Minister De Boer pleit voor 'milieu-economie'

DEN HAAG, 22 NOV. Nederland moet een 'milieu-economie' worden. Alleen als “de milieubelasting structureel als kostenfactor in de economie mee gaat tellen”, kunnen problemen als de toenemende mobiliteit en milieubelasting door de agro-industrie worden opgelost.

Dit zei minister De Boer (milieu en ruimtelijke ordening) vanmorgen bij de behandeling van haar begroting in de Tweede Kamer. De Boer wees erop dat het beter gaat met het milieu, zoals het RIVM eerder al schreef in de dit jaar voor het eerst verschenen 'Milieubalans': lucht, water en bodem zijn schoner geworden.

Vanmorgen haalde De Boer als voorbeelden een herstel van de roofvogelstand aan, “een ontwikkeling van zalmbroed” in de Rijn, alsmede het feit dat “wij het komende decennium 850.000 woningen op schone grond kunnen bouwen”. Tussen 1980 en 1994, aldus de minister, is het bruto nationaal produkt met 30 en het gezinsinkomen met 20 procent gegroeid, terwijl “de meeste emissies in absolute zin daalden”.

De hardnekkigste problemen zijn volgens de minister echter nog niet aangepakt. Om het gedrag van automobilisten, huishoudens en “tienduizenden kleine bedrijven” te beïnvloeden, wil het kabinet “op weg gaan naar een milieu-economie”, waarin prijsmechanisme en heffingen centraal staan.

De Boer kondigde vanmorgen aan dat diverse organisaties wordt gevraagd om een advies hierover, onder meer tijdens een soort nationaal congres, volgend voorjaar. Ook komt er een 'plan van aanpak' voor het opstellen van een 'groen' bruto nationaal produkt. Aan het einde van deze kabinets periode moet er een 'nota milieu en economie' liggen, waarin “beleidskeuzen aan de orde zijn die moeten leiden tot de ontwikkeling van een duurzame economie in Nederland”.