Pakman

Veel moois heb ik in mijn leven bezeten, voor kort of lang of eeuwig, maar één ding viel mij nooit ten deel: een man in een pak. Jasjes wel, en ook dat herinner ik mij als een hele stap, met je vriendje naar een winkel om hem te helpen een jasje te kopen. Een colbertjasje. (Dan kwam er een man die als je samen toegaf geen flauw vermoeden te hebben welke maat deze mijnheer kon hebben, een rolcentimeter tevoorschijn haalde. Even later had je de onwennige aanblik van een mannelijk persoon die voor het eerst een jasje draagt. Dit heeft dezelfde orde van raarheid als een brildrager zonder zijn bril, of een vrouw die nooit hoeden draagt met een hoed op.)

Maar wat is een jasje vergeleken bij een pak? De plezierige, comfortabele en tegelijk een tikje ontzagwekkende aanblik van een man in een pak? De kleur is natuurlijk grijs, een pak is grijs. Alles wat daarvan afwijkt is een groot risico, de beste kans om de belachelijkheid te ontlopen is nog donkerblauw, maar ook dat kan heel verkeerd uitvallen. Om maar niet te spreken van bruin of lichtbeige, die allebei toch meer doen denken aan de uitmonstering voor een zomer op het land dan aan het echte leven.

Vroeger droegen alle mannen pakken. De definitie van een man was: iemand met een pak aan. Alleen kolensjouwers en acrobaten droegen iets anders. In advertenties uit de jaren vijftig zie je vader gezellig met het gezin aan tafel genieten van Saroma pudding, en dan heeft vader - o nee, hij heeft het jasje uitgetrokken. Hij zit in een wit overhemd en een das. Dat is dan ook een heel intieme situatie, met vrouw en kinderen, straks gaan ze een spelletje ganzebord doen. Maar als onverwacht de deurbel gaat, misschien een collecte of de buurvrouw die een ei wil lenen, zou vader snel dat jasje aanschieten. En dan is vader weer een man in een pak.

Een pak is een prachtig ding. Het komt uit een traditie van eeuwen. Als je het vergelijkt met onze jurken zijn de variatiemogelijkheden uiterst beperkt, en dat is juist de kracht van het pak. Een dubbele of enkele knopenrij, een vest of geen vest, brede of smalle revers, daar liggen al werelden tussen. Het is altijd gevoerd, het heeft zakken en zakjes, het is een wonder van kleermakerskunst.

Nee waarde lezer, het is niet dat ik ze nooit zie, ik weet best dat ze nog bestaan, in een andere wereld dan de mijne. Wat zeg ik, sommige van mijn nauwste verwanten dragen ze. En anders loop ik wel naar een kantoor om mij zat te zien aan pakken. Maar dat is je ware niet. Nee, het gaat om het hebben. Het gaat om een pak dat thuis op de bank zit, een pak waarmee je naar elk feestje kunt gaan. Iemand die je zó uit het pak kunt verleiden wanneer je maar wilt.

Het komt natuurlijk door de mannen in de oude films op het televisienet TNT. Films uit de jaren veertig, vijftig, vooral uit Amerika. Of de hoofdrolspelers nu detectives zijn, bankiers of huisvaders, altijd hebben zij een pak aan. Het zijn regular guys, gewone kerels. Als gewone kerels strijden zij tegen het kwaad, beschermen zij vrouwen en kinderen of beleven malle dingen. Wàt ze ook overkomt, het krijgt diepere betekenis omdat het juist hen overkomt, mannen die je vader of je man zouden kunnen zijn. Gewone mannen, maar wel echte mannen. In grijze pakken.

De regular guy schijnt te zijn uitgestorven, althans in de film. Maar het kan toch niet zo zijn dat dat in het echte leven ook is gebeurd. Hier is het schaars worden van het pak toch meer iets wat met de mode te maken heeft.

Laatst kwam ik iemand tegen van vroeger, een jongen die ik slechts gekend had in ribbels en ruiten. Nu was hij een mijnheer in een grijs pak geworden. Om het te vieren aten wij samen een broodje. Ach lezer, ik weet niet of ik hem zo uit het pak had kunnen verleiden; hij zou daarom nog steeds niet de mijne zijn geworden.

Maar sindsdien denk ik: misschien gebeurt het op een dag toch nog. Misschien kom ik op een avond de huiskamer binnen - en zit daar ineens, op de bank, een man in een pak. Wat zouden we raar opkijken samen.