. “Nigeria heeft geen enkel excuus voor de situatie waarin het nu verkeert. Het land is rijk aan natuurlijke hulpbronnen en een groot deel van de bevolking is goed opgeleid. In feite is Nigeria nu verdeeld in twee kampen. Het ene kamp zegt dat de verkiezingen van 1993, die door de militaire machthebbers werden geannuleerd, wettig waren en wil dat de winnaar van die verkiezingen, Moshood Abiola, president wordt. Het andere kamp gelooft niet in de wettigheid van de stembusstrijd. Wat beide partijen moeten doen, is om de tafel gaan zitten om een consensus te bereiken over hoe het verder moet met het land. De schorsing is een belangrijk signaal aan beide partijen om die dialoog te voeren.”

Chief Anyaoku gelooft niet in het bestaan van een typisch 'Afrikaanse' democratie. “Democratie is democratie, of het nu om Afrika gaat of over de rest van de wereld. Het gaat erom dat het volk de kans krijgt om zijn mening kenbaar te maken. Natuurlijk is het zo dat je in Afrika te maken hebt met maatschappijen waarin een groot deel van de bevolking niet kan lezen of schrijven. Maar ook analfabeten kennen het verschil tussen een corrupte en een niet-corrupte regering en ook analfabeten zijn in staat te bepalen waar hun politieke belang ligt.”

In de houding van het Westen ten opzichte de democratie in Afrika bespeurt de secretaris-generaal vaak een element van hypocrisie. “Mensen die honger hebben, denken aan eten en niet aan democratie. Je kunt geen volle stembussen hebben terwijl de magen van de mensen leeg zijn. Het Westen legt zware aanpassingsprogramma's op aan veel Afrikaanse landen terwijl het tegelijkertijd eist dat die landen de overgang maken naar de democratie. Dat is een vrijwel onmogelijke combinatie.” Het Westen zou er ook naar moeten streven om een internationale economische omgeving te creëren die vriendelijker is voor Afrika. “De beste garantie voor democratisering is economische groei. Als er iets gedaan zou worden aan de schulden van Afrika en als de landen op het continent betere prijzen zouden krijgen voor hun exportprodukten, dan zou de democratisering van Afrika een goede duw in de rug krijgen.”