Brussel voorziet grote deelname aan EMU

BRUSSEL, 23 NOV. De groei in de Europese Unie zal dit jaar en volgend jaar lager uitkomen dan geraamd, maar desondanks blijven de economische vooruitzichten gunstig. Acht van de vijftien EU-lidstaten zullen hun financieringstekort in voldoende mate onder controle hebben om in 1999 mee te doen aan de Economische en monetaire unie (EMU).

Dat schrijft de Europese Commissie in twee afzonderlijke rapporten die gisteren in Brussel werden gepubliceerd. Het optimisme van de Commissie steekt af bij de kritische opmerkingen die het Europees Monetair Instituut (EMI) in Frankfurt maakt in haar eveneens gisteren gepubliceerde jaarverslag. Het EMI-rapport bevat de duidelijke waarschuwing dat de vijftien EU-lidstaten nog lang niet klaar zijn voor de derde en definitieve fase van de EMU. Vooral de inspanningen om het financieringstekort en de staatsschuld naar beneden te brengen zijn “verre van bevredigend”, aldus de EMI, de voorloper van de Europese centrale bank. Volgens de EMI heeft Nederland onvoldoende gebruik gemaakt van de economische opleving om het begrotingstekort te verminderen.

In het verslag over de economische ontwikkeling in de EU gaat de Europese Commissie uit van een gemiddelde groei van 2,7 procent dit jaar in de EU-lidstaten en van 2,6 procent voor volgend jaar. De nieuwe groeiramingen betekenen een verlaging van respectievelijk 0,4 procentpunt en een kwart procentpunt ten opzichte van eerdere ramingen. Ondanks de licht tegenvallende groeicijfers, toonde Europees commissaris Yves-Thibault de Silguy zich uiterst optimistisch. “Ik kom u een positief beeld van de Europese economie brengen”, aldus De Silguy bij de presentatie van de rapporten. Volgens hem zijn de economische fundamenten voor de komende jaren goed: de handel neemt toe, de winstgevendheid en de rentabiliteit in het bedrijfsleven liggen hoger dan ooit sinds de jaren zestig, de inflatie is laag en overal worden de lonen gematigd.

Voor 1997 rekent de Europese Commissie op een economische groei van 2,9 procent. Dat de groei in 1995 en 1999 wat achterblijft bij de verwachtingen, is volgens de Commissie te wijten aan de wisselkoersschommelingen, vooral die ten opzichte van de dollar, en aan het uitblijven van een stringen begrotingsbeleid in enkele lidstaten. Maar in een apart rapport over het financiële beleid noemt de Commissie acht landen die in staat moeten worden geacht hun financieringstekort in 1997 onder de EMU-norm van 3 procent te brengen. Het gaat om Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Luxemburg, Nederland, Finland en Groot-Brittannië. Zweden, Spanje en ook België kunnen aan de norm van 3 procent doen, maar dan moeten ze wel extra inspanningen (lees: bezuinigingen) doen. Overigens wordt bij toetreding tot de EMU niet alleen gekeken naar het financieringstekort van de overheden, maar onder andere ook naar het inflatiecijfer en naar de totale schuldenlast van de overheid. Wat dat laatste betreft halen alleen Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Groot-Brittannië de norm van 60 procent van het BBP, die in het Verdrag van Maastricht wordt genoemd. De Silguy wilde gisteren niet speculeren over de vraag inhoeverre landen die niet voldoen aan de schuldennorm maar hun schuldenlast wel laten verminderen, toch toegang kunnen krijgen tot de EMU. Vooral België heeft relatief zeer hoge schuldengraad, naar verwachting nog steeds 130 procent in 1997.

Uit het overzicht van de Commissie blijkt dat de werkloosheid aan het dalen is, maar nog steeds hoog blijft. In maart 1994 had 11,4 procent van de werkende bevolking geen baan. Bij ongewijzigd beleid zou de werkloosheid in 1997 nog altijd 9,5 procent bedragen.