Verhitte polemiek van weleer

Africa Addio, Nederlands Filmmuseum, wo 22 en wo 29, 21.30u.

In de jaren 1966-67 woedde in Nederlandse dagbladen, tijdschriften en televisierubrieken een verhitte polemiek tussen onder veel meer Jan Blokker, H. Wielek, E. van Moerkerken, Tamar en Rob du Mée. De inzet was de Nederlandse uitbreng van de Italiaanse documentaire Africa Addio (Vaarwel Afrika) van de Mondo Cane-regisseurs Gualtiero Jacopetti en Franco Prosperi. In een ranzige, maar zeer effectieve stijl, die wel vergeleken is met een 'Haanstra-uit-de-goot' en die je nu misschien met een reportage in de Nieuwe Revu zou associëren, betogen de makers in Africa Addio dat de recente onafhankelijkheid van het merendeel van zwart Afrika een tragedie betekent: voor de olifanten en de zebra's, die het slachtoffer worden van wrede stroperij onder het falende toezicht van de nieuwe machthebbers; voor de oude kolonialen die hun huisraad moeten verkopen en hun gazons ten prooi zien vallen aan bulldozers; en ook voor de Afrikanen zelf, die in bloedige stammenoorlogen zonder scrupules uitgemoord worden. Jacopetti toont al die gruwelen in extenso en betoont zich daarmee een ware voorloper van de recente videoserie Faces of Death. De uit een helikopter geschoten beelden van duizenden moslims in Zanzibar bijeengedreven in aspirant-massagraven of die van de oorlog tussen de Hutu's en Tutsi's in Rwanda-Burundi (in januari 1964!) laten niets aan de verbeelding over.

Even zo vrolijk heeft Jacopetti ook oog voor blonde meisjes in bikini, in slow-motion op de trampoline in Kaapstad ('het bestaan van Zuid-Afrika valt slechts als wonder te definiëren'), direct gevolgd door halfnaakte Zoeloe-meisjes, die zich voor Jacopetti's camera aankleden.

In het politieke klimaat van de jaren zestig moest Jacopetti - die achteraf inhoudelijk wel degelijk een beetje gelijk gekregen heeft, al is zijn toon nog steeds suspect - wel voor een fascist uitgemaakt worden. Burgemeester Van Hall adviseerde de Amsterdamse bioscoopexploitanten de film niet te vertonen, uit angst voor ongeregeldheden. Toen Africa Addio veel later alsnog in het hoofdstedelijke Cinétol verscheen, stelde Hans Saaltink een boek samen, 'De zaak Jacopetti', waarin alle persreacties gebundeld werden. De verstandigste bijdrage is achteraf die van Hans Keller in 'De Gids'. Keller schreef onder meer: “Ik vind de op zichzelf sympathieke, maar tegelijkertijd wel erg gemakkelijke bereidheid om Jacopetti's documentaire te bestempelen tot een nummertje fascistische rancune en weerzinwekkend racisme opportunistisch en verdacht, omdat die ontmaskering in bijna alle gevallen in zijn werk is gegaan op basis van sentimenten, die broertjes en zusjes zijn van dat racisme en die rancune”.

Bijna dertig jaar later kan het publiek opnieuw zelf oordelen. Op verzoek van Africa in the Picture verzorgt de Antilliaanse filmer en toneelregisseur Felix de Rooy een inleiding bij de film, waar hij al sinds hij hem als kind zag door gefascineerd is. Het is in ieder geval het soort meeslepend documentair entertainment, met enkele overduidelijke dramatische reconstructies, dat tegenwoordig niet meer gemaakt wordt.