De codes rond het mannenpak; Stropdas uit, vest aan

Waar de Amerikaanse man zijn das uitgooit en steeds losser gekleed gaat, lijkt het klassieke mannenpak in Europa te floreren. Liefst gemaakt van modieuze dunne wol, met een drie-of vierknoops jasje en een smal gesneden broek. Het vest is weer terug. Kijk maar naar James Bond.

Is er iets mis met het mannenpak? Wie de berichten uit Amerika gelooft zou denken van wel. Suits are for losers; The suit wont get you promoted, en The suit is dead prediken de moderedacteuren. Het klassieke mannenpak wordt verdrongen door een casual look. Waar het pak staat voor conservatisme en hiërarchie, suggereert vrijetijdskleding persoonlijkheid en creativiteit.

In steeds wijder kringen raakt de dress down-Friday in zwang; de das hoeft niet meer om. Ook bedrijven met voorheen rigide kleding-codes laten de teugels vieren. Van IBM-topman Lou Gerstner mogen zijn computerverkopers hun donkerblauwe pakken en witte shirts aan het knaapje laten hangen. Aan de Westkust kan men zich op dagen zonder klantenbezoek losjes gekleed vertonen en aan de Oostkust is tot in de dealing-rooms van het toch zo strak geklede financiële wereldje zelfs de jeans binnengeslopen.

Op deze veranderingen wordt in Amerika listig ingespeeld. Zo voert de confectionair Savane een speciaal Friday Wear-label en orakelt hij: Loosen that collar, relax that waistband. Zelfs Brooks Brothers, het adres voor zakelijk New York, komt met een als Soft Classics aangeduide kantoordracht. De in de VS wereldberoemde dandy-schrijver Tom Wolfe merkte al op dat hij waarschijnlijk nog de enige New Yorker is die maar één spijkerbroek bezit, een kledingstuk dat hij in het openbaar overigens nooit zal dragen. Vermoedelijk is Wolfe voorlopig de laatste die onvoorwaardelijk trouw is aan zijn cut to the bone-garderobe. Richard Martin, conservator van het Costume Institute van het New Yorkse Metropolitan Museum of Art, verwijst in het zakenblad Forbes naar de moguls uit de amusements-industrie: “These guys are defining the new lifestyle,” stelt hij onomwonden vast. Het kreukelige linnen van Steven Spielberg, de T-shirtjes van Hollywood-producent David Geffen en de dasloze nek van software-miljardair Bill Gates, alles wijst erop dat de nieuwe helden van Amerika de oude kledingnormen met de zak van Max hebben meegegeven.

Wie hieruit concludeert dat de huidige Amerikaanse trend tot de mondiale afschaffing van het mannenpak zal leiden, heeft vroeger op school onvoldoende opgelet. Want daar werd je geleerd dat revoluties wel eens slagen, maar meestal mislukken. Taaier dan taai zijn nu eenmaal De Tradities. Zij zullen zich handhaven, glorieus, en als het echt niet anders kan, in lichte vermomming. En als je dan kijkt naar Engeland, Italië of ook naar Amerika, dan zie je dat elk van die landen, althans op het gebied van het mannenpak, een sterke, eerbiedwaardige en bijzondere traditie heeft, met een eigen, herkenbare snit. In het kleermakersjargon heeft men het dan ook over de Engelse, de Italiaanse en de Amerikaanse school.

De school waartoe een pak behoort is het duidelijkst terug te vinden in de schouderlijn. Zo is de Britse schoudervorm licht opgevuld maar nooit breder dan de drager zelf. In het jasje, dat de belijning van het lichaam volgt, zitten twee splitten van 22 à 24 centimeter. In het oog springende bijzonderheid aan het Amerikaanse pak is de natural shoulder. In de schouderpartij zit nauwelijks vulling, waardoor die iets schuin naar beneden hangt. Het simpele model met vaak maar één split noemt men het Sack-suit. In vergelijking met de Italiaanse en Britse school zijn de armsgaten ruimer gesneden. Zelfs als een Amerikaan zijn jasje uitdoet, blijkt waar hij vandaan komt. De broek heeft geen bandplooien en hangt laag op de heup. Naar Europese maatstaven zijn de veelal wijde broekspijpen veel te kort afgezoomd, ze eindigen vaak tot centimeters boven de schoen en missen altijd een omslag.

Aanvankelijk wordt de Italiaanse school gedomineerd door kleermakers uit het diepe Zuiden. Hun tradities worden voortgezet door kleermakershuizen in Milaan, Rome en Napels. Voor textiele fijnproevers gelden tot op de dag van vandaag Napolitaanse topmerken als Kiton, Isaïa en Attolini als de beste pakken ter wereld. De Napolitanen borduurden voort op de Engelse school maar ze gaven aan die leer een draai. De schouderlijn van hun pak werd iets verhoogd en hoekiger uitgevoerd en het jasje volgde evenals de Engelse school het lichaam, maar dan getailleerder.

Zelfs de trots van Londen, stijlcoryfee Hardy Amies, onderkent de achterstand van Savile Row - de beroemde kleermakersstraat in Londen. Italianen weten nu eenmaal beter dan de Engelsen om te gaan met de nu in zwang zijnde dunne wolsoorten. Bovendien zijn Italianen volgens Amies creatiever met stoffenkeuze en de soepele verwerking van het binnenwerk. Britse kleermakershanden zijn traditiegetrouw goed in het werken met tweed en flannel. Italië is met zijn estetisch aangelegde inwoners ook het land met de grootste maatpakdichtheid; in steden als Milaan en Rome beschouwt men de confectiepakken van Versace, Armani of Ferré als industrieel vervaardigde plunje, leuk voor merkgeile buitenlanders of andere ignoranti. Volgens de strenge kledingtradities van Milaan geldt voor de geraffineerde man het credo: Non farsi notare - je moet niet opvallen. Een pak is daarom ingetogen, heeft een effen donkere kleur en is perfect gemaakt van de duurste materialen.

De opmars van het pak ligt nog vers in het geheugen. Na de door coltruien en corduroy-kostuums gedomineerde jaren zeventig, nam in de rechtse jaren tachtig een formele dracht bezit van de zakenmens. Mede onder invloed van de film Wall Street met Michael Douglas in de hoofdrol keert vooral in Amerika de herwaardering van de power suit terug: donker double breasted pak, wit hemd, spetterende das gecompleteerd met felkleurige bretels. Maar naast het formele pak in donkere stof raken ook gedeconstrueerde pakken in dunnere stoffen en lichtere wevingen in zwang. Vooraan in deze ontwikkeling lopen Giorgio Armani en Ralph Lauren, die met hun elegante en soepel gesneden drieknoops enkelrij-pakken tot op de toch zo harkerige Amerikaanse beursvloer weten door te dringen.

Nog geen decennium later, aan het begin van de jaren negentig, komen dus vanuit Amerika signalen over het losser worden van de kledingzeden op kantoor. Zelfs het stijlcredo: no db with bd - nooit een double breasted pak combineren met een button down hemd - wordt in de Verenigde Staten massaal aan de laars gelapt.

Valt in Europa dezelfde tendens te bespeuren? Aan de aanbodzijde in ieder geval niet. Op de laatste herenmodebeurzen in Duitsland, Parijs en Milaan kwamen niet alleen traditionele pakkenmakers als Luciano Barbera, Corneliani en Nino Cerruti, maar ook modieuze ontwerpers als Dolce & Gabbana, Paul Smith en Dries van Noten met een keur aan variaties op het klassieke pak. Broeken en broekspijpen pijpen zijn het komende seizoen iets strakker gesneden, de jasjes vallen wat langer en de tweeknoopsjasjes zijn definitief verdrongen door drie- of zelfs vierknoopsjasjes met een kort revers.

Zowel de Nederlandse importeur van Corneliani, Jan Dodeman, als de inkoper van Pauw Mannen bespeuren niets van een afzwakkende belangstelling voor het mannenpak. Zelfs in Nederland, waar het kledingbedrijf kreunt onder een almaar teruglopende omzet, floreren het klassieke mannenpak en de bijbehorende accessoires onverminderd. Bij Pauw zegt men dat er veel vraag is naar Italiaans maatwerk van Kiton, en bijvoorbeeld dubbele manchetten. Voor 'passion killers' - korte sokken - komt bijna niemand meer binnen. Ook Dodeman ziet wel kleine verschuivingen maar volgens hem scoort, mede door de lage lire, het Italiaanse pak nog steeds hoog, al is hetdan in beperkte kring.

Haaks op de losser wordende zeden in Amerika staat ook de Europese herwaardering van het vest. Zowel Corneliani als Hugo Boss Baldessarini en Brioni maken gilets. In de nieuwe James Bond die de komende maand in première gaat, draagt de hoofdpersoon een donkergrijs pak met vest. Helaas zijn in Goldeneye enkele anglofiele tradities overboord gezet. In plaats van in een exclusieve Aston Martin coupé beweegt 007 zich voort in een (vier maal zo goedkope) Duits-Amerikaanse BMW cabrio die vergeefs zijn best doet op een Engelse sportwagen te lijken. Maar wat erger is, ook aan Bonds uiterlijk is gesleuteld. Sean Connery en Roger Moore liepen nog rond in onberispelijke Savile Row bespoke pakken, maar in Goldeneye is acteur Pierce Brosnan gehuld in het soepele maatwerk van het Romeinse kleermakersbedrijf Brioni. Met deze Italiaanse voorkeur is de aloude twist tussen Engeland en Italië wie er nu het beste mannenpak maakt weer opgelaaid.

Het is te hopen dat de Nederlandse man zich aan het pak van Brosnan zal spiegelen. Zeker in landen waar men zich de erotische uitstraling van het mannenpak nog bewust is, begrijpt men niets van de Nederlandse voorkeur voor een outfit die nog al te vaak geïnspireerd lijkt op de sobere contouren van een zak aardappelen.

    • Yvo van Regteren Altena