SHIMON PERES; Pragmaticus en ziener

TEL AVIV, 22 NOV. De moord op premier Yitzhak Rabin heeft de 72-jarige Shimon Peres voor de tweede maal aan de top van de piramide van de Israelische politiek gebracht. Het is een tragische bekroning van een lange en nogal dramatische politieke carrière, die na de Grote-Verzoendagoorlog in 1973 het stempel droeg van een titanen-gevecht met Rabin om de macht in de Arbeidspartij. Hun strijd paste in de beste tradities van de harde Israelische partijpolitiek. Zij vochten, als een onafscheidelijke tweeling, op een onnavolgbare wijze met elkaar, totdat de geweldadige dood van Rabin hen scheidde.

In 1977, drie jaar nadat Peres tegen Rabin het onderspit had gedolven in de strijd om het leiderschap van de Arbeidspartij, betekende de onwettige bankrekening van mevrouw Rabin in de Verenigde Staten kortstondig zijn politieke geluk. De ambitieuze Peres, die toen nog geen tekenen vertoonde van een metamorfose van havik tot duif, volgde de afgetreden Rabin toen op als leider van de partij. Daaraan heeft hij overigens weinig plezier beleefd, want tijdens de algemene verkiezingen in dat jaar ging hij aan het hoofd van de Arbeidspartij roemloos ten onder tegen de door Menachem Begin aangevoerde Likud. In 1981 versloeg Begin hem opnieuw, zij het met een minimaal verschil. De koppige Peres weigerde het leiderschap van de partij uit handen te geven. Zijn argument dat de partij zich onder zijn leiding had hersteld van de rampzalige gevolgen van de Grote-Verzoendagoorlog sneed hout.

In 1984 leidde de verkiezingsuitslag tot de vorming van een regering van nationale eenheid waarvan Peres de eerste twee jaar premier was, met Rabin op defensie. In die twee jaar groeide Peres uit tot een van Israels meest effectieve premiers en vertoonden zich de eerste tekenen van het 'visionair politiek denken', dat hier overigens nog vaak als 'dagdromerij' wordt aangemerkt. Hoewel hij zich tegenstander had betoond van de Libanese oorlog die de Likud-regering in 1982 tegen de PLO in Libanon lanceerde, stelde hij zich als premier ten doel het Israelische leger uit Libanon terug te trekken. Yasser Arafat was weliswaar met de boot naar Tunis verdreven, maar Peres begreep dat het hoge Israelische dodental, de druk op de nog jonge Israelisch-Egyptische vrede en het internationale prestigeverlies, die het gevolg waren van de oorlog, de uitwerking hadden van een nederlaag.

Peres haalde, met steun van Rabin, niet alleen het Israelische leger terug uit “het Libanese moeras”, hij slaagde er ook in het inflatiemonster, dat de Israelische economie met record percentages teisterde, te temmen. In die twee jaar leverde hij het bewijs niet alleen een krachtige partijleider maar ook kundige en pragmatische premier te kunnen zijn. Politieke nederlagen, zelfs tegen Likud onder de grijze persoonlijkheid van Yitzhak Shamir in 1988 en opnieuw om het leiderschap van de Arbeidspartij tegen Yitzhak Rabin in 1992, hebben Peres niet gebroken - wel gekrenkt.

Tweemaal heeft hij, ondergeschikt aan een premier, geschiedenis willen maken en ook daadwerkelijk gemaakt: in 1987 als minister van buitenlandse zaken onder Shamir en in 1993 in dezelfde functie onder Rabin. In 1987 parafeerde hij met de Jordaanse koning Hussein het akkoord van Londen, een vredesverdrag dat in feite dat de PLO omzeilde maar dat wegens de territoriale implicaties door premier Shamir, die in de ondeelbaarheid van het land van Israel bleef geloven, werd getorpedeerd. In zijn recente boek Het nieuwe Midden-Oosten verzucht Peres dat Israel de intifadah, de Palestijnse volksopstand, bespaard zou zijn gebleven, als Shamir niet zo kortzichtig zou zijn geweest.

Evenmin als Rabin en de overgrote meerderheid in de Arbeidspartij stond Peres in die tijd emotioneel en intellectueel open voor een vredesdialoog met de PLO. Maar toen hem duidelijk werd dat Israel, evenals tijdens de Libanese oorlog het geval was, de intifadah niet aan kon, wijzigde hij zijn politieke koers en koos hij voor een dialoog met de PLO in Oslo. Als minister van buitenlandse zaken slaagde hij erin premier Rabin te overtuigen van deze historische koerswijziging in het conflict met de Palestijnen. En dat bracht hem, Rabin en Arafat uiteindelijk zelfs de Nobelprijs voor de vrede. Weer kwam de pragmatische instelling van Peres aan het licht. Dat hij de rol op zich heeft genomen van de visionair van een nieuw Midden-Oosten stempelt hem overigens niet tot de intellectueel die hij zo graag, in navolging van zijn leermeester en mentor David Ben Gurion, zou willen zijn.

Peres is sedert Oslo en mede onder de invloed van de Scud-raketten die tijdens de Golfoorlog op Israel terechtkwamen, tot de conclusie gekomen dat Israels veiligheid moet worden gebed in een hechte regionale vrede. Economische ontplooiing ziet hij als het beste en enige wapen is tegen fundamentalisme en haat. Aan zijn visie ligt de pessimistische overtuiging ten grondslag dat voortduring van de oorlogssituatie de positie van Israel in het Midden-Oosten niet ten goede komt. Vrede is in de visie van Peres in dit onberekenbare deel van de wereld, in een tijdperk van massavernietigingswapens van allerlei soort, Israels reddingsboei. Voor een man die op 30-jarige leeftijd al aan het hoofd stond van het ministerie van defensie, de vader van de (in samenwerking met Frankrijk ontwikkelde) Israelische atoombom en van de Israelische wapenindustrieën mag worden genoemd en die ook een van de architecten is geweest van de Suez-campagne in 1956 (Frans-Engels-Israelische aanval tegen Egypte) en ook een belangrijke aandeel had in de redding van Israelische gijzelaars in Entebbe, is het een opmerkelijke evolutie in handelen en denken om Israels veiligheid in termen van vrede te definiëren en af te stappen van wat hij beschouwt als verouderde territoriale concepties.

Hoewel hij het nooit heeft gezegd, is het om deze redenen waarschijnlijk dat Peres op een snelle doorbraak in het vredesproces met Syrië zal aansturen en daarvoor bereid is 'de prijs' van de hele Golan-hoogvlakte te betalen. Dat is de doorslaggevende reden dat hij ook het ministerie van defensie onder zijn hoede heeft genomen om vanuit een sterke positie het vredesoverleg met Syrië te kunnen voeren. Als opvolger van de nu al legendarische Rabin zal Peres het vredesproces met de Palestijnen stipt volgens de gesloten overeenkomsten uitvoeren en met een grote gevoeligheid voor Israelische verliezen in Zuid-Libanon aan vrede met Syrië de komende maanden de hoogste prioriteit geven.

Peres is nu door tragische omstandigheden op het hoogtepunt van zijn politieke carrière terechtgekomen. Als politiek erfgenaam van de vermoorde Rabin geniet hij nog enige tijd een populariteit die alles te maken heeft met verdriet en geschoktheid. Terugkijkend weet hij dat populariteit nooit zijn sterkste politieke troef is geweest. Een meer verguisd politicus dan de in Polen geboren Peres, die op 13-jarige leeftijd naar Palestina emigreerde, heeft Israel niet gekend. De propaganda van de Likud tegen Peres, die de trekken had van een karaktermoord, ging er jarenlang bij het volk in als koek. Zijn organisatietalent en onmiskenbaar talent voor intriges maakten hem een sterke speler in de partij, maar op straat heeft hij het nooit echt gemaakt. Peres, de man die in de salons in de westerse hoofdsteden door politici en kunstenaars wordt bewonderd, heeft niet die innerlijke vonk die bij het Israelische volk aanslaat. Rabin, de sabre, de in Israel geborene, daarentegen was niet alleen vanwege zijn lange militaire carrière, maar meer nog door zijn authenticiteit populair, vooral bij de jeugd zoals na zijn dood bleek.

Vanaf vandaag staat Peres voor de opgave om als premier en minister van defensie, zonder gelijken naast zich, het vredesproces verder te ontwikkelen en tegelijk de Arbeidspartij te verzekeren van een verkiezingszege in 1996. Hij mag dan een twijfelachtige reputatie op dat laatste terrein hebben, zijn huidige positie is de ideale uitgangssituatie om daarin verandering te brengen. Peres staat voor een historische opgave, die hem bovendien populair kan maken.