Scholieren in Amsterdam halen vaak geen diploma

AMSTERDAM, 22 NOV. Ruim een derde van de Amsterdamse middelbare-schoolverlaters verliet in 1993 zijn school zonder diploma. Dat blijkt uit een vandaag door wethouder J. van der Aa (onderwijs) gepresenteerd rapport van het Amsterdamse Bureau voor Onderzoek en Statistiek. Het cijfer is bijna twee keer zo hoog als het landelijk gemiddelde van ongeveer dertien procent 'ondiplomeerde uitstroom' uit het voortgezet onderwijs.

Van der Aa noemde vanochtend de situatie “ernstig, maar niet hopeloos.” Volgens hem is een van de oorzaken voor schooluitval is het feit dat basisscholen en de betrokken ouders hun kinderen naar een te hoge opleiding sturen. In het schooljaar 1992-1993 verlieten 12.000 Amsterdamse jongeren een school voor voortgezet onderwijs, van wie 4.500 zonder diploma op zak. De gemiddelde schoolverlater is 18 jaar en heeft zes jaar het voortgezet onderwijs gevolgd. Een Amsterdamse leerling heeft gemiddeld drie jaar nodig om twee klassen verder te komen.

In het middelbaar beroepsonderwijs haalt zes van de tien schoolverlaters geen diploma.

Uit het onderzoek blijkt verder dat meer kinderen in Amsterdam dan elders in Nederland blijven zitten, worden teruggezet, van school wisselen of uitvallen. Van der Aa heeft vorige maand met de Amsterdamse scholen afgesproken dat scholen de verrichtingen van hun leerlingen nauwkeurig bij zullen houden zodat sneller kan worden ingegrepen wanneer een leerling afglijdt. Ook is afgesproken dat alle basisscholen de cito-toets zullen afnemen aan het einde van de opleiding. In 1992 nam zestig procent van de Amsterdamse basisscholen de toets af.