Sorgdrager wil oordeel Hoge Raad zaak-Prins

DEN HAAG, 22 NOV. Minister Sorgdrager (justitie) verlangt dat de Hoge Raad alsnog een oordeel velt over de handelwijze van de Purmerendse gynaecoloog H. Prins. Deze werd onlangs door het gerechtshof in Amsterdam ontslagen van rechtsvervolging na het doden van een ernstig gehandicapte baby. Sorgdrager wil jurisprudentie verkrijgen over de grenzen van levensbeëindigende handelingen door artsen.

Gisteren besloot de procureur-generaal bij het Amsterdamse hof, A. Korvinus, geen cassatie in te stellen bij de Hoge Raad. Sorgdrager vindt nu dat 'cassatie in het belang der wet' moet worden ingesteld. De zaak-Prins geldt als een proefproces in dergelijke gevallen.

Prins werd twee weken geleden door het hof ontslagen van rechtsvervolging. Volgens procureur-generaal Korvinus zijn geen “inhoudelijke bezwaren” in te brengen tegen de uitspraak van het hof. Korvinus heeft de “belangen van de samenleving” - het ontwikkelen van jurisprudentie - en die van de arts tegen elkaar afgewogen en geconcludeerd dat gezien de rechterlijke uitspraken niet “in redelijkheid” tot 'gewone' cassatie kan worden overgegaan.

Sorgdrager liet vanochtend weten het juridische oordeel van de procureur-generaal 'verantwoord' te vinden. Om toch richtlijnen te verkrijgen, heeft de minister Korvinus opdracht gegeven de procureur-generaal bij de Hoge Raad te vragen cassatie in het belang der wet in te stellen. Of de Hoge Raad hiertoe uiteindelijk zal overgaan is overigens nog de vraag. Uiteindelijk beslist de procureur-generaal bij de Hoge Raad daarover. De minister van justitie kan hem hiertoe geen opdracht geven, zoals in 1978 al eens door de Raad van State is bepaald. De aanwijzingsbevoegdheid van de minister reikt niet verder dan het hof.

Pagina 3: 'Hoger Raad niet uitgerust als wetgever'

Cassatie in het belang der wet wordt zelden ingesteld. De laatste drie jaar ging het om een handvol gevallen. Er zijn wel regelmatig verzoeken: vorig jaar kreeg de Hoge Raad 61 keer het verzoek om cassatie, aldus de griffier bij de Hoge Raad, W. van Nispen tot Sevenaer. Meestal wordt alleen cassatie in het belang der wet ingesteld als het gaat om zaken waarin twee gerechtshoven tegenstrijdige uitspraken hebben gedaan. Daarvan is hier geen sprake. Volgens Van Nispen tot Sevenaer zal de procureur-generaal in de zaak-Prins “aarzelingen” hebben omdat de Hoge Raad “er niet is voor het uitlokken van wetgeving”. “De Hoge Raad is er ook niet voor geëquipeerd om zich als wetgever op te stellen”, zei Van Nispen vanochtend desgevraagd.

De minister heeft het openbaar ministerie destijds zelf de opdracht gegeven om Prins te vervolgen. Regelgeving of een uitspraak van de Hoge Raad over de voorwaarden van dergelijk handelen op wilsonbekwame patiënten bestaat nog niet. Voor euthanasie en hulp bij zelfdoding aan wilsbekwame patiënten bestaat wel jurisprudentie. Het parlement liet de invulling van de euthanasieregeling, die enkele jaren geleden tot stand kwam, voor een belangrijk deel over aan de rechter.

Prins beëindigde in maart 1993 het leven van een zeer ernstig gehandicapte baby, die veel pijn leed en volgens verscheidene specialisten niet lang te leven had. Het gerechtshof in Amsterdam bepaalde dat Prins zorgvuldig had gehandeld. In Groningen speelt op dit moment een vergelijkbare zaak. De arts G. Kadijk werd onlangs door de rechtbank ontslagen van rechtsvervolging. Zowel het OM als de huisarts is in hoger beroep gegaan bij het hof in Leeuwarden. Minister Sorgdrager wil dat de Hoge Raad ook over deze zaak een oordeel velt, zo liet zij de Tweede Kamer vorige week weten.