Van der Valk bijt met slechte administratie in eigen staart

DEN HAAG, 22 NOV. Het horeca-concern Van der Valk heeft met de Belastingdienst een akkoord bereikt over de belasting- en premieschulden van het concern. Het zou inclusief boetes gaan om 213 miljoen gulden.

Bij de beoordeling van de schikking moet men bedenken dat alle informatie over het akkoord met de Belastingdienst afkomstig is van één partij, namelijk het Van der Valk-concern. De Belastingdienst weigert ook maar het geringste tipje van de sluier op te lichten. De fiscus is namelijk gebonden aan een wettelijke geheimhoudingsplicht.

Het doet op het eerste gezicht vreemd aan dat de Belastingdienst boetes oplegt terwijl bij de rechtbank een strafzaak voor belastingfraude loopt. Het is niet mogelijk dat iemand voor precies dezelfde fraude van beide instanties straf krijgt. Maar frauduleus gedrag straalt uit naar verscheidene belastingen en levert zo verschillende strafbare feiten op. Zo kan het verzwijgen van omzet door de rechter worden beboet voor de vennootschapsbelasting en tegelijk door de belastinginspecteur voor de BTW.

De boetes die in het bedrag van 213 miljoen gulden zijn verwerkt en de geldstraffen die de rechter oplegt, staan los van elkaar. De administratieve boetes bedragen een bepaald percentage van de ontdoken belasting. Zo'n boete kan oplopen tot 100 procent van het nagevorderde belastingbedrag. Als het niet tot een akkoord met de fiscus was gekomen, had het concern bij de belastingrechter zowel de hoogte van de aanslagen als van de boetes kunnen aanvechten. Het is op voorhand wel zeker dat de in het akkoord opgenomen fiscale boetes een veelvoud zijn van de geldstraffen die voor de Haagse rechtbank zijn geeist.

Naast de boetes is er nog het bedrag aan ontdoken belasting. Dat kan zowel belasting bij de Van der Valk-bedrijven zijn als bij de aandeelhouders/ directieleden persoonlijk. Als die onder een dekmantel om persoonlijke redenen (zwart) geld uit het bedrijf onttrekken, leidt dat bij de onderneming tot navordering van vennootschapsbelasting en bij de betrokkenen tot navordering van inkomstenbelasting. Het is bij fraudezaken zeer gebruikelijk dat de malversaties een dergelijke uitstraling naar de directeuren/ grootaandeelhouder hebben.

Ten slotte blijft nog de vraag hoe de advocaat van de verdachten tegelijk met de mededeling dat de fraude zijns inziens hooguit enkele miljoenen bedraagt met droge ogen een akkoord met de fiscus over een nabetaling van meer dan 200 miljoen gulden bekend kan maken. In de eerste plaats moet van dat laatste bedrag een onbekend deel aan boetes worden afgetrokken. Bij het beoordelen van het restant moet men bedenken dat de familie Van der Valk zich in een zwakke onderhandelingspositie bevindt. De advocaat had er belang bij het akkoord met de fiscus in zijn slotpleidooi te verwerken. De rechter oordeelt harder over malversaties waar de gemeenschap blijvende schade van ondervindt dan over belastingontduiking waarvan de gevolgen worden rechtgezet.

De tijdsklem belemmert ontspannen onderhandelen. Maar een veel belangrijker factor vormt de verdwenen administratie. Voor Justitie is het heel vervelend dat bij de huiszoeking grote delen van de administratie over het hoofd zijn gezien en nooit meer werden teruggevonden. Dat maakt het lastiger om de fraude strafrechtelijk te bewijzen. Maar voor een belastinginspecteur kan het in rook opgaan van de administratie juist gunstig uitwerken. In het fiscale systeem moet de inspecteur bewijzen dat een aangifte onjuist is. Maar op een bepaald moment draait de bewijslast om. Als de administratie van een bedrijf niet betrouwbaar is, mag de inspecteur zelf een redelijke schatting van de omzet maken en moet het bedrijf bewijzen dat die schatting niet deugt. De inspecteur stelt zijn schatting op aan de hand van bijvoorbeeld gegevens uit het verleden en de omzetontwikkeling in de branche. Veiligheidshalve zal de inspecteur behoorlijk hoog inzetten. Het bedrijf moet vooral aan de hand van de administratie hard zien te maken dat de inspecteur te hoog zit. Als de administratie is verdwenen, wordt dat een lastige klus.

Het is duidelijk dat het tekenen van een compromis met de fiscus van 213 miljoen gulden niet gelijk staat aan een schuldbekentenis voor hetzelfde bedrag maar wie een schoon blazoen heeft zet heus zijn handtekening niet. Dat alles illustreert overigens dat de Belastingdienst zich na een afgang in vroeger jaren bij Van der Valk nu helemaal heeft gerevancheerd. Louter uit de hoogte van het bereikte akkoord valt op te maken dat de spectaculaire en omvangrijke fiscale operatie was gerechtvaardigd.