Actievoerende politie

HEEFT DE POLITIE niets beters te doen. Zo sputtert de boze burger van oudsher graag als hij of zij op de bon wordt geslingerd. “Ga liever Menten vangen”, was twintig jaar geleden een favoriete tegenwerping, een verwijzing naar de van oorlogsmisdaden verdachte miljonair die zich tijdelijk aan de justitie had weten te onttrekken. In dit najaar van de IRT-enquête heeft de verbaliserende ambtenaar kans getrakteerd te worden op een spitse verwijzing naar het doorsluizen van softdrugs.

De geharde diender kent de betrekkelijkheid van dergelijke protesten. Maar nu dreigen de actievoerende politiebonden zich toch te verkijken. In hun strijd voor de vaste onregelmatigheidstoeslag hebben zij de escalatie ingezet. Automobilisten worden massaal van de snelweg gehaald voor demonstratieve controles. Het symbolisch bakje snert als troost neemt niet weg dat dit letterlijk en figuurlijk een détournement de pouvoir is; machtsmisbruik dus.

Wanneer boze dienders een baldadig fluitprotest aanheffen kan men zich wellicht afvragen hoe deze lieden straks weer het goede voorbeeld moeten geven aan de burger - en zijn kinderen. Het is ook een teken van een vitale democratie dat de ordehandhavers niet buiten het gewone leven staan. Maar het oneigenlijk gebruik van de bijzondere middelen waarover de politie beschikt zet het contract met de burger op het spel. Men hoort het de eerste onwillige al zeggen: “De politie staakt toch.” De bonden mogen zich trouwens ook afvragen of ze niet te hard van stapel lopen. Terwijl de arbitragecommissie bezig is, kan men moeilijk een doorbraak aan het werkgeversfront verwachten.

DE VERHOUDING VAN DE politie met het publiek is goed, maar niet een rustig bezit. De IRT-affaire heeft betrekking op een klein en gespecialiseerd segment van het opsporingsapparaat en valt natuurlijk de hele politie niet aan te rekenen. Toch zijn er allerlei subtiele verbindingen. Creatieve omgang met de regels blijft naar het zich laat aanzien niet beperkt tot de criminele inlichtingendiensten. En het heeft er iets van dat het gevoel in het hoekje te zitten waar de klappen vallen niet beperkt blijft tot de avonturiers in het bankje voor Van Traa cum suis, maar dat de hele politie daarin deelt.

Zeker, de politie heeft de afgelopen jaren ook heel wat te verstouwen gekregen door de ingrijpende reorganisatie van het politiebestel. Maar zij moet niet uit het oog verliezen dat het publiek daar vooralsnog ook niet vrolijker van is geworden. Zo hebben de snelheidscontroles op de grote wegen merkbaar geleden onder de reorganisatie - een schril contrast met de snertactie van gisteren. En onlangs moest in een regeringsnota nog worden vastgesteld dat na de reorganisatie slechts enkele regio's beschikken over een miminale voorziening voor de jeugdpolitie. En dat terwijl iedereen zich zorgen maakt over de jeugdcriminaliteit.

HET VOORNAAMSTE PUNT van zorg is toch wel de beschikbaarheid, gesymboliseerd door politieposten die het grootste deel van het etmaal alleen fungeren als doorschakelpunt. Maar het “gewone politiewerk” komt ook in de knel door allerlei speciale, vaak spectaculaire doch altijd tijdelijke projecten. Deze zijn geen vervanging van een hoogst noodzakelijke flexibilisering van het politiewerk, die de eigenlijke inzet van het arbeidsconflict vormt. Daar wordt de actievoerende politie wel degelijk ook zelf door het publiek op aangekeken.