Burger in Afrika is cynisch over de politiek

De kwaliteit van het bestuur in Afrika is het centrale thema op de grote Afrika-conferentie die vandaag in Maastricht begint. Vandaag en morgen debatteren wetenschappers over wat in de vakliteratuur bekend staat als good governance. Maandag en dinsdag buigen de leden van de zogeheten Global Coalition for Africa (GCA) zich in Maastricht over 'de toekomst van Afrika in de wereld'. Deze 'denktank' werd in 1990 op initiatief van de Nederlandse minister voor ontwikkelingssamenwerking, Jan Pronk, opgericht als uitvloeisel van een eerdere Afrika-conferentie, eveneens in Maastricht. Op bijeenkomsten van de GCA debatteren vooraanstaande Afrikaanse politici, leidende persoonlijkheden uit het circuit van de Verenigde Naties en prominente politici uit het Westen over de kwaliteit van het openbaar bestuur op het continent. De coalitie ziet verdere democratisering van Afrika als een belangrijk middel om die kwaliteit te verhogen. Prominente gasten op de bijeenkomst van de GCA zijn deze keer onder anderen de voormalige Tanzaniaanse president Nyerere en de voormalige minister van financiën van Ghana, Kwesi Botchwey. Twee visies op democratisering in Afrika.

NAIROBI, 23 NOV. Geteisterd door tropische regenbuien stond de bevolking van Zanzibar op 22 oktober urenlang in de rij om te kunnen stemmen. Scherpe etnische, politieke en economische geschilpunten hadden de campagnes bij deze eerste meer-partijenverkiezingen gekenmerkt. De retoriek van sommige politici begon op oorlogstaal te lijken en de angst voor gewelddadigheden rond de verkiezingsdag werd steeds groter. Maar de kiezers toonden zich rijper dan de politici, ze gedroegen zich gedisciplineerd en democratisch.

Toch liepen de verkiezingen uit op een fiasco. Nog vóór het einde van het tellen weigerde eerst de oppositie en vervolgens de regeringspartij de uitslag te erkennen. De regeringspartij rommelde vervolgens met de resultaten, 'won' en accepteerde toen wel de uitslag. Zanzibar gaat zo een periode van politieke instabiliteit tegemoet. Deze verkiezingen tonen opnieuw aan dat 'gewone' Afrikanen ontvankelijk zijn voor meerpartijendemocratie maar dat voor de meeste politici niet democratische principes maar eigenbelang absolute prioriteit heeft.

Nog meer dan gedurende de koloniale tijd voelen Afrikanen zich mijlenver verwijderd van hun heersers. De voormalige Tanzaniaanse president Julius Nyerere verzuchtte eens: “Pas toen ik was afgetreden en me weer onder de gewone mensen begaf, begreep ik hoe ver mijn regering afstond van de bevolking.” De democratiseringsgolf van het begin van de jaren negentig leidde tot de afschaffing van de autoritaire één- partijstaten maar niet tot de participatie van de bevolking bij het besluitvormingproces. De meeste nieuwe Afrikaanse leiders hebben het vertrouwen van de bevolking inmiddels alweer verspeeld.In afwezigheid van een wettige oppositie, zonder effectieve controle door een actief parlement en een rechterlijke macht en als gevolg van een zeer timide pers, kon Afrika's politieke klasse zich sinds de onafhankelijkheid aan het begin jaren van de jaren zestig ontwikkelen tot een zelfingenomen en hebzuchtige elite.

“Alle journalisten zijn bastaards wier moeders werden bevrucht in een rivierbedding”, zo riep een woedend parlementslid nog niet zo lang geleden in een Afrikaans land. De pers had eerder enkele belastende artikelen over zijn corrupte praktijken gepubliceerd. Noch zijn corruptie, noch zijn uitval tegen de pers leidde tot een schandaal. De arrogantie van de macht.

Een invloedrijke minister ontfutselt aan een gemeentebestuur een grote lap grond die eigenlijk bestemd was voor de bouw van goedkope arbeiderswoningen. Het bedrijf van de minister gaat er vervolgens dure apartementen bouwen. Of: een regering laat miljoenen aan bankbiljetten drukken om daarmee haar verkiezingscampagne te kunnen financieren. De staat als melkkoe. Een president dankt God voor het goede leidersschap van zijn land daarmee implicerend dat het Gods wil is dat hij president is. De arrogantie van de macht neemt soms absurde vormen aan in Afrika.

Het lagere ambtenarenapparaat volgde in de voetsporen van zijn arrogante bazen: naakt eigenbelang werd het hoofdmotief van haar handelen. Wilt U uw pasgeboren baby laten registeren? Smeergeld! Betrapt een agent U op defecte koplampen? Smeergeld! Wilt U dat uw kind goede rapportcijfers van de hoofdmeester krijgt? Smeergeld! Wilt U dat de politie de andere kant uitkijkt wanneer U uw tegenstander uit de weg ruimt? Smeergeld!

De politieke wetenschapper Jean-Francois Bayart noemt de hebzucht van de elite de 'politics of the belly'. Deze Afrikaanse politiek zal niet van karakter veranderen als gevolg van de invoering van een meer-partijenstelsel, zo voorspelde hij drie jaar geleden. Hij heeft daarin voorlopig gelijk gekregen. Corruptie tiert nog welig, hoewel de inmiddels vrijere pers wel steeds meer artikelen over schandalen kan publiceren.

Corruptie is een onontkoombaar kwaad in de huidige ontwikkelingsfase van Afrika, zo geloven steeds meer deskundigen. Zelfs Tanzania, waar de regering moraliteit altijd hoog in haar vaandel had, behoort nu tot de corrupte landen van het continent. Nyerere zei tien jaar geleden in deze krant: “Niets corrumpeert zo als armoede.”

Na de aanvankelijke verwarring in de eigen gelederen tijdens de democratiseringsgolf hebben de elites nu opnieuw de rijen gesloten. In sommige landen slaagde de politieke elite er in de eerste meer-partijenverkiezingen te winnen, zoals in Kenia, Tanzania en Ivoorkust. In Zambia won de oppositie maar zij gedraagt zich nu zij aan de macht is al even arrogant en autoritair als haar voorgangers. In het overgrote deel van Afrika is nu het meer-partijenstelsel ingevoerd maar er heerst veelal nog steeds de politieke cultuur van de één-partijstaat. Er bestaat nog nauwelijks een scheiding tussen de regeringspartij en de staat en rechters blijven gevoelig voor de druk van machthebbers. Eén van de schrijvers in het ter gelegenheid van de conferentie in Maastricht uitgebrachte boek 'Africa Now' concludeert: “Wat de crisis van de één-partijstaat leek te zijn, blijkt de crisis van de huidige Afrikaanse staat in het algemeen.”

Met toenemend cynisme kijkt de burger naar de politiek. Hij zit vast in het bureaucratische spinneweb en het ontbreekt hem aan invloed om de situatie te beïnvloeden. De invoering van het meer-partijenstelsel viel samen met verdergaande economische achteruitgang en in sommige landen zelfs met maatschappelijke desintegratie. Menig burger associeert daarom democratisering met hogere prijzen en chaos. Het enthousiasme voor de 'tweede bevrijding' van het begin van de jaren negentig is ontaard in verwarring.

In de meest extreme gevallen leidde de liberalisering van het politieke systeem tot oorlog. De Burundiërs stemden in 1993 bij de eerste meer-partijenverkiezingen vooral op stammen. Daarop volgde toenemende polarisatie tussen de tribale groepen, die vervolgens leidde tot bloedige etnische zuiveringen. In Rwanda besloot de bedreigde Hutu-elite de machete op te pakken om de oppositie (gematigde Hutu's en alle Tutsi's) uit te roeien. In landen waar al langer oorlogen woedden, werd de gewapende oppositie afgekocht. In Mozambique ontving de voormalige rebellenbeweging en nu politieke partij Renamo miljoenen dollars om uit de bush te verhuizen naar luxe villa's in de hoofdstad. In Angola kreeg UNITA in ruil voor vrede belangen in de lucratieve mijnbouw van diamanten. In Liberia gooide rebellenleider Charles Taylor het op een akkoordje met de Nigeriaanse interventiemacht waardoor zowel Liberiaanse als Nigeriaanse politici financieel gewin behalen.

De Afrikaanse burger heeft het nakijken. Hij heeft niet de kans een gevoel van betrokkenheid bij zijn jonge natie te ontwikkelen want hij profiteert niet of nauwelijks van het staatsappasraat. Door het opportunistische gedrag van de gemiddelde Afrikaanse politicus vormt zich slechts heel langzaam een nieuwe cultuur van pluriformiteit en tolerantie.

Zo blijft de vijf jaar geleden gedane uitspraak van Salim Ahmed Salim, de secretaris-generaal van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, actueel. Hij zei in deze krant: “Dictaturen en intolerantie zoals die nu voorkomen in sommige Afrikaanse landen, zijn ons vreemd. De vraag is hoe we onze oorspronkelijke waarden kunnen integreren in een moderne samenleving.”