De Nits doen maar wat en hebben elke ambitie verloren

Concert: Nits. Gehoord: 22/11 Metropole, Almere. Herhaling: 24 en 25/11 Chassé Theater, Breda, 29/11 Purmarijn, Purmerend, 30/11 Kampanje, Den Helder, 1/12 Agnietenhof, Tiel.

Of er nog verzoeknummers waren, vroeg zanger en gitarist Henk Hofstede ten einde raad, want de avond wilde maar niet van de grond komen. “Doe maar wat”, riep een middelbare dame vanuit het luie pluche. Daarmee werd de artistieke noodzaak van dit theaterpopconcert op een pijnlijke manier gekenschetst. De Nits deden maar wat, zoals gewoonlijk in een verzorgd decor en met een royale greep uit het in twintig jaar opgebouwde repertoire. Het publiek in het uitverkochte theater liet het zich gelaten aanleunen, en klapte braaf mee op de zeldzame momenten dat er een beetje vaart in het optreden kwam.

Het voordeel van een groep als de Nits, vindt Hofstede, is dat hij nog eens op een stoel kan gaan zitten. Met rock'n'roll heeft hij geen grote affiniteit en het internationale succes danken ze aan het oerhollandse gevoel dat uit de merendeels Engelstalige nummers spreekt. Nu de verzamel-cd Nest in de winkel ligt, lijkt het of de Nits alle ambitie verloren hebben om nog iets nieuws aan het beproefde repertoire toe te voegen. Robert-Jan Stips toverde de bekende geluidjes uit zijn toetsenbord, met een gezicht alsof hij de ritmische typemachine-samples in Typist of candy ter plekke verzon. Een frisse impuls kwam van percussionisten Rob Kloet en Peter Meuris, die grappige dingen deden met een scharnierend stuk hout of met de golfplaten van de huisjes waarachter hun drumstellen na de pauze schuil bleken te gaan.

Het was niet genoeg. De groep mist de theaterpersoonlijkheid die nodig is om een aan de stoelen gekluisterd publiek te boeien met een samenhangend programma. Door de vriendelijke en vrijblijvende manier waarop de loshangende liedjes gebracht werden, kreeg het concert het bedenkelijke niveau van een bonte avond op de middelbare school. Er kwam wel rook uit het decor, maar waar was het vuur?